CDA-leden moeten lijsttrekker kiezen

Jaap de Hoop Scheffer moet zich hebben gevoeld als door een wesp gestoken, toen CDA-

partijvoorzitter Marnix van Rij afgelopen zomer aanbood het team te komen versterken, en ook nog op die legendarische plaats nummer 3 op de kandidatenlijst. Het was exact het taalgebruik van de interne crisis van 1994, die De Hoop Scheffer als lid van de partijtop van zeer nabij had meegemaakt. Toen was Ruud Lubbers eerst gaan praten over Elco en zijn team, om aan het slot van de campagne de dodelijke klap uit te delen: ,,Ik ga op nummer 3 stemmen.''

Het leed geen twijfel. Marnix van Rij bedoelde: ik wil het team versterken = hij zaagt aan mijn stoelpoten; ik wil op nummer 3 = hij wil op nummer 1. De geest van '94 vloog als een kruisraket de fles uit. Indertijd had het drama de partij als een ongecontroleerde zondvloed overvallen. Nu had iemand bedacht dat je zoiets ook kon ensceneren, en een niet zo succesvolle lijsttrekker ook doelbewúst van boord kon spoelen.

Sinds Marnix van Rij de knuppel afgelopen donderdag in het hoenderhok gooide, schildert Jaap de Hoop Scheffer (,,mijn intuïtie was juist'') hem als een complotteur, die alleen maar uit is op realisering van zijn eigen ambities. Het complotteren lijkt inmiddels wel duidelijk, maar het moet gezegd dat De Hoop Scheffer ook `aanleiding' heeft gegeven voor een coup. Als politiek leider van het CDA heeft hij geen geweldige track record. Hij kwam zelf aan de macht door zijn voorganger weg te werken, wat je bijna per definitie kwetsbaar maakt voor tegenacties. Zijn christelijk-sociale program voor de verkiezingen van 1998 oogstte lof, maar hij kon het niet verzilveren. Dat lag weliswaar aan de gunstige economische wind, die Paars naar de overwinning blies, maar het lag ook aan de CDA-leider zelf.

In april vorig jaar schreven de vice-voorzitter en een bestuurslid van de jongerenorganisatie CDJA in een opiniestuk in de Volkskrant: ,,Het sociale gezicht (..) is wel heel flets geworden.'' En: ,,Durft het CDA de discussie (over staatkundige vernieuwing, het homohuwelijk en de monarchie, mm) niet aan of heeft het gewoon geen argumenten?'' Ook stelden zij dat het CDA te vaak een beroep doet op angstgevoelens in de samenleving.

Intussen had De Hoop Scheffer zich ook persoonlijk laten kennen als een angsthaas. In 1999 blokkeerde hij de benoeming van de populaire Brabantse gedeputeerde Pieter van Geel tot partijvoorzitter. Toen die vervolgens prima resultaten boekte bij de provinciale verkiezingen, besloot hij deze potentiële concurrent toch te omarmen en toe te laten tot de lijst voor de Kamerverkiezingen van 2002. En passant presenteerde hij zichzelf voor de zekerheid meteen maar vast als kandidaat-lijsttrekker, anderhalf jaar voor de verkiezingen, veel vroeger dan noodzakelijk. Dat is de goden verzoeken, had Elco Brinkman hem kunnen vertellen.

De berichten die nu naar buiten komen, wekken de indruk dat Van Rij en het dagelijks bestuur afgelopen zomer in paniek zijn geraakt over hun weinigbelovende lijsttrekker. Dat blijkt vooral uit de onthutsende politieke naïviteit van Van Rijs voorstel om Jaaps team te komen versterken. Dat is net zoiets als de president-commissaris van een bedrijf naast de president-directeur neerzetten. Dan kun je die directeur beter meteen ontslaan. De Hoop Scheffer zelf zag het ook al niet meer zo scherp, en moest door CDA-Raspoetin Hans Hillen worden gewaarschuwd dat dit een suïcidale zet zou zijn.

De paniek blijkt ook uit de vervreemde manier waarop het CDA-bestuur en de fractie de laatste dagen reageren. Na de Twin Towers-shock maakt de wereld zich op voor een oorlog tegen het terrorisme, voor een herschikking van de internationale orde, en een diepgaand debat over normen, waarden en de relaties tussen culturen. Meer serieuze politici spreken nu over samenwerking en eensgezindheid, en houden zich even niet bezig met ruzie, tweespalt en kleinzielige belangenstrijd. Het CDA wordt echter gekweld door interne `pijn' (een woord dat opvallend vaak valt), en sluit de ogen voor de toestand in de wereld.

Als het CDA in de komende verkiezingscampagne regierungsfähig wil overkomen, moeten De Hoop Scheffer, Van Rij, Pieter van Geel, het partijbestuur en de Tweede Kamerfractie onmiddellijk verklaren: de problemen van de wereld zijn belangrijker dan de onze, wij staan klaar om ons land door stormen te leiden, we zullen onze disputen op een open en democratische manier regelen, geheel in de lijn met de waarden van de westerse beschaving. Wij organiseren een voorverkiezing waarvoor ieder CDA-lid zich kandidaat kan stellen. Alleen CDA-leden zullen stemmen, de meeste stemmen zullen gelden.

Met een dergelijke democratische, `Angelsaksische' voorverkiezing zal het CDA de huidige crisis een positieve wending geven, een heleboel publiciteit trekken, en een trend voor de toekomst zetten. Marnix van Rij lijkt reeds voor deze gedachte gewonnen. Hij wil alleen lijsttrekker worden als hij wordt geconfronteerd met tegenkandidaten, liet hij gisteravond weten. Wat men ook van hem mag vinden, dat standpunt getuigt van meer dan alleen persoonlijke ambitie. Nu de rest van het CDA nog.

Marcel Metze is onderzoeksjournalist en auteur van De Stranding – Het CDA van hoogtepunt naar catastrofe.