‘Alleen heb je maar een kleine stem’

Jan Ruff-O’Herne werd tijdens de oorlog door Japanners gedwongen in een bordeel te werken. In de jaren negentig was ze een van de eerste `troostmeisjes’ die over haar geschiedenis vertelde. Vandaag is ze onderscheiden

Jan Ruff-O’Herne werd op 18 januari 1923 geboren in Nederlands-Indië. Op haar negentiende kwam ze terecht in een interneringskamp van de Japanse bezetters, later werd ze er door Japanners uitgehaald en gedwongen te werken in een bordeel, als `troostmeisje’. Negen jaar geleden heeft zij voor het eerst publiekelijk uitgesproken wat haar is overkomen. Ook heeft ze haar memoires opgeschreven in het boek 50 years of Silence. Vandaag werd zij onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, voor haar aanhoudende inzet voor seksueel misbruikte vrouwen in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Maakt de onderscheiding iets goed?

„Voor mij persoonlijk is de onderscheiding fantastisch, omdat die uit Nederland komt. In Nederlands-Indië hebben wij gevochten voor het vaderland. Zonder het nog ooit met eigen ogen te hebben gezien, koesterden we een grote liefde voor het vaderland. Toch vind ik de erkenning van het probleem belangrijker, daarvoor heb ik naar buiten gebracht wat mij is overkomen.”

Waarom heeft u pas negen jaar geleden verteld wat u is overkomen als `troostmeisje’?

„In eerste instantie was de schaamte te groot om erover te praten, maar toen ik zag dat in de oorlog in Bosnië weer hetzelfde gebeurde met vrouwen, vond ik dat ik mijn verhaal moest vertellen. De wereld moet dit weten, anders blijft het keer op keer gebeuren. Ik heb besloten om het op me te nemen, want als zoiets je overkomt moet je er iets mee doen. Met behulp van het Rode Kruis heb ik gesproken op verschillende conferenties en forums. Dit doe ik voor de slachtoffers en, ondanks dat ik oud ben, blijf ik dit doen.”

U was het eerste ‘troostmeisje’ dat de stilte doorbroken heeft, bent u een voorbeeld voor de anderen geweest?

„Ik was inderdaad de eerste Europeaan die hiermee naar buiten kwam, maar na mij zijn vele anderen mij gevolgd. Dat is heel goed dat zij dat deden, want alleen heb je maar een kleine stem.”

Zou het u alleen niet gelukt zijn?

„Natuurlijk wel. Ook al heb ik maar een kleine stem, toch helpt die mee andere vrouwen te beschermen die nu in oorlogssituaties verkeren. Het blijft namelijk voorkomen, in Oost-Timor is het ook weer gebeurd. Daarom is het nodig om het naar voren te blijven brengen. Verkrachting wordt namelijk gebruikt als wapen in oorlogssituaties en dat moet voorkomen worden.”

De Japanse regering wil geen excuses aanbieden, maar zouden excuses alleen genoeg zijn?

„Het ergste is dat de Japanse regering de geschiedenis zelfs ontkent! Zolang deze regering zit, zullen er denk ik geen excuses komen. Voor mij zouden excuses voldoende zijn, want ik krijg een pensioen. Maar Aziatische vrouwen hebben helemaal niets en daarom moeten zij compensatie krijgen voor wat hen allemaal is overkomen. Er was een privéfonds opgericht door bedrijven en particulieren om Aziatische vrouwen een compensatiebedrag te betalen. Zij hebben dat geweigerd, omdat ze het van de regering willen hebben en dat privéfonds heeft niets met de regering te maken.”