Muziektheater `Alice' toont een betere wereld

Een kindervoorstelling mag Alice in Wonderland van Alexander Knaifel niet worden genoemd, vindt regisseur Pierre Audi. Daarvoor ontbreekt een verhaallijn in deze voorstelling naar aanleiding van het boek van Lewis Carroll. Maar juist volwassenen hebben daarvan eerder last dan kinderen. Die zullen bij deze Alice in Wonderland in de voorstelling van de Nederlandse Opera alleen maar hun ogen uitkijken. ,,Kinderen'', zei Knaifel vrijdag dan ook in het Cultureel Supplement, ,,zijn mijn belangrijkste publiek.''

Volwassenen moeten naar Alice in Wonderland niet alleen bij voorkeur kinderen meenemen, maar vooral ook het kind in henzelf. Dat was gisteravond bij de wereldpremière van Alice in Wonderland in het Amsterdamse Carré nauwelijks gebeurd. Er was na afloop van de twee uur durende pauzeloze voorstelling veel boegeroep — uiterst onvolwassen na een unieke prachtvoorstelling — en dat werd niet gecompenseerd door enthousiaste bravo's. In de foyers bleken veel toeschouwers met verkeerde verwachtingen naar Alice in Wonderland te zijn gekomen en teleurgesteld dat er niet méér opera was geweest, niet méér zang, niet méér stevige muziek.

Alice in Wonderland is geen traditionele opera, wel muziektheater met toneel, zang en dans, muziekspektakel of circus, in ieder geval een reis door Wonderland, waar alles kan wat opkomt in de fantasie van Alice. De muziek van Knaifel bestaat uit talloze veelal zacht klinkende geluidjes, deels via de geluidsinstallatie, deels gespeeld door het orkest. We horen geruis, watergebubbel en muziekjes, gerinkel van belletjes, geglinster van violen, getinkel van de celesta, fragmentarische citaten uit andere opera's, zoals Papageno's fluitriedeltjes uit Mozarts Die Zaubeflöte. Soms wordt ook even iets gezongen of gezegd. Er heerst vooral stilte, een breekbare en broze sprookjessfeer van tover en magie. Op de rand van het podium rijdt een zilveren treintje met op de wagon een wekker: als die zou gaan afgaan, zou deze droomwereld plots teloorgaan.

In de piste van Carré is de verbeelding van Alice aan de macht en zelf speelt ze serieus èn onbevangen de hoofdrol, de droom van elk kind. Het begint met een prachtig schaakspel met levende stukken en pionnen. De witte koningin probeert tevergeefs de coloraturen te zingen van Mozarts Koningin van de van de Nacht. Verder is het de hele avond circus met onder anderen pierrots, jongleurs, een oude kok die zijn keukenspullen meesjouwt en een oma die nog gitaar speelt. De sfeer blijft speels, stil en subtiel als bij het vallen van sneeuwvlokken: papieren vogeltjes fladderen omlaag, vuurwerksterretjes vonken aan de hemel.

De voorstelling is het wonder van Pierre Audi's fantasie en doserende regisseurskunst. Het is moeilijk om twee uur lang een eindeloze reeks acts zó licht en gelijkmatig van sfeer te ensceneren, zonder tempoverschillen, zonder dramatische opbouw, resulterend in een sfeer van eindeloze en tijdloze eeuwigheid. Audi, die in zijn Monteverdi-voorstellingen ooit zo sober begon, bouwt hier voort op zijn uitbundige ensceneneringen van de carnavalsoptocht in Puccini's La bohème en de thematisch verwante Rêves d'un Marco Polo van Claude Vivier, `een reis van een onsterfelijke ziel door het heelal.'

Het absurdisme van Carroll wordt gepresenteerd in de stijl van dada en het avantgardisme uit de jaren '20. Het Russische constructivisme spreekt uit het trapje in de vorm van de A van Alice, de schaakstukken lijken ontworpen door Malevitsj, de geometrische kostuums van de dansers herinneren aan het Triadische Ballett van Kurt Schwitters en de gouden hamer en sikkel verwijzen naar Lenin.

Zo is er veel Russisch te ontdekken in deze Alice in Wonderland van Knaifel. Het stuk lijkt een etherisch complement op Schnittke's Life with an Idiot, die in 1992 bij de Nederlandse Opera in première ging, een desolaat realistisch beeld van de Sovjet-samenleving in Leninstijl. In Alice in Wonderland gaat het om de ontsnapping uit de realiteit van de maatschappij — niet speciaal de Russische. Hier heerst de algemene positieve en spirituele hang naar een andere en betere wereld, het vermeende kinderparadijs van vroeger dat hopelijk ook in de toekomst nog bestaat.

Uiteindelijk blijkt dit Wonderland onontkoombaar een afspiegeling van ons eigen ondermaanse met allerlei afschaduwingen van het donkere en angstige aardse. Tenslotte verdwijnt Alice in haar zilveren Chagall-huisje — is het een vlucht of zoekt ze zwevend door de duisternis dapper naar nieuwe avonturen?

Voorstelling: Alice in Wonderland van A. Knaifel door de Nederlandse Opera, Ned. Kamerorkest, instrumentale en vocale solisten o.l.v. Martyn Brabbins. Decor: Michael Simon; kostuums: Jorge Jara; regie: Pierre Audi. Gezien: 4/9 Carré Amsterdam. Herh.: t/m 15/9.