Backste backbencher

De `backste backbencher' van het CDA in de Tweede Kamer is hij sinds vanochtend, Jaap de Hoop Scheffer, de derde CDA-leider op een rij die door zijn partijgenoten ten val is gebracht. En het ging nét zo goed, de laatste weken. Jarenlang was de fractieleider van het CDA in de Tweede Kamer, als David tegen de paarse Goliath, gehoond en bespot om zijn soms verwonderlijk optreden: kansloze pogingen om de ministers Borst en De Grave met moties van wantrouwen heen te zenden bijvoorbeeld.

Bijna vier jaar lang mislukte het drijven van een wig tussen de paarse partners. Maar met de Algemene Politieke Beschouwingen vorige maand braken er voor De Hoop Scheffer betere tijden aan: de PvdA van Melkert speelt graag met de gedachte dat er na de verkiezingen ook andere mogelijkheden zijn dan voortzetting van de paarse coalitie. Dat bood kansen.

In het Kamerdebat wist De Hoop Scheffer (1948) de geboden opening aardig te benutten en de indruk te wekken dat links en het CDA zaken konden doen. Zijn wat rechtse uitstraling – oud-diplomaat, Leienaar, altijd keurig in het pak – bleek daarvoor geen beletsel.

De liefste wens van het hogere CDA-kader, terug in een kabinet, leek sinds enkele weken duidelijk dichterbij gekomen. Maar helaas: in de lagere regionen van de partij, waar de kennis van het Haagse handwerk de laatste jaren duidelijk is afgenomen, openbaarde zich alsnog een fronde tegen De Hoop Scheffer, waardoor deze, luttele dagen nadat hij door het CDA als lijsttrekker op het schild was geheven, alsnog dat ambt en het fractieleiderschap moest opgeven. Dat De Hoop Scheffer zélf eveneens in 1997 aan top was geraakt door de val van Enneüs Heerma, lijkt daarbij een schrale troost. De Hoop Scheffer rest, zo te zien, slechts de weg terug naar de diplomatie.