Ahmed Aboutaleb wil een generaal zijn

Voor Nederlanders is Forum-directeur Ahmed Aboutaleb de ideale vertegenwoordiger van de islamitische gemeenschap, nu de spanning tussen moslims en niet-moslims in Nederland toeneemt. Al gaat hij voor zijn achterban nogal eens ,,te snel''.

Aan de muur van zijn ruime werkkamer, op het `instituut voor multiculturele ontwikkeling' Forum in Utrecht, hangt een grote kleurenfoto. Bruingele bergen met lemen hutjes ertegen, helemaal onderin wat struiken. ,,Zoiets'', was het geboortedorp van Ahmed Aboutaleb, ,,maar dan zonder het groen.'' Aboutaleb is geboren in 1961 in Beni Sidel, in het oostelijk deel van het Marokkaanse Rifgebergte. Als hij eraan terugdenkt, ziet hij ,,een koe, een ezel, een waterput en heel veel stenen''.

Tegen de andere muur van de kamer staat de televisie ,,permanent aan''. In stilte voltrekt zich op CNN voor de zoveelste keer de aanslag op de torens van het World Trade Center. Amerika is getroffen, maar de scheuren lopen door tot in de bodem onder veelkleurig Nederland. De spanningen tussen moslims en niet-moslims lopen op. En wie kan ze wegnemen? Wie wast de Marokkaantjes de oren die in Ede om Bin Laden juichen? Wie bezweert tegelijkertijd de `kleine terreur' van opgewonden Nederlanders die hun wantrouwen jegens moslims nu de vrije teugel laten?

Voorlopig is Ahmed Aboutaleb het Nederlandse antwoord. De Forum-directeur (sinds 1998) heeft direct publiekelijk het gejuich in Ede veroordeeld. Voortdurend treedt hij op in discussieprogramma's om geduldig uit te leggen dat de islam geen religie van louter extremisten is.

Aboutaleb is ,,de ideale vertegenwoordiger van de Nederlandse islam in de ogen van de Nederlandse beleidsmakers'', zegt Hugo Fernandes Mendes. Die had als directeur Integratiebeleid op het ministerie van Binnenlandse Zaken tot ruim een jaar geleden regelmatig met de Forum-directeur te maken. ,,Hij is, ook door zijn verleden als voorlichter en journalist, bij uitstek geschikt voor zo'n bindende functie. En hij is zo Nederlands als wat.''

,,Hij is wel geïntegreerd, maar niet geassimileerd'', preciseert Ali Eddaoudi, schrijver van onder meer Marokkaanse jongeren, daders of slachtoffers (1998). Volgens hem hebben Kamerleden van Marokkaanse afkomst, zoals Arib of Cherribi, geen wortels meer in de Marokkaanse gemeenschap. ,,Als je assimileert, lever je je eigen identiteit in, je cultuur en religie. Dan sta je bijna gelijk aan een witte Nederlander.''

Voor Hedy d'Ancona is Aboutaleb de vleesgeworden wereldburger. Hij was haar persvoorlichter toen ze in het derde kabinet-Lubbers minister van Welzijn Volksgezondheid en Cultuur was. Zij luisterde altijd naar hem, want waarover het ook ging, ,,zijn oordeel was interessant''. Zij noemt Ahmed (nadrukkelijk corrigeert zij de uitspraak Ach-med) hét voorbeeld van `een volstrekt geslaagde integratie'. ,,Hij is islamiet en doet vol overtuiging aan de Ramadan, maar daarnaast is hij ontzettend ingeburgerd.''

In stemmig grijs en met zijn beheerst rode das oogt Aboutaleb kosmopolitisch. Toch is hij – al kent hij er zo gauw geen equivalent voor in zijn taal, het tamazight, de taal van de Berbers – ,,uit de klei getrokken''. Zonder enige ironie zegt hij: ,,Ik was een boerenkinkel''.

Tot zijn twaalfde, dertiende moest Ahmed iedere dag, met de muilezel, zo'n vijf kilometer buiten het dorp water halen. Vader was imam en werd eens per jaar `uitbetaald' met een deel van de oogst: graan of olie.

Aboutaleb was niet zo lang geleden met zijn gezin in zijn geboortedorp. Zijn oudste dochter, Yasmina (14), vroeg `papa, wat was jouw kamer?' ,,Maar ik had geen kamer. We hadden een gastenvertrek, daar rolde ik een mat uit en ging slapen.'' Daar luisterde hij naar de radio. Zijn favoriete programma: een hoorspel over een goedaardig spook dat ten strijde trok tegen het Kwade.

Aboutaleb, die na het schooltje in Beni Sidel naar een internaat `voor de allerarmsten' ging, heeft zich in de armoede van zijn jeugd staande gehouden met studeren. Naar eigen zeggen heeft hij altijd alles wat met school te maken had, serieus genomen. Zo kent Ahmed Moktari hem ook. Toen hij hem ontmoette in 1979 in Den Haag waar Moktari groepsleider was, viel Ahmed hem al op. ,,Hij was jong, pas drie jaar in Nederland en al zo actief.'' Moktari, nu voorlichter bij de gemeente Rotterdam, vond Aboutaleb `volwassen voor zijn leeftijd'. ,,Ik ging nog de jongere uithangen, Ahmed was altijd serieus.''

Dat is ook het beeld dat Aboutaleb zijn dochter graag voorspiegelt: `De jongens op het schoolplein waren altijd bezig met stoer doen en hun brommers laten zien. Daar deed ik nooit aan mee. Ik was altijd aan het leren.' Hahaha, zegt Yasmina in het Algemeen Beschaafd Jeugd-Nederlands, waarin de r als een w klinkt en de ij als een ai: ,,Hij zegt ook dat hij nooit meedeed aan de mode. Nou, ik heb foto's gezien waar hij toch behoorlijk modieus opstond.''

Het resultaat is hoe dan ook een indrukwekkende lijst van activiteiten en banen, variërend van zijn technische opleiding tot werk als journalist en voorlichter. Ieder baantje is van betrekkelijk korte duur. Hij ging vaak ,,na twee jaar weer een deur verder kijken'', zoals een van zijn werkgevers het uitdrukt. Oud-PvdA-voorzitter Felix Rottenberg, die hem kent uit één van de tientallen commissies of werkgroepen waar Aboutaleb in gezeten heeft, zegt: ,,Ahmeds cv is het resultaat van een gedisciplineerdheid, een zelfinzicht en een volharding die bijna vooroorlogs is. Wat zeg ik, de groep waar hij uit komt, ís qua positie en emancipatie vooroorlogs. Ik word blij als ik naar zulke mensen kijk.''

Het huis van Ahmed en Khaddouj Aboutaleb staat in een van die nieuwe wijkjes in de Randstad, waar de bomen tegelijk worden geplant met de kunstwerken. In hun wijk zijn het bessenboompjes, in dubbele rijen op een tiental perkjes, elk perkje afgezoomd met een sokkel en een hel kunstwerk erop. Een bordje zegt dat je hier je hond niet mag uitlaten. Het huis zelf ziet geel en blauw.

Vroeger, zegt Khaddouj (`Kadoesj') Aboutaleb, woonden we in Kijkduin, tegen de duinen aan. Liepen we 's avonds naar zee. Dat mist ze wel, ze is opgegroeid in Tanger, aan de Middellandse-Zeekust. En het is ook wel een erg witte buurt, vergeleken met Kijkduin. Er wonen welgeteld twee Marokkaanse gezinnen. Maar dit hebben we ervoor teruggekregen, zegt Khaddouj terwijl ze naar de bessenboompjes gebaart. ,,Je moet niet achteruit kijken.''

De telefoon gaat. ,,Ik bel je zo'', zegt ze in het apparaat. Nederlands, met een licht maar onmiskenbaar Haags accent. ,,Dat was mijn zuster.'' En met háár spreekt ze Nederlands? ,,Ja, jammer hè? Dat is steeds meer zo gegaan. Ook met mijn kinderen. Met mijn oudste, Yasmina, sprak ik in het begin bewust Arabisch. Tot ik hoorde dat je kind daar leerachterstanden van oploopt.''

Khaddouj (36) studeert pedagogiek en werkt twintig uur per week in overgangshuis voor kinderen die uit een psychiatrisch ziekenhuis komen. Daarbij is zij de huisvrouw. Want ,,Ahmed is altijd druk, altijd weg. Hij ziet de kinderen soms dagen achter elkaar helemaal niet. Ik draai er thuis alleen voor op. Ahmed begint vaak wel aan klusjes – dingen repareren, daar is hij handig in – maar hij legt ze meestal halverwege weer terzijde en zegt: dat doe ik later wel. En dan doet hij het dus nooit.''

Zijn werk bij Forum moet, volgens Khaddouj, wel een roeping zijn. ,,Hij staat altijd klaar voor anderen. Is hij net thuis, gaat de telefoon. Een vereniging van moslim-studenten die vraagt of hij een lezing wil geven. Dan kijkt hij in zijn agenda en zegt: ja, het kan. Moet dat nou? `Ze vinden dat ik het goed doe', zegt hij dan. Ik denk alleen maar: kunnen ze nou nooit eens een ander vragen?''

Nee, want Aboutaleb is zich uitermate bewust van zijn voorbeeldfunctie als dé Multiculturele Nederlander. Hoewel hij naar eigen zeggen vroeger enthousiast voetbalde, heeft hij het zijn zoon Nadir (13) verboden, vertelt zijn vrouw. Dit onder het motto `voetbal is voor a-socialen'. Ze geeft nog een voorbeeld. Een keer kwam een neefje langs. Het regende, maar zijn haar was niet nat. Hij was met de auto van zijn moeder gekomen, terwijl hij zijn rijbewijs nog niet had. ,,Ik zei: begrijp je niet hoe gevaarlijk dat is? Je had wel een ongeluk kunnen maken.'' Later kwam Ahmed het te weten en die was nog bozer – en om een andere reden, vertelt ze. ,,`Dat kun je niet maken', zei hij. `Als de politie je had aangehouden! Je draagt mijn naam!'''

Hoge bomen vangen veel wind. Dat voelt Aboutaleb, zegt Rabiaa Bouhalhoul, beleidsmedewerker bij de gemeente Rotterdam. Ahmed komt uit een deel van Marokko dat slecht bekend staat, zegt Bouhahoul. ,,Het is alsof hij met zichzelf heeft afgesproken om te laten zien dat het ook ánders met je kan aflopen als je uit die streek komt. Hij moet altijd strijd leveren met zichzelf.''

Fernandes Mendes vergelijkt Aboutaleb met andere migranten die zich een comfortabele positie verwerven en vervolgens ,,geen enkele verantwoordelijkheid nemen als ze zien dat jongeren met dezelfde achtergrond de verkeerde kant opgaan''. Aboutaleb neemt die verantwoordelijkheid wél, volgens Fernandes Mendes, ,,ook omdat hij zelf merkte toen hij pas in Nederland was, hoe gemakkelijk het is om van het goede pad af te raken.''

Als een Marokkaan vanuit zijn eigen `netwerken' overstapt naar de Nederlandse beleidsbolwerken, krijg je weerstand, zegt Bouhalhoul. ,,Vanuit de eigen omgeving voelen mensen zich tekortgedaan. Er zijn mensen die vinden dat hij te weinig van zichzelf laat zien. Dat hij zakelijk is, een harde.'' En het is waar, zijn zachte kanten slikt hij in, zegt Bouhalhoul. ,,Hij probeert zijn kwetsbaarheden te verbergen. Dat geeft een bepaalde spanning tussen hem en de Marokkaanse bevolking, maar ook tussen hem en de Nederlanders.''

De spanning tussen hem en sommige Marokkanen kwam vorig jaar tot uitbarsting toen Aboutaleb lid werd van de Hoge Raad voor Economische Ontwikkeling en Planning, een adviesorgaan voor het bewind in Marokko. De Marokkaanse overheid heeft een soms bedenkelijke traditie van het in de gaten houden van onderdanen in Europa. Vandaar dat deze stap niet overal in de Marokkaanse gemeenschap even goed viel.

Halim el Madkouri, coördinator van het Samenwerkingsverband van Marokkanen en Tunesiërs, verweet het Aboutaleb heftig in de Volkskrant van juni vorig jaar: ,,Dit staat haaks op het Nederlandse beleid. Dit streeft naar volledige integratie van etnisch-culturele minderheden (Marokkanen ook) in de Nederlandse samenleving. Forum moet de Nederlandse overheid bijstaan middels advies en projecten om dit doel te realiseren. (..) Ik (vrees) dat door deze belangenverstrengeling de bestuurlijke loyaliteit in het geding komt.''

Ahmed antwoordde dat hij twee keer per vijf jaar in de genoemde raad iets mag zeggen over zaken als infrastructuur, onderwijs en mensenrechten. Een relatie met integratievraagstukken van Marokkanen is niet aan de orde. Zijn gezicht verstrakt nog als hij er weer naar wordt gevraagd. Hij zegt dat hij, voor hij toetrad tot de raad, eerst overal ook in Nederland advies heeft ingewonnen. Pas nadat alle politieke gevangenen waren vrijgelaten, nadat de families van de slachtoffers een schadeloosstelling hadden gekregen en de verantwoordelijke minister weg was, zegt hij, is hij toegetreden. Nu is zijns inziens de weg vrij om `de trein die vooruitgang heet vooruit te duwen'. ,,En dan zou ik me nu niet meer kunnen inzetten voor integratie van Marokkanen in Nederland?''

Soms waarschuwde topambtenaar Fernandes Mendes Aboutaleb, juist voor dit soort zaken: `Je gaat te snel voor je achterban. Je loopt te snel.' ,,Ahmed probeert een brug te slaan tussen Nederlanders en nieuwe Nederlanders. Hij heeft daar ook een visie op. Die wil hij uitdragen. De keerzijde is dat hij te uitgesproken is om een echte bruggenbouwer te kunnen zijn. Hij wil generaal zijn.''

Hij schuwt confronterende uitspraken niet. In een interview met deze krant, twee jaar geleden, zei hij over de eerste generatie Marokkanen: ,,Je moet zeggen, ook al klinkt het hard, we schrijven deze ouders af als het gaat om betrokkenheid bij het onderwijs.'' Fernandes Mendes had het ook gemerkt: Aboutaleb kiest nadrukkelijk voor de jongere generatie.

Bouhalhoul vergelijkt Aboutaleb met Mohamed Rabbae, voormalig directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders en voormalig `gezicht' van multicultureel Nederland. ,,Mohamed komt veel toegankelijker over dan Ahmed, is flexibeler. En hij geeft niet het idee verre ambities te koesteren. Ahmed wel.''

Khaddouj Aboutaleb: ,,O, dit is nog maar het begin. Ahmed zou, denk ik, wel burgemeester willen worden.''

Felix Rottenberg: ,,Hij kan zo in de eredivisie worden opgesteld als topspeler: minister, burgemeester van Amsterdam.''

Khaddouj: ,,Ik geloof niet dat Nederland daar al klaar voor is. Misschien duurt het nog wel twintig jaar eer iemand als Ahmed burgemeester van Amsterdam kan worden.''