Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Als het er maar schoon uitziet

Een schoonmaakster kun je niet nadoen, je doet het echt of je doet het niet, vindt Barbara Ehrenreich. Ze deed het, als een Amerikaanse Günter Wallraff, en schreef een onthullend boek over het onderste deel van de Amerikaanse arbeidsmarkt.

Twee jaar geleden zat de Amerikaanse journaliste Barbara Ehrenreich te lunchen met de hoofdredacteur van het maandblad Harper's, Lewis Lapham, toen een van haar stokpaardjes ter sprake kwam: armoede. Hoe zouden de miljoenen bijstandsmoeders die na de bijstandshervorming plotseling de arbeidsmarkt op moesten de eindjes aan elkaar knopen, vroegen de twee journalisten zich af. Onder de nieuwe Amerikaanse bijstandswet, in 1996 bekrachtigd door president Clinton, krijgen alleenstaande moeders geen uitkering meer zodra hun kind twee jaar oud is. Dat betekent, in het slechtste geval, dat ze van een uurloon van ten hoogste zeven dollar een gezin moeten onderhouden. `Iemand zou eens de ouderwetse vorm van journalistiek moeten doen', zei Ehrenreich. `Gewoon, erop uitgaan en het aan den lijve ondervinden.'

Het gevolg van die lunch – Ehrenreich noteert wat er in het restaurant geserveerd werd, namelijk zalm met seizoensgroente – was dat zij er zelf op uit ging, in plaats van een jonger, gretiger iemand met `meer tijd' omhanden, zoals ze eigenlijk voor ogen had. Armoede was dan ook geen onderwerp waar de politiek-correcte intellectuele voorhoede zich erg druk over maakte. Het is niet sexy, het is niet nieuw.

Loonarbeider

Ehrenreich is een in de VS gerenommeerd journaliste die publiceert in Time en het New York Times Magazine. Ze heeft meer dan tien boeken op haar naam. Ze is ook iemand die het activisme niet schuwt en vrijwel altijd de kant van de underdog kiest. Met name de vrouwelijke underdog, want Ehrenreich is een ouderwetse feministe, een exponent van de babyboom-generatie.

De artikelen die zij vervolgens voor Harper's schreef over haar ervaringen als loonarbeider groeiden uit tot een boek, dat als commentaar op de tweedeling in de Amerikaanse maatschappij meelift op de populariteitsgolf van de anti-globaliseringsbeweging.

Helemaal thuis in het het rijtje hedendaagse critici dat omhoog kijkt naar de merkverkopende multinationals, is Ehrenreich echter niet. Met Nickel and Dimed: On (Not) Getting by in America staat ze ook in een lange traditie van journalisten die zich vereenzelvigen met de onderkant van de samenleving. In The Road to Wigan Pier beschreef George Orwell de extreme armoede van Engelse mijnwerkersfamilies – Ehrenreichs vader was ook een mijnwerker, schrijft ze bij wijze van geloofsbrief. Begin jaren tachtig vermomde Günter Wallraff zich als Turk om de werkomstandigheden van Turkse immigranten in Duitsland in Ik, Ali aan de kaak te stellen, en Stella Braam deed in De blinde vlek van Nederland (1994) verslag van haar leven als ongeschoold arbeidster in Nederland.

Ehrenreich wil niet weten hoe het `echt voelt' om helemaal onderaan de ladder te staan. Ze heeft geen literaire pretenties, ze wil alleen vaststellen of het mogelijk is om rond te komen van een minimumloon.

Fanfare

Bijna detig procent van de Amerikaanse beroepsbevolking verdiende in 1998 een uurloon van acht dollar of minder. `Iedereen kan doen wat ik deed', is Ehrenreichs nuchtere conclusie. `In feite doen miljoenen Amerikanen het iedere dag, met veel minder fanfare en gedraal.' Nickel and Dimed is dan ook geen verslag van een `undercover avontuur vol doodsverachting', vindt Ehrenreich, want een schoonmaakster kun je niet spélen, je doet het of je doet het niet.

Ehrenreich serveert, poetst, stofzuigt, voert demente bejaarden in een verzorgingstehuis, vult afwasmachines, vouwt truien en ruimt in een Wal Mart de troep van klanten achter hun kont op. Tussendoor zoekt ze naar betaalbare woonruimte. In Portland, Maine, waar alleen motels goedkoop onderdak bieden, in Key West, Florida, waar `ik met een schok besef dat trailer trash een demografische categorie is geworden om naar te streven', en in Minneapolis, Minnesota, waar arme gezinnen de helft van hun inkomen kwijt zijn aan woonlasten. Dat ze niets vindt, ligt niet aan haar. In de VS is het aanbod betaalbare appartementen de afgelopen tien jaar dramatisch gedaald, van 47 stuks per honderd huishoudens in 1991 naar 37 in 1997. In het rijkste land ter wereld wonen de armen in motels. `Er zijn geen geheime kostenbesparingen waar de armen van rondkomen', schrijft Ehrenreich. `Integendeel, er dienen zich allerlei extra kosten aan. Als je de huur niet twee maanden vooruit kan betalen voor de aanbetaling van een appartement, betaal je veel te veel voor een kamer voor een week. Als je alleen een kamer hebt, met als het meezit een kookplaat, kun je niet sparen. [...] Dan moet je fast food eten of hotdogs en bekers soep die je in een magnetron kan opwarmen.'

Echt interessant wordt het als `Barb', zoals ze in een restaurant in Florida heet, de totalitaire praktijken van werkgevers beschrijft waaraan Amerikaanse wage slaves zich moeten onderwerpen, maatregelen die in Nederland ondenkbaar zijn. `Persoonlijkheidstesten', `opiniepeilingen', de vernederende drugstesten, het hoort allemaal bij een sollicitatieprocedure, en wie niet meedoet, vindt geen werk. De eerste salarisstrook wordt automatisch ingehouden om te verhinderen dat de nieuwe collega meteen de benen neemt. Even niets doen heet time theft. En aan elke functie gaan instructievideo's vooraf die het karakter aannemen van visuele driloefeningen: om schoonmaakster te worden bij schoonmaakketen The Maids krijgt Ehrenreich video's over afstoffen en stofzuigen voorgeschoteld. De enge standaardisering die we in Europa hoofdzakelijk van McDonald's kennen blijkt de norm waar zo'n beetje alle Amerikaanse bedrijven naar streven. `Ik vind de video's over keukens en badkamers verbijsterend, en het duurt een paar minuten voordat ik besef waarom: er wordt geen water, of bijna geen water gebruikt. [...] Bij The Maids moet je niet zozeer schoonmaken als het er laten uitzien alsof er is schoongemaakt, niet iets proper maken als wel een soort toneeldecor voor het gezinsleven creëren. En het decor waaraan Amerikanen de voorkeur geven is alleen steriel in metaforische zin, als motelkamers of de nepinterieurs waarin soaps en sitcoms zich afspelen.'

Avontuur

Ehrenreich is een scherp observator en een soepel schrijfster met gevoel voor humor en understatement. Van een weinig opwindende boodschap – de onzichtbare onderklasse in de VS heeft het zwaar – maakt ze een avontuur dat geen moment z'n vaart verliest. Het is jammer dat ze zo druk is met het noteren van onrechtvaardigheden dat ze haar collega's vergeet te vragen wat die er zelf van vinden. Dat past niet in haar opzet omdat ze als `wetenschapper' te werk wil gaan. Maar als ze meer vragen had gesteld aan de mensen om haar heen, was Nickel and Dimed misschien minder eendimensionaal geworden. Hoewel: Ehrenreich is een activist van de oude stempel, met een op Marx geïnspireerde strijdvaardigheid die in de VS weer salonfähig begint te raken. Ze heeft bepaald geen last van het politiek-correcte geschipper dat veel Amerikaanse sociale kritiek halfslachtig maakt. Daar staat tegenover dat ze doorslaat in haar vijanddenken: de middenklasse bestaat alleen uit hebzuchtige egoïsten, managers zijn niet te vertrouwen, enzovoorts.

Nee, zelf zou ze nóóit een schoonmaakster nemen, `omdat ik zo'n soort verhouding niet met een ander mens wil hebben'. Soms lijkt ze te willen zeggen dat dit soort werk niet eens zou mogen bestaan. Ehrenreich kan ternauwernood de neiging onderdrukken om de ruiten in te gooien van de woningen die ze net heeft gepoetst, overweegt een aanrecht `schoon te maken' met de zeem waarmee ze net de wc heeft gedaan. Maar haar collega's voelen zich helemaal niet benadeeld; hun droom is exact dezelfde als die van de middenklasse, ze hopen allemaal dat ze op een dag ook zo'n mooi huis kunnen kopen. Dat maakt van Ehrenreichs kruistocht een tragische strijd, maar gelukkig verliest ze niet uit het oog waar het haar om begonnen is: te ontdekken hoe de onderklasse rondkomt van een minimumloon. Het antwoord zou iedereen moeten interesseren.

Barbara Ehrenreich: Nickel and Dimed: On (Not) Getting by in America. Metropolitan Books, 221 blz. ƒ65,55