De gevoelige stadsjongen

Of hij nog had overwogen aan de Vredesdemonstratie in Den Haag mee te doen, vroeg ik hem tijdens een vraaggesprek in oktober 1983. Omdat hij een belangrijke zwarte voetballer was in Nederland. Ruud Gullit, speler van Feyenoord en net 23 jaar, wendde zijn blik af naar andere Feyenoorders in het spelershome, maakte een opmerking over het spel aan het biljart en antwoordde zoiets als: `Ja, misschien had ik dat moeten doen. Je bedoelt dat ik een voorbeeldfunctie heb als voetballer.' Gullit vertelde dat hij weleens met zijn vriend Frank Rijkaard sprak over racisme en dat het vervelend is als ze over je huidskleur beginnen. Gullit besefte wie en wat hij was.

Het was in die periode dat Ruud (zoon van blanke moeder Ria Dil en zwarte vader George Gullit) al eens op het voetbalveld was geconfronteerd met racisme. Tijdens een wedstrijd tussen Feyenoord en een Schotse club, was hij door de Schotse supporters onheus bejegend. Gullit liet de beledigingen aan zich voorbijgaan, zei hij cool. Hij besefte niet dat hij een daad kon stellen. Hij was immers in die periode een van de talentvolste voetballers ter wereld.

Zo kreeg het vraaggesprek met een van de beste voetballers die Nederland heeft gekend, meer inhoud dan mijn ervaren collega's cynisch voorspelden. Gullit bleek geen gesloten jongen, hij bleek spontaan en intelligent, en hij stond open voor nieuwe inzichten en gevoelens. Hij had meer dan alleen een grote bek. Hij voetbalde en sprak met inzicht, durfde zich door zijn gevoel te laten leiden zonder zijn gezonde verstand geweld aan te doen.

Gullit zorgde ervoor dat bondscoach Libregts werd ontslagen omdat deze zich laatdunkend had uitgelaten over `mensen van een bepaald soort'. Gullit ging voor in de strijd, bij Meerboys, Haarlem, Feyenoord, PSV, Milan en het Nederlands elftal, waar hij zich ontpopte als de adjudant van generaal Michels. Heerlijk zijn de beelden waarop hij in 1988 na het behalen van de Europese titel `meneer Michels' in zijn armen nam én optilde. Gullit was multifunctioneel. Hij liet zich als libero gebruiken, als rechtsbuiten, spits en middenvelder. En als aanvoerder maakte hij van zijn vrienden Frankie, Bassie, Jantje, Hans en Ronald Oranje Europees kampioen.

`Zijn optreden heeft veel bijgedragen aan het feit dat op het ogenblik in de Amsterdamse metro blanke meisjes rond zwarte jongenshalzen hangen (en omgekeerd)', schreef Martin van Amerongen in 1990 in de stijlvolle biografie Gullit. Het is een klein facet van wat Gullit voor het Nederlandse voetbal en voor veel meisjes heeft betekend. Het liefdesleven van de rastaman voltrok zich in Nederland en later in Italië als een musical. No woman, no cry. Misschien liet Gullit zijn gevoel te veel spreken, mede als gevolg van zijn sessies met haptonoom Ted Troost, die hij als een der eerste Nederlandse topsporters consulteerde. Misschien verliet hij daarom te spontaan aan de vooravond van een belangrijk toernooi het trainingskamp van Oranje.

Net als in Nederland en Italië werd hij in Engeland, als trainer en speler bij Chelsea en Newcastle United, een rolmodel. Op de Engelse televisie werd de mening van analist Gullit als onweerlegbaar ervaren. Maar ook daar werd zijn leven bepaald door opgejaagde hormonen. Terug in Nederland is hij de jongen die nog graag met zijn vrienden voetbalt en zijn stemming door de klanken en het ritme van muziek laat bepalen. Onbekommerd, ervan overtuigd dat wat hij denkt en voelt een verworvenheid is.

Nu zien we hem op tv vertellen wat er wel en niet aan voetbal deugt. In tegenstelling tot collega-analisten staat hij open voor de waarheid. Hij praat, geniet en ergert zich, zonder zich ervoor te generen. Ruud Gullit is een jongen van de stad. Hij steekt rechtdoor de drukke straat over en zwaait. Wie niet bang is omvergereden te worden, haalt de overkant.