‘Zoals toen Kennedy werd vermoord’

Om negen uur had de ramp in New York nog iets overzichtelijks. Maar dat was snel voorbij. “Dit is Pearl Harbor II”, riepen mensen. “World War III.” We moesten het benoemen.

Foto Sean Adair / Reuters

Het gekrijs kwam van boven. Van het dak. Er stond een vrouw als een waanzinnige te schreeuwen. Ze stond toch niet op het punt van onze brownstone te springen?

Ik ging meteen naar buiten. Het bleek onze buurvrouw te zijn en ze was prima bij zinnen. Alleen een beetje opgewonden. Ze schreeuwde: “Een van de torens staat in brand! Hij staat in brand! Hoor je me, de toren staat in brand!”

‘De toren’ kan in New York maar één ding betekenen: een van de Twin towers, de kantoortorens van het twee keer honderdtien verdiepingen tellende World Trade Center in het zuidelijkste puntje van Manhattan. Toeristen gaan graag naar de top van de ene toren, waar ze mooi uitzicht hebben over stad en baai. New-Yorkers gaan liever naar de andere, waar ze in het bijzijn van een dj aan een cosmopolitan kunnen nippen in de cocktailbar Windows On The World. Al gauw werd duidelijk dat het die laatste was, die in brand stond.

Brand ligt verankerd in New York. Kijk maar naar de brandtrappen, naar de alomtegenwoordige brandkranen op straat, waarvoor parkeren ten strengste verboden is. Brandweermannen horen bij het straatbeeld. Op een gewone dag komt om het kwartier een luidruchtige fire truck langsgescheurd. Brand is hier niets om je druk over te maken. Daar zijn mensen voor.

Het panorama vanaf Flatbush Avenue, de verkeersader van Brooklyn, New Yorks dichtstbewoonde wijk die alleen door de East River gescheiden wordt van downtown Manhattan, was al iets verontrustender. De brandende rechtertoren was nu duidelijk te zien. Het had iets weg van een sigaar die op de verkeerde plaats was aangestoken. Een krans van vuur op driekwart hoogte. Een rookpluim die traag omhoog kringelde naar de strakblauwe hemel.

Mensen op straat hielden op met wat ze aan het doen waren - heel ongebruikelijk - en staarden naar het tafereel, in ongeloof, een landmark van hun stad was getroffen. En nog wel door een vliegtuig, zo was inmiddels duidelijk. “Welke piloot vliegt er nu op klaarlichte dag tegen een wolkenkrabber aan”, vroeg een man op weg naar kantoor zich hardop af. “Dan moet je wel heel erg dronken zijn.”

De ramp had toen, om negen uur ‘s ochtends, nog iets overzichtelijks. Haast iets gemoedelijks. Maar dat gevoel duurde niet lang. Een paar minuten later hoorden we over de radio dat de tweede toren ook was geraakt door een vliegtuig. Dat het om een zelfmoordaanval ging, onderdeel van een gerichte terreuraanslag. De grootste in de geschiedenis van de stad. En bij nader inzien van het hele land, van de hele wereld.

“Dit is zoals de dag dat Kennedy werd vermoord”, riepen mensen spontaan tegen elkaar. “Pearl Harbor II.” “World War III.” We moesten het benoemen. Ook was er instant analyse: “Amerika heeft dit aan zijn eigen arrogantie te wijten”, vond een oudere man. “Hadden ze de Palestijnen maar net zo tegemoet moeten treden als de Israëliërs.” Een jonge man stribbelde tegen: “Amerika heeft een ander land nog nooit zoiets aangedaan.”

De paniek nam toe. Het verkeer liep al gauw vast. Boven Manhattan hing inmiddels een penetrante brandlucht. New York was in “high terrorism alert”. Burgemeester Rudy Giuliani, die het gezicht altijd in de plooi heeft, kwam met trillende stem op televisie vertellen dat er mogelijk duizenden slachtoffers waren gevallen. De metro was stilgelegd, alle bruggen naar Manhattan waren afgesloten, alle vliegvelden rondom New York gesloten. ‘Wall Street’ ging niet eens open. Schoolkinderen werden juist op school gehouden, om de chaos niet nog groter te maken.

Al 15 jaar geleden. Bekijk hier de fotoserie van wat er gebeurde op 11 september 2001

Manhattan is geamputeerd

‘s Avonds staan tientallen mensen op de promenade aan de East River in Brooklyn te kijken naar wat er resteert van een van de meest romantische uitzichten in de stad: de skyline van het zuidelijk deel van Manhattan, decor van veel films van Woody Allen.

Er is weinig romantisch meer aan. De meeste kantoorlichten, die het geheel op een normale avond een kerstachtige gloed geven, zijn gedoofd. Er is nog steeds heel veel vieze rook. Op de snelweg is druk verkeer ontstaan van af- en aanrijdende politieauto’s en ambulances. In de lucht cirkelen helikopters.

De nieuwe skyline ziet er zo uit: rechts nog steeds de stenen Brooklyn Bridge en het Empire State Building. Helemaal links het Statue of Liberty, dat nu wel heel klein en ver weg lijkt. En vóór ons een ongeregeld hoopje wolkenkrabbers, dat vooral opvalt door wat er in ontbreekt: de machtige Twin Towers van het World Trade Center.

Manhattan is geamputeerd. De brutale, zilverkleurige rechthoeken zijn verpulverd. “Wat is Manhattan zonder die twee torens?” vraagt Brad Safir, een leraar, die dromerig op een bankje zit. “Ik woon hier pas zes jaar, toch heb ik het gevoel dat ik in mijn ziel ben geraakt. Ik en New York zullen nooit meer dezelfde zijn.”

Eric Feil is trainee bij zakenbank Morgan Stanley Dean Witter. Hij had dinsdagmorgen in het World Trade Center moeten zijn. “Ik was te laat. Ik lag nog in bed. Mijn huisgenoot zei: blijf maar liggen want het gebouw waar je heen moet, staat er niet meer.” Volgens Feil werkten er zeker 3500 medewerkers van Morgan Stanley in het World Trade Center. Hoeveel er daarvan de aanslag hebben overleefd weet hij niet. “Ik mag van geluk spreken dat ik er nog ben.”

Een politieagent die op de promenade even uitblaast, zegt – onhandig – het tegenovergestelde van wat hij bedoelt: “Wie dit ook op zijn geweten mag hebben, hij heeft mooi werk afgeleverd.” Zijn vermoeide collega’s kijken de andere kant op.

“Ik vond het allemaal zo abstract wat ik op tv zag en hoorde – ik kwam nooit in het WTC en kende niemand die daar werkte – dat ik zelf eropaf ben gegaan”, zegt George Packer, een schrijver die alleen over een afgezette straat dwaalt, met een boek onder zijn arm.

Veel wandelaars die hier tegen de reling hangen en het treurige tableau gadeslaan, vragen elkaar waar ze waren toen het gebeurde. Ze spuien complottheorieën en evalueren wat ze hebben gezien op televisie. Iedereen heeft zijn eigen setje nieuwe feiten. Zo zou er een auto met explosieven zijn opgepakt onder de George Washington Bridge, die Manhattan met New Jersey verbindt aan de noordkant. Iemand anders zegt dat de gebouwen niet zijn ingestort door de klap van de vliegtuigen, en ook niet door extra explosies aan de onderkant van het gebouw, maar doordat de stalen constructie is gesmolten.

Een zwart meisje verklaart plechtig tegen iedereen die het horen wil dat “alles wat er vandaag is gebeurd het resultaat is van de politics of hate.” Iemand anders vult aan: “Wie rijk en machtig is heeft veel vijanden.”