Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politiek

De Westerse `verlossers' van Sierra Leone

Nergens ter wereld lopen zo veel hulpverleners elkaar voor de voeten als in Sierra Leone. Ze trekken zich van de regering niks aan en lossen de problemen van het land niet op.

Op de stoep van de Amerikaanse hulporganisatie World Hope in Freetown, Sierra Leone, liggen bloedende patiënten van de eveneens Amerikaanse organisatie Feed My Lambs. Feed My Lambs heeft ze een week eerder geopereerd. De behandelingen waren gratis, maar aan nazorg voor de patiënten is niet gedacht. Toen hechtingen lossprongen en infecties openbarstten, waren de chirurgen van Feed My Lambs alweer terug in Amerika. ,,Verregaande roekeloosheid'', oordeelt World Hope, dat een verpleegster inhuurt om bloedingen te stelpen.

De Britse Coker Foundation biedt aan Sierra-Leoners gratis cursussen tekstverwerking aan. Plaatselijke onderwijsinstellingen in de wijde omgeving die wèl cursusgeld vragen, zien hun studenten overlopen, moeten docenten ontslaan en de poorten sluiten. ,,Eigen schuld'', zegt Miss Coker, directrice van de stichting. ,,Moet je maar niet commercieel willen zijn in zo'n arm land als Sierra Leone.''

Begon de strijd in Sierra Leone tien jaar geleden als een van Afrika's meer dan twintig `vergeten' oorlogen, ongeveer zes jaar na de eerste aanval van rebellen op Sierra-Leoons grondgebied deed de `Geamputeerden-factor' zijn intrede, zoals hulpverleners dat fenomeen noemen. Beelden op CNN van Sierra-Leoners wier armen of benen door rebellen waren afgehakt, kwamen voor internationale fondsenwervers als een geschenk uit de hemel. ,,Voor weinig doelen was het zo makkelijk om geld in te zamelen'', zegt Ebenezer King, coördinator non-gouvernementele organisaties van het Sierra-Leoonse ministerie van Ontwikkeling. Hij spreekt met een mengeling van trots en gêne.

,,Wij vrezen dat er hier wel duizend hulporganisaties aan het rondfladderen zijn'', zegt Gladys Carroll, van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) in Freetown. Hoeveel geld de internationale hulporganisaties in totaal hebben ingezameld voor Sierra Leone, is zelfs bij benadering niet vast te stellen. ,,Organisaties die hier komen, weigeren zich door ons te laten registreren'', zegt regeringsvertegenwoordiger King. Het ministerie van Ontwikkeling heeft tot nu toe de werkplannen van slechts 110 van de geschatte 1.000 ngo's op nut en waarde kunnen beoordelen. Zo weinig meldden zich er voor een verplichte werkvergunning.

,,Het is ons geld. De regering kan ons de wet niet voorschrijven'', krijgt het ministerie te horen. ,,Ze hebben helaas gelijk'', zegt King zuur. De regering van het armste land ter wereld is niet in de positie om aan geldgevers eisen te stellen. Op enige duizenden kilo's koffie en nog wat diamanten na, wordt er in Sierra Leone niets meer verhandeld. Mijnen zijn gesloten, fabrieken geplunderd en investeerders verdwenen. Voor de helft van zijn uitgaven is Sierra Leone afhankelijk van buitenlandse donoren. De vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Freetown becijferde dat veertig procent van het nationale inkomen bestemd is voor de post `nationale veiligheid', zijnde leger, politie en ontwapeningsprogramma's. Vijftig procent gaat op aan de aflossing van rente op schulden. Voor ontwikkeling, herstel en welzijn blijft niets over. Op deze terreinen hebben buitenlandse hulpverleners het rijk alleen.

Max Chevalier, tot voor kort werkzaam voor Handicap International, beschrijft de praktijk van de wetteloosheid. ,,Je landt dus gewoon op het vliegveld van Freetown, huurt een auto, plakt een sticker met je logo op de voorruit en bent in zaken. Niemand in Freetown stelt vragen, controleert diploma's of vraagt naar een werkplan. Je gaat je gang, of je er verstand van hebt of niet.''

Een medewerkster van het Amerikaanse International Rescue Committee telde 75 verschillende modellen waterpomp in door bijna zovele hulporganisaties geslagen putten. Voor geen van de 75 modellen zijn in Sierra Leone reserveonderdelen te vinden. ,,Niet nadenken voordat je komt en star de eigen agenda doordrukken'', volgens haar is dat de aanpak van de meeste hulporganisaties.

In een recent rapport spreekt ook de Europese Commissie de vrees uit dat de buitenlandse giften, inclusief die van de EU zelf, niet bijdragen aan duurzame oplossingen. Aan de oorzaken van de oorlog — het falende bestuur en duizelingwekkende armoede - doen de hulpverleners weinig of niets.

In dit licht vindt regeringsvertegenwoordiger King het extra wrang dat het gros van de ngo's weigert aan de Sierra-Leoonse eis te voldoen om in hulpprojecten maximaal vijf banen aan buitenlanders te geven. Al het andere werk moeten ze aan Sierra-Leoners gunnen. Het argument dat maar weinig Sierra-Leoners voldoende zijn opgeleid, veegt King van tafel. ,,Dan leiden ze ons maar op. Dat zou pas echte hulp zijn.''

Ook vandaag moesten de medewerkers van het Sierra-Leoonse ministerie van Ontwikkeling zich weer door het trappenhuis omhoog hijsen naar hun kantoorkamers op de negende etage van het regeringsgebouw Youji in Freetown-centrum. Vaak moeten de bestuurders het urenlang zonder elektriciteit -en zonder liften- doen. De boekjes met richtlijnen voor ngo's zijn op en zullen wegens geldgebrek voorlopig ook niet bijgedrukt worden. Een wereld van verschil met de airco-kantoren en de computernetwerken die de hulporganisaties ter beschikking hebben, met de Landrovers en helikopters waarmee internationale vip's langs buitenlandse hulpprojecten touren. Je zou vergeten er in Sierra Leone ook een regering is. Volk en donoren verwachten of eisen van de overheid bijna niets meer. ,,Niemand die nog roept om goed bestuur. Iedereen staart zich blind op ngo's, dat zijn de verlossers'', zegt een medewerkster van de Amerikaanse organisatie US Aid. ,,Een minister in Sierra Leone heeft een maandsalaris van 500 Amerikaanse dollar. Ngo-directeuren incasseren meer dan het tienvoudige per maand. Mag jij zeggen naar wie de internationale gemeenschap eerder luistert'', zegt King. De overheid gelooft niet eens meer in zichzelf. ,,Onze ministers zetten tegenwoordig overal ongelezen een handtekening onder'', zegt King.

Nergens ter wereld liepen ooit zoveel hulpverleners elkaar voor de voeten. ,,Ze gaan allemaal hun eigen koninklijke gang'', zucht King. Hij denkt dat zeker zeventig procent van de ingezamelde fondsen bestemd zijn voor noodhulp: korte termijnprojecten, zoals latrines graven en voedsel uitdelen in vluchtelingenkampen. Het is een geldstroom die droogvalt als de noodsituatie voorbij is. ,,Ik durf er niet aan te denken hoe weinig hulp er straks overblijft'', zegt King.