Benen als bamboestokken bij ultrarace

In Winschoten vond zaterdag de Run, een hardloopwedstrijd over 100 kilometer, plaats. Er stonden dit jaar ook Nederlandse en Europese titels op het spel. Van de 162 deelnemers haalden 75 de eindstreep niet.

De Nederlander die het snelst werd geacht, stapte na 61 kilometer uit de wedstrijd. ,,Mijn benen voelden als bamboestokken'', zegt Edward de Ruiter (35). ,,Ik weet echt niet waar het aan ligt. De voorbereiding liep perfect. Ik wilde mijn Nederlandse titel verdedigen en helpen een goede prestatie voor het Nederlandse team neer te zetten. Dat zou het ultralopen binnen de atletiekunie een betere positie hebben gegeven. Daardoor zou er ook wat meer geld naar onze tak van sport komen. Ik voel me echt kloten, want ik liep ook nog voor eigen publiek.''

De Ruiter liep in de afgelopen maanden afstanden tot 350 kilometer per week om zich voor te bereiden op de honderd van Winschoten. Veel meer kilometers dan sommige andere ultralopers in de benen hadden. De Sloveen Miroslav Vindis, die in 1988 de marathon van New York liep in 2 uur en 13 minuten, trainde bijvoorbeeld per maand maar 500 kilometer voor Winschoten. ,,Ik heb niet meer tijd, omdat ik eigenaar van een restaurant ben'', aldus de Sloveen, die in Winschoten derde werd. ,,Maar op basis van mijn natuurlijke snelheid kan ik nog een heel eind komen.''

Volgens de coach van de Nederlandse ultralopers, Gerrit van Rotterdam, lijkt het programma van De Ruiter zwaarder dan het is. ,,Op de meeste trainingen moet je moeiteloos lopen en je niet uitputten. De volgende dag moet je immers weer lopen. Je moet zeker niet afzien. Ook tijdens de wedstrijd overheerst er een gemoedelijke sfeer. De atleten lopen niet tegen elkaar, maar tegen zichzelf. In de eerste helft van de wedstrijd kletsen ze veel met elkaar en blijven ze in groepjes. Je moet je ontspannen. Het lopen over deze afstand is net als het verzamelen van 25 bakstenen van elk een kilo. Door je in het begin te ontspannen, kun je zorgen dat je de meeste stenen pas laat oppikt. Je moet zorgen dat de onvermijdelijke 25-ste steen pas in de slotfase in je bagage komt.''

De Ruiter leek in Winschoten echter helemaal niet ontspannen. Hij was bevreesd in de laatste week voor de wedstrijd een virus te pakken te krijgen. ,,Als ik voorwerpen van anderen aanpakte, deed ik er een doekje om heen. Ik was ook bang om tijdens de wedstrijd te stoppen om te plassen. Om het ritme niet te verliezen, heb ik het daarom maar in mijn broek gedaan. Zoals een paar Fransen na een stop bij een boom weer gelijk hun ritme te pakken hadden, dat kan ik niet.''

Op een goede dag had De Ruiter wellicht in de buurt van de medailles kunnen komen, maar in Winschoten overheersten atleten uit Oost-Europa. Van de beste tien kwamen er zeven uit dat deel van de wereld. Volgens Van Rotterdam heeft dat te maken met het prijzengeld. ,,De winnaar van een race zoals deze kan 3.500 gulden opstrijken. Voor een Nederlander is dat een extraatje, maar voor de mensen uit het oosten zijn dat bedragen waar ze graag voor willen lopen.'' Volgens Van Rotterdam is het wachten op de komst van Afrikanen, die zich nog niet serieus met ultralopen bezighouden.

Binnen de Nederlandse atletiekunie KNAU en het Internationale Olympisch Comité (IOC) wordt de organisatorische en financiële aandacht nadrukkelijk gericht op atleten die op de olympische nummers de wereldtop kunnen halen. Daarom zal de rol van het ultralopen in Nederland voorlopig bescheiden blijven, ook al had Van Rotterdam, die op onkostenbasis voor de bond werkt, gehoopt met een sterke klassering van zijn mannen de status van het lange duurwerk in Nederland wat op te krikken. Dat plan mislukte in Winschoten, omdat ook de op papier tweede Nederlander de finish niet haalde. Veron Lust zakte na 94 kilometer in elkaar. Zijn lichaamstemperatuur bleek toen tot 34 graden te zijn gedaald. De veteraan Wim Epskamp (47) uit Hoofddorp, die als twaalfde aankwam, mag zich daarom nationaal kampioen noemen.

Langs de weg in Winschoten zegt Gerard Nijboer, wegcoach van de KNAU, met respect naar de ultralopers te kijken. ,,Ik heb zelf nooit de ambitie gehad om me na de marathon op het langere werk te storten. Maar ik heb veel bewondering voor de mentale kracht die de lopers moeten opbrengen. Het is jammer dat de ploeg niet kan meekomen met de Europese top.''

De race in Winschoten werd gewonnen door de Rus Vladimir Netreba. Hij sloeg in de slotfase met een indrukwekkende versnelling een aanval af van de voor dit duurwerk nog jonge Attila Vozar (27). De Hongaar was in de voorlaatste ronde van tien kilometer door de voor de gelegenheid feestelijk versierde straten van Winschoten en Heiligerlee vier minuten op de Rus ingelopen en keek hem toen even in de rug. Op de meet bedroeg Netreba's voorsprong twee minuten. Met 6 uur en 45 minuten bleef de winnaar ruimschoots boven zijn persoonlijk record van 6.30 uur en het parcoursrecord van de Belg Jean Paul Praet van 6.16 uur.

De Winschoters koesteren hun Run. Het evenement staat ruim een kwart eeuw op de kalender. Tradities alleen zijn echter niet genoeg, weten ze in Oost-Groningen. Om het gebeuren nieuwe impulsen te geven, wordt de agenda voor volgend jaar verbreed. Er wordt dan ook een marathon gelopen.