Dit is een artikel uit het NRC-archief

Vluchtelingen

Australië betaalt voor crisis bootvluchtelingen

De Australische bevolking steunt de harde opstelling van de regering tegenover de bootvluchtelingen op de Noorse Tampa. Internationaal overheerst de kritiek.

Door de succesvolle Olympische Spelen in Sydney bereikte de internationale reputatie van Australië als modern en verdraagzaam land nog geen jaar geleden een hoogtepunt. Nu is er op brede schaal afkeer van een opportunistisch en insulair immigratiebeleid van het meest welvarende land op het zuidelijk halfrond. Consumenten in Noorwegen dreigen met een boycot van Australische wijn. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan uitte in zijn bekende diplomatieke bewoordingen kritiek op het land. West-Europese commentatoren veroordeelden de wijze waarop Australië met de crisis met het Noorse vluchtelingenschip Tampa omgaat.

De hardnekkige weigering van de conservatieve regering van premier John Howard om de bootvluchtelingen Australië binnen te laten, heeft vooral binnenlandse electorale motieven. Dit jaar nog zullen er in het land verkiezingen worden uitgeschreven. De Australische publieke opinie waardeert een sterke opstelling tegen bootvluchtelingen. Ook de leider van het oppositionele Labor, Kim Beazley, is voorstander van een harde lijn. Beiden weten dat er binnen het nog steeds grote, blanke en vrijwel lege Australië een latente angst bestaat voor de komst van grote aantallen nieuwkomers uit het nabije en overbevolkte Azië. Het beeld van een krakkemikkig en afgeladen bootje volgepakt met een menselijke lading, zoals die door de kapitein van de Tampa werd opgepikt, past in dat schrikbeeld.

De komst van nieuwe bootjes moet dus zoveel mogelijk worden afgeschrikt. Howard wil daarom geen enkel signaal aan potentiële vluchtelingen geven dat de aankomst met illegale transportmiddelen zal worden gedoogd. Australië betaalt daarvoor echter een hoge prijs. Het gedaalde aanzien kan een mindere afzet van Australische producten of een afname van het aantal toeristen naar het land betekenen.

Er is zeker een diplomatieke prijs door de afkoeling in de relatie met het grote buurland Indonesië. Enkele weken geleden wilde Howard per se als eerste buitenlandse regeringsleider de nieuwe Indonesische president Megawati Soekarnopoetri feliciteren. Daarvoor zegde hij zelfs de reis af naar de jaarlijkse top van het South Pacific Forum, de organisatie van onafhankelijke landen in de Stille Oceaan. Veel leiders uit die regio voelden zich daardoor geschoffeerd, maar Howard hechtte een groter belang aan het herstel van de relatie met Jakarta.

Door de hoofdrol van Australische militairen die in Oost-Timor onder VN-vlag de voormalige Indonesische provincie op onafhankelijkheid voorbereiden, was die band ernstig verkoeld. Howards bezoek aan Jakarta lijkt nu weinig rendement te hebben gehad. De Indonesische president weigert de telefoon op te nemen om met Howard over de Tampa-crisis te overleggen, omdat Canberra vindt dat de vluchtelingen naar Indonesië terugmoeten.

Ook de Nieuw-Zeelandse minister-president Helen Clark had kritiek op Howard. Ze zei dat haar land de vluchtelingen waarschijnlijk zou hebben toegelaten. De Nieuw-Zeelandse Labourregering heeft zich inmiddels bereid verklaard ,,een deel van de oplossing te worden'' door een aantal vluchtelingen op te nemen. Dat lijkt nobel, maar Nieuw Zeeland zal een hoge prijs afdwingen van Australië voor het verlenen van deze acute hulp.

Een mogelijkheid is dat de regering in Wellington zal eisen dat nieuwe Australische regels over het verkrijgen van sociale bijstand voor in Australië wonende Nieuw-Zeelanders zullen worden afgeschaft. Zo'n beslissing kan Australië jaarlijks miljoenen kosten.

Ook Nauru, een eilandstaatje ter grootte van Schiermonnikoog, heeft toegezegd in eerste instantie 300 vluchtelingen op te nemen. Hat zal zich goed voor de vriendendienst aan Australië laten betalen. Nauru weet ook dat het verblijf van de vluchtelingen waarschijnlijk van tijdelijke aard zal zijn. Het eiland heeft slechts 10.000 inwoners en geen enkele economische basis voor opvang. Het land is sterk afhankelijk van import. Vrijwel alle voedingsmiddelen en het meeste drinkwater komt van elders. Ook wordt het eiland bedreigd door het broeikaseffect: met de stijging van het zeeniveau worden vooral de lager gelegen delen van het eiland bedreigd door vloedgolven en overstromingen. Juist die lager gelegen delen zijn geschikt voor menselijke bewoning. In het verleden is de hele fosfaatrijke bodem van het eiland weggeschraapt, om de boerderijen van Australië en Nieuw Zeeland vruchtbaar te maken.

Sindsdien is Nauru een ecologisch rampgebied dat wordt vergeleken met een maanlandschap. Daarvoor heeft dit land zich echter wel, en vooral door Australië, financieel aanzienlijk laten compenseren. De Naurunan zullen van deze nieuwe ontwikkeling dan ook met groot opportunisme gebruik maken.