Dit is een artikel uit het NRC-archief

Terrorisme

Bush krijgt met Chirac lastige gast aan tafel

De Franse president Jacques Chirac is, vandaag, het eerste buitenlandse staatshoofd dat Washington aandoet sinds de aanslagen in Amerika.

De Franse president Jacques Chirac leek vorige week direct te beseffen dat hem vandaag in Washington een eervolle primeur te beurt valt. Ogenblikkelijk na zijn scherpe veroordeling van de aanslagen (,,monsterlijk'') liet zijn persdienst weten, dat het al langer op het programma staande bezoek aan zijn Amerikaanse ambtgenoot zou dóórgaan. Een reis naar de Balkan werd achteloos afgelast.

Begrijpelijk, gezien de ernst van de situatie, maar de gretigheid waarmee de aankondiging werd gedaan kan niet los gezien worden van de verkiezingen die over zeven maanden het lot van de Franse president gaan bezegelen. Het politieke dier Chirac heeft meteen ingezien dat de dramatische gebeurtenissen van zijn reis een diplomatieke missie van belang maken en hem de kans bieden alle schandalen rondom zijn persoon te doen vergeven en vergeten.

Dat is prompt gebeurd, volgens peilingen heeft zomaar ineens 84 procent van de kiezers vertrouwen in de president. Chiracs rivaal, premier Lionel Jospin, die meer dan eens smalend heeft vastgesteld dat ,,de regering regeert en de president (slechts) praat'', heeft het nakijken en kan zich hooguit profileren met de regie van vigipirate, een pakket binnenlandse veiligheidsmaatregelen. De andere presidentskandidaten, die vorige week net aan hun campagne waren begonnen, komen er al helemaal niet meer aan te pas.

Omdat Chirac het eerste staatshoofd van de EU- en NAVO-landen is dat George W. Bush bezoekt na de ramp, spreekt hij in Washington bijna automatisch ook namens de bondgenoten. De glans van zijn bezoek wordt er alleen maar door vergroot. De president heeft de afgelopen dagen intensief contact gehad met de regeringsleiders van Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje, Italië en België, dat op dit moment het voorzitterschap van de EU vervult. Die dringen, net als Frankrijk, allemaal aan op terughoudendheid en op acties die uitsluitend gericht zijn tegen terrorisme. Toch zijn er, in toon en woordkeuze, verschillen.

Van een va-t-en guerre, het ten oorlog trekken, moet Frankrijk niets hebben en zeker niet tegen een vijand die onbekend en onzichtbaar is. De Fransen vrezen, dat de Amerikaanse represailles leiden tot ,,een schok der beschavingen, die monsterlijke valstrik die de bedenkers van de aanslagen voor ogen moeten hebben gehad'', zoals minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine zei.

De Franse steun en solidariteit die Chirac onmiddellijk en ruimhartig heeft toegezegd is dan ook niet onvoorwaardelijk en vooralsnog louter politiek van aard. Als de Amerikanen het karwei alleen willen klaren waar de Fransen van uitgaan – dan zal Frankrijk zoveel mogelijk invloed proberen uit te oefenen op hun plannen. Vragen de Verenigde Staten om daadwerkelijke militaire bijstand van de bondgenoten, dan zijn overleg, medebeslissings- en zelfs vetorecht een conditio sine qua non voor Frankrijk.

Om te beginnen zou dan het woord ,,oorlog'' van tafel moeten. Anders dan de Britse premier Blair en premier Wim Kok hebben zowel Chirac als Jospin het o-woord zorgvuldig vermeden in hun reacties en steeds gesproken over ,,de strijd tegen het terrorisme''. Alleen Hubert Védrine (die Chirac overigens vergezelt op zijn missie) liet zich eerder op de vraag of de door de Amerikanen bij voortduring gebezigde term ,,oorlog'' de juiste is, ontvallen: ,,[...] ik zou niet weten welk woord je dan zou moeten gebruiken''. Dat kan hem in het vliegtuig naar Amerika nog op een presidentiële reprimande zijn komen te staan.

Angelsaksische landen als Amerika en Engeland zijn in Franse ogen religieus-geïnspireerd, en denken in religieuze termen van goed en kwaad. Dat is aan de historisch ,,oudste dochter'' van de Roomse Kerk niet besteed. Sinds de Revolutie is de Franse staat strikt laïque, wereldlijk. In tegenstelling tot Amerikaanse presidenten hebben die van Frankrijk het nooit over God. Het land gaat liever uit van feitelijkheden.

Er is de Fransen bovendien veel aan gelegen om een in decennia verworven krediet in de islamitische en vooral Arabische wereld niet te verspelen – al was het maar om ooit nog weer een regisserende rol te kunnen spelen op het wereldtoneel, bij voorbeeld in het Midden-Oosten. Meer dan welk ,,Westers'' land ook heeft Frankrijk geïnvesteerd in een goede verhouding met de Arabische landen. Na afloop van de Golfoorlog heeft Parijs steeds en gaandeweg nadrukkelijker gepleit voor verzachting van de sancties tegen Irak.

Over het Israëlische optreden tegen de Palestijnen is Frankrijk bij traditie kritisch en daarmee ook over wat ervaren wordt als blinde welwillendheid van Amerika ten aanzien van de joodse staat. Steeds opnieuw heeft het land het als excessief beschouwde geweld van de Israëliërs tegen stenengooiende Palestijnse jongeren gehekeld en de rechteloosheid van de Palestijnen aangewezen als de oorzaak van alle problemen. Veel Fransen doen dat ook nu nog ten aanzien van de aanslagen in Amerika.

Daarbij komt het latente anti-amerikanisme van de Fransen, die de enig overgebleven ,,hypermacht'' van de wereld, in samenzang met de Arabische landen, ,,arrogantie'' verwijten. Aan dat oordeel ligt ongetwijfeld heimwee naar de eigen leidende rol in het verleden ten grondslag, maar ook oprechte afkeer van het als tomeloos ervaren Amerikaanse mercantilisme, tevens oorzaak van de ook al verfoeide mondialisering. Het etatistische Frankrijk, dat zichzelf graag ziet als een gemoedelijke, van de pure natuur levende natie, heeft het moeilijk met het luidruchtige Amerikaanse liberalisme.

President Bush heeft vanavond dus een lastige gast aan tafel, maar ook een Amerika-lievende, goed Engels sprekende medestander. Niet voor niets zei Jacques Chirac in zijn eerste reactie op de aanvallen dat die ,,ons allemaal aangaan''. De Fransen zijn allesbehalve halfzacht en onderkennen het gevaar van het terrorisme loepzuiver en al veel langer dan de Amerikanen. Ze zijn groot voorstander van genadeloos optreden tegen extremisten. In de jaren negentig hebben ze bij herhaling te maken gehad met aanslagen van islamitische fundamentalisten en ervaring opgedaan met infiltratie en bestrijding van terroristische kringen. Daarin waren ze zó succesvol, dat veel leden daarvan het land verlieten om hun complotten elders te smeden. Met name in Amerika, dat weinig acht sloeg op de Franse waarschuwingen.