Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Terrorisme

Aanslagen dragen handtekening Bin Laden

Methode, doelwit: elke aanslag heeft een eigen handtekening. De aanslagen van gisteren dragen die van Osama bin Laden.

Na de aanslag komt meteen de vraag: wie heeft het gedaan? Het makkelijkste is, wie niet. Bijvoorbeeld niet een van de diverse groepen die de verantwoordelijkheid voor de aanslagen voor zichzelf hebben opgeeist of dat nog gaan doen. De echte daders hebben niet het minste verlangen op deze manier grootscheepse gewapende vergelding over zich heen te halen. Zelf hebben ze geen behoefte zelfmoord te plegen; zij sturen slechts zelfmoordenaars op weg. Niet voor niets hebben de Afghaanse Talibaan, gastheren van de Arabische terroristenleider Osama bin Laden, binnen enkele uren na de aanslagen bezworen, in New York en Londen, dat zij er niets mee te maken hebben.

Maar elke aanslag draagt de handtekening van de organisatie erachter. Terroristen die in de jaren tachtig in het wilde weg het vuur openden op burgers op een vliegveld: dat was het kenmerk van de beruchte Palestijnse terroristenleider Abu Nidal, die bereid was te handelen voor elk land dat hem maar wilde betalen. Een aanslag met kunstig in een boek verborgen explosieven? Abu Ibrahim, vaak in opdracht van Irak. Ook Amerikaanse terroristen hebben talrijke doden gemaakt met een zware aanslag op een overheidsgebouw: Timothy McVeigh in Oklahoma. Maar die was toch, evenals bijvoorbeeld de Palestijnse zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers, hoe bloedig ook, van een geheel andere orde dan vier zelfmoordaanslagen op symbolen van de Amerikaanse suprematie met ongeveer gelijktijdig gekaapte Amerikaanse vliegtuigen. Die vereisen organisatie, mensen en geld.

De aanslagen van gisteren wijzen daarom in de richting van de van oorsprong Saoedische moslim-extremist Osama bin Laden, al dan niet in opdracht en met steun van een derde Saddam Hussein zou gezien motivatie in de eerste plaats in aanmerking komen.

Bin Laden heeft de laatste jaren de plaats ingenomen van Abu Nidal en de tot vredestichter bekeerde Libische leider Moammar Gaddafi als Washingtons zwarte schaap. Hij staat bovenaan de Amerikaanse lijst van meestgezochte personen en haast automatisch krijgt hij tegenwoordig de schuld van anti-Amerikaanse terreur. Maar niet ten onrechte. Door Amerikaanse veiligheidsdiensten zorgvuldig bij elkaar gesprokkeld bewijsmateriaal onderstreept zijn verantwoordelijkheid voor of ten minste betrokkenheid bij grote anti-Amerikaanse aanslagen. Twee aanslagen op Amerikaanse militaire installaties in Saoedi-Arabië in 1995 en 1996, twee gelijktijdige aanslagen op Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania in augustus 1998, de aanslag op het Amerikaanse oorlogsschip USS Cole bij het bunkeren in een Jemenitische haven in oktober 2000.

Deze aanslagen hebben gemeen dat zij een grote mate van organisatie, aanzienlijke financiële middelen en een bezeten anti-Amerikanisme vereisen die ook de aanslagen van gisteren kenmerken. Aan alle eisen voldoet Bin Laden.

Hij leidt vanuit zijn schuilplaats in Afghanistan een internationaal vertakte organisatie, Al-Qaeda (Voorhoede), die contacten onderhoudt met (islamitische) terreurgroepen elders in de wereld. Het in mei afgesloten proces in New York tegen daders van de aanslagen op de ambassades, verschafte een blik op het internationale karakter van Al-Qaeda: terecht stonden een in Libanon geboren Amerikaan, een Palestijn, een Saoediër en een Tanzaniaan. In juli werd een Algerijn in New York berecht wegens een poging een aanslag te plegen in Los Angeles. Veel mensen van Bin Laden hebben gemeen dat ze, zoals hijzelf, in Afghanistan hebben gevochten tegen de goddeloze Sovjet-bezetters. Toen nog met steun van de Verenigde Staten.

Of hij miljardair is, zoals vaak wordt gemeld, is onzeker. Maar het staat vast dat hij, telg uit een onmetelijk rijke Saoedische ondernemersfamilie met nauwe banden met het koningshuis, over miljoenen beschikt. Dat de Saoedische autoriteiten hem om zijn banden met terrorisme uit zijn staatsburgerschap hebben ontzet, verandert daar niets aan.

Van zijn anti-Amerikanisme, en het waarom, heeft hij zelf geen geheim gemaakt. Zijn drijfveer vormen de Amerikaanse aanwezigheid in Saoedi-Arabië waar immers de twee heiligste plaatsen van de islam liggen en de Amerikaanse steun voor Israël dat Jeruzalem, met de op twee na heiligste islamitische plaats, bezet. In 1996 zei hij in zijn `Oorlogsverklaring tegen de Amerikanen die het land van de twee heilige moskeeën bezetten': ,,Moslims branden van woede tegen Amerika. (..) Er is geen belangrijker plicht dan dan de Amerikaanse vijand uit het Heilige Land te drijven.'' In een vraaggesprek met CNN in maart 1997 legde hij uit: ,,We hebben de heilige oorlog uitgeroepen tegen de Amerikaanse regering, omdat de Amerikaanse regering onrechtvaardig is, misdadig en dictatoriaal. Zij heeft daden begaan die extreem onrechtvaardig zijn, afschuwelijk en crimineel, direct of indirect via haar steun voor de Israëlische bezetting (van Palestijns gebied).''

Een videoband die in juni in het Midden-Oosten werd verspreid, deed denken aan zijn propaganda die voorafging aan de bomaanslagen op de twee Amerikaanse ambassades in Afrika in 1998, aldus eind juni een Amerikaanse regeringsfunctionaris tegenover de Washington Post. Op de band worden gewonde moslims getoond op plaatsen waar voor de islamitische zaak wordt gestreden tegen ongelovigen. Dan zegt hij: ,,Aan alle mujahedeen (islamitische strijders). Uw broeders in Palestina wachten op u. Het is tijd om in Amerika en Israël door te dringen en hen te treffen waar dat het meest pijn doet.''

Bin Laden bespot de Amerikaanse macht in een gloriërend gedicht over de aanslag op de Cole (zonder daarvoor rechtstreeks de verantwoordelijkheid op te eisen): ,,In Aden stonden onze broeders op en vernietigden de machtige destroyer, een schip zo machtig dat het angst aanjaagt waar het vaart. Maar terwijl het door het water beweegt, naar de kleine boot [met zelfmoordterroristen] die in het water dobbert, vaart het naar zijn vernietiging, aangelokt door de illusie van zijn eigen macht.''

,,We hebben geen geografische focus, we hebben geen datum'', zei de Amerikaanse zegsman van de Washington Post. ,,We hebben alleen maar angst.''