Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Terrorisme

Een verzameling ruïnes

Deze aanslagen demonstreren op een verpletterende manier alle kwetsbaarheden van het Westen. Alle veiligheidsmaatregelen op de luchthavens kunnen niet verhinderen dat vier grote verkeersvliegtuigen in vliegende bommen worden veranderd. Door de concentratie van economische verbindingen kan daarmee in één klap een belangrijke deel van het mondiale economische netwerk worden uitgeschakeld. De daders hebben een goed ogenblik gekozen. De Amerikaanse economie is in neergang, de beurzen zijn hypernerveus, een kleinigheid kan al voldoende voor een krach zijn. Dit is een ramp van het grootste formaat. Amerika is niet zomaar op vitale plaatsen geraakt. Het WTC en het Pentagon zijn symbolen van succes en macht. De aanslagen schreeuwen om een `zo hard mogelijk terugslaan', wraak. Maar tegen wie? De vergelijking met Pearl Harbor is gemaakt.

Dat is te eenvoudig. Pearl Harbor is het begin van een klassieke oorlog. Die kan tegen terroristen niet worden gevoerd. Niemand weet wie de schuldigen zijn. Obscure groepen en de gebruikelijke krankzinnigen melden zich om de daad `op te eisen'. De hoofdverdachte, Bin Laden, heeft ontkend. Misschien liegt hij, misschien niet. Alles vergroot de verwarring. De vijand is nog een luchtledig.

Wat moet er worden gedaan? Om te beginnen alle veiligheidsmaatregelen tot het uiterste verscherpen. Dat veroorzaakt in een samenleving die leeft bij mobiliteit, vertragingen van nu al voorstelbare omvang. De effecten van de aanslagen planten zich voort, niet alleen in Amerika, maar over de hele wereld. Dat is een automatisch proces waar niemand iets aan kan doen. Hebben de daders dit alles voorzien? Dan zijn ze niet eenvoudig gevaarlijke krankzinnigen. Ze kennen ook de mechanismen, de werking van hart en bloedsomloop, bij de gratie waarvan de gemondialiseerde wereld bestaat. Dit is niet alleen een aanslag op Amerika, maar op de hele moderne wereld.

De terroristen hebben zich in een paar dingen vergist. Ze hebben om te beginnen de veerkracht, de energie, het uithoudingsvermogen en het nationalisme van de Amerikanen, hun nationale trots onderschat. Hoe verder de betekenis van de ramp tot het land doordringt, hoe vastberadener, niet aflatend, naar de verantwoordelijken zal worden gezocht, al kan het jaren duren. Alle daders laten sporen na. Het is vrijwel onvermijdelijk dat de identiteit van deze terroristen zal worden vastgesteld en daarmee hun land van herkomst. Dat heeft dan een probleem. In 1986 pleegden terroristen uit Libië een aanslag op een Berlijnse disco waarbij Amerikaanse soldaten omkwamen. Het spoor voerde naar Tripoli, en daarna duurde het niet lang meer voor het hoofdkwartier van Gaddafi werd gebombardeerd.

Aangenomen dat de terroristen uit de Arabische wereld komen – wat dus verre van zeker is dan hebben ze zich vergist in de Arabische solidariteit. De olieproducerende landen maken deel uit van de gemondialiseerde economie die nu getroffen is. Als de olieprijzen blijven stijgen waardoor een werelddepressie naderbij komt, zullen ze hun productie verhogen om de prijzen weer te drukken. De oliesjeiks hebben, als puntje bij paaltje komt, een groter belang bij een wereldeconomie die stabiel blijft, dan bij de Palestijnse onafhankelijkheid. Althans, dat is de ervaring van een kwarteeuw die nu weer wordt bevestigd. En niet alleen de sjeiks, maar alle naties die zijn opgenomen in de mondiale economie hebben belang bij de kracht van de Amerikaanse. Dat laten ze ook weten.

De daders zijn nog niet geïdentificeerd; over hun drijfveren kunnen we onze vermoedens hebben. Het welvarende Westen in zijn geheel heeft geen duidelijke voorstelling van de reserves aan haat die op sommige plaatsen in de wereld, in andere landen met andere culturen tegen ons wordt gekoesterd. De gijzeling en bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran, de manier waarop, de taferelen die zich daar hebben afgespeeld, de mislukking van de poging om het personeel te ontzetten vormen met elkaar de catastrofe waartoe deze haat kan leiden. Uitbarstingen van opgetogenheid onder Palestijnen na deze aanslagen laten zien hoe virulent deze haat is gebleven. De vorige minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, sprak over haar land als this benign nation, dit goedertierende land. Ja, daar is vaak veel voor te zeggen. Maar niet door miljoenen die in armoede en onderdrukking leven en `Amerika' daarvan als de grote schuldige zien. Breng het hun aan het verstand dat ze zich vergissen. Hoe? In het terrorisme wordt de haat tot politiek en actie.

In de Verenigde Staten wordt al jaren het debat gevoerd over de manier waarop het land zich tegen terrorisme moet verdedigen. Dat kan obsessieve vormen aannemen. Het rakettenschild moet bescherming bieden tegen de `schurkenstaten'. Tegenstanders in het Congres en in de media argumenteren dat zo'n staat wel gek zou zijn door met het afvuren van een raket op Washington zijn zelfvernietiging te riskeren. Het raketschild streeft naar een mythische onkwetsbaarheid. Het werkelijke gevaar wordt verpersoonlijkt door mensen die eruit zien als gewone zakenlieden of chauffeurs van bestelauto's. Die zijn de veroorzakers van de ontploffingen, van een kracht die de wereld op zijn grondvesten kan doen schudden. Dat is nu bewezen.

In deze vorm van terreur valt voor ons met geen mogelijkheid nog enig verband te leggen tussen het middel en het beoogde doel. Nee, middel en doel zijn lijnrecht tegengesteld. De krankzinnigen zijn onder ons. Daaruit ontstaan twee vragen. Hebben we misschien zelf tot deze gesteldheid, die wij als krankzinnig beschouwen, bijgedragen? Je hoeft jezelf niet in zelfbeschuldigingen te wentelen om deze vraag te stellen. William Pfaff doet het in de International Herald Tribune van vandaag: ,,Als de lopende speculaties enig hout snijden, zijn de Verenigde Staten hiermee beloond voor hun aandeel, hun afzijdigheid, in de tragedie in het Midden-Oosten.''

En de tweede vraag: hoe verdedigen we ons tegen doodsvijanden wier gedachtegang ons volstrekt vreemd is? Door ons om te vormen tot surveillance-staten? Dat kan niet, we verdragen het niet. We moeten ons verweren; niemand weet nog hoe. Elf september is een keerpunt, gemarkeerd door ruïnes en duizenden doden. Behalve de anonieme vijand moeten we onze eigen verwarring bestrijden. De bommen hebben onze zo optimistische gemondialiseerde cultuur in haar zelfvertrouwen getroffen.