Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

De zondaars vallen uit de hemel

Jacob Mandeville werd verzonnen door de Zweed Albin Biblom. Mandeville was geen geweldige fotograaf, maar zijn dagboek is indrukwekkend.

De Encyclopedie van fictieve kunstenaars - van 1605 tot heden is een baldadig meesterwerk. Samensteller Koen Brams en een legertje biografen – van Inge Arteel tot Gerben Wynia – hebben uit romans, verhalen en toneelstukken meer dan driehondervijftig verzonnen kunstenaars opgediept. Deze artiesten, die in hun verhaal soms alleen maar een bijrol spelen, zijn bij elkaar een soort Marx Brothers en Sisters in de beeldende kunst, van olieverf tot video, geen middel laten ze onbeproefd.

Toch eens kijken tussen wie, bij een uitgebreide editie, de pas ontdekte Jacob Mandeville (York, 1926) terechtkomt. In het Natuurmuseum te Groningen wordt, als onderdeel van de Fotomanifestatie Noorderlicht 2001, in een schemerige kelder een hele tentoonstelling aan z'n leven en werk gewijd, het resultaat van de eerste Noorderlicht Foto-Opdracht aan de Zweedse fotograaf Albin Biblom.

Mandeville, een Engelse fotograaf en natuuronderzoeker, zal in de encyclopedie worden voorafgegaan door Maja, een vrouw die in een Russisch kamp op een stukje karton een tak rozemarijn heeft getekend, met het opschrift `Voor een uur van uw vrijheid geef ik mijn leven'. Brams c.s. hebben haar uit Vrouwendecamerone (1985) van Julia Voznesenskaja gehaald.

Na Mandeville krijg je dan de Amerikaan Marley Mantello, een figuur uit Slaves of New York (1986) van Tama Janovitz. Mantello hoort tot de neoheroïsten en ontwierp voor het Vaticaan een nieuwe kapel, van marmer, rubber en glas, met Jezus als vrouw en een fontein waaruit zwavelhoudend zuur spuit.

Heeft de fotograaf Mandeville recht op een plaats in de met grote zorg samengestelde encyclopedie? Je zou zeggen van wel. Z'n dagboek, bezorgd door Albin Biblom, is net bij een officiële uitgever verschenen. Het zijn de lichtelijk getikte ontboezemingen van een fictief kunstenaar, die niet in een verhaal wordt opgevoerd, maar zelf vertelt over z'n reizen.

Mandeville waagt zich in een vliegtuig aan de zoektocht naar de mogelijke poorten van het paradijs. Hij stort neer. Een paar maanden later vindt hij een bot in het park. Het steekt uit de grond. 't Moet een rest zijn van een eeuwenoude zondaar, `versteend bewijs van voorbije dwalingen'.

Steeds keert de zondaar in het dagboek terug. ,,Elke keer als hier beneden iemand overlijdt, licht ergens aan de hemel een ster op.'' Bij een vallende ster weet hij wat er gebeurt: de zondaar wordt door de hemel verstoten.

Aan het slot voelt Mandeville zich nederig en wanhopig. Hij begint te dromen dat de vegetatie de bebouwing overneemt, heeft het over een plek ,,waar verwondering niemand doodt, waar vlinders rondvliegen tussen het puin''.

Niet meer dan zestien bladzijden beslaat het dagboek, dat, vertaald in het Nederlands, los in de Engelse uitgave zit. ,,Maar vader, God is toch geen garnaal?'' ,,Waarom niet, lieveling, waarom niet?'' Het dagboek is een miniatuur, `een ontspoorde zinsbegoocheling', zoals Mandeville het zelf zegt, vermengd met ironie, ,,iedere kwelling kent tenslotte haar schoonheden''.

Huid op sterk water

Albin Biblom had het bij deze overrompelende fantasie kunnen laten. Toch worden de vijf oorspronkelijke dagboeken in het Natuurmuseum tentoongesteld. Je krijgt er zelfs een indruk van Mandevilles werkkamer. In een grote kast zie je dat hij de getatoeëerde huid van z'n overgrootvader op sterk water heeft bewaard. In een andere pot zit een kluwen zeesterren, in hun rol van afgewezen zondaars. Op een ouderwets bureau staan twee schrijfmachines. Biblom wil ook met tastbare meubelen en voorwerpen laten zien dat zijn held werkelijk heeft bestaan.

De Encyclopedie van fictieve kunstenaars is niet geïllusteerd. Hoe de twee banen met die goudcirkel van Nescio's Bavink en de verfballetten van Hermans' Paco Geyerstein er nu werkelijk uitzien, de lezer moet dat zelf maar uitmaken. Biblom denkt daar anders over. De Zweed zegt dat hij met toestemming van Helga, de geliefde van Mandeville, niet alleen de dagboeken, maar ook het foto-archief openbaar mocht maken. De foto's, die de natuuronderzoeker op z'n reizen nam, staan in The Journals of Jacob Mandeville en hangen in de kelder, sterk vergroot, aan de muur.

De Engelse fotograaf heeft ze meestal niet gedateerd. De foto's moeten, als je het dagboek erop naleest, voornamelijk in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn gemaakt. Mandeville was toen een jaar of vijfendertig. Je ziet dat een gorilla in de bergen op z'n borst trommelt. Dan een hemel vol zeesterren, in hun zoveelste vrije val, begeleid door net zo zondige fossielen, een zeepaardje of een mini-dinosaurus. Een te grote schorpioen loopt vlak voor een huis. Even verder vliegt een eend naar een slordige boekenkast. Een reusachtige vlinder in een plantenkas, bij een kasteel, boven een getorpedeerde brug.

Max Ernst, denk je, Max Ernst. Aan diens fotomontages doet het werk van Jacob Mandeville steeds weer denken, zonder dat het ook maar in de buurt van dit grote voorbeeld komt. De foto's illustreren het dagboek niet, nee, ze blokkeren het eerder, nu de lezer wordt gedicteerd wat hij bij een scène moet zien.

Of is er opzet in het spel? 't Blijft mogelijk dat Biblom met z'n verzonnen personage een goed schrijver en een matig fotograaf voor ogen had. Als dat zo is, kunnen die foto's beter beschreven dan getoond worden. Eens komt het nog goed met Mandeville, tussen al die andere verborgen pogingen, in Brams' encyclopedie. Dan wordt ook op de juiste plek duidelijk dat de Engelsman het, volgens Biblom, in elk geval tot schoonmaker in het Natuurmuseum heeft gebracht en weer werd ontslagen toen hij een fossiel met de initialen van de directeur in de tuin begroef.

The Diaries of Jacob Mandeville in het Natuurmuseum, Praediniussingel 59, Groningen. Tot 2/12, di-vr 10-17, za en zo 13-17.