DE GROENE LOPER

Het is een straat met een roemruchte geschiedenis van geld en macht en macht en geld. Het Haagse Lange Voorhout biedt een indrukwekkende verscheidenheid aan netwerkers. Advocaten, bankiers, makelaars en consultants houden hier graag kantoor. De koningin gaat er ter kerke, het kapitaal zoekt er verkoeling en tal van adviesbureaus schurken behaaglijk aan tegen het Binnenhof.

Portret van een deftige bomenlaan, geknipt voor die typisch Hollandse vrijage tussen overvloed en onbehagen.

Stel, de Gouden Koets van Hare Majesteit de Koningin is een rondvaartboot. Hoog op de bok zit een gids, die per microfoon zijn toeristische tips en historische wetenswaardigheden rondstrooit. Het is de derde dinsdag van september, het Oranje-zonnetje schijnt, het volk vormt de kademuren van een gracht die stroomt van het koninklijke Paleis Noordeinde naar de regentenbolwerken aan het Binnenhof.

Dames en heren, welkom aan het Lange Voorhout. Straks, bij nummer 32-a, komen we langs het smalste huisje van de stad - zoals iedere rondvaart onvermijdelijk langs een smalste huisje voert. Maar eerst zien we, links op nummer 6, het huis waar stadhouder Willem IV (midden 18de eeuw) en koning Lodewijk Napoleon (begin 19de eeuw) hun pages onderbrachten. Rechts, op nummer 7, ligt het voormalige ministerie van Marine, waar generaal H.G. Winkelman in mei 1940 besloot te capituleren voor de Duitse agressie. Even verderop, op nummer 13 zien we het paleisje van prinses Sophie, dochter van koning Willem II: 'Dat kleine vette propje [dat] zo vies uit de mond ruikt', zoals een aangetrouwd familielid later nog eens fijntjes in een brief noteerde. Op nummer 25 was volgens overlevering een bordeel gevestigd, waar prins Hendrik, onnozel en eenzaam gemaal van koningin Wilhelmina, ooit door ijverige politiedienders in de nek is gevat, verkerend in gezelschap van Louis Couperus en de hoofdcommissaris van het Haagse politiekorps.

We kijken links, we kijken rechts - en we zouden uren bezig zijn om deze zeventig panden op krap een halve kilometer te passeren. Het Lange Voorhout te 's-Gravenhage is een lieu de mémoire vol grote en kleine verhalen van alle eeuwen. Hagenaars noemen het chauvinistisch 'het mooiste plein van Europa', maar een nuchtere Amsterdammer beziet het toch eerder als 'een gedempte Herengracht'. De eenheid van stijl en zorgvuldig gecultiveerde patriciërsrijkdom, die grote delen van de Amsterdamse grachten kenmerken, is aan het Haagse Voorhout bepaald niet consequent volgehouden. Het Voorhout heeft een veelzijdiger geschiedenis en biedt daarmee een bonter aanblik van gevels - in formaat en in architectuur.

Van uitzonderlijke schoonheid is de bebouwing niet overal, maar allure heeft het Voorhout wel. Het is mede te danken aan de breedte van de avenue, die nog betrekkelijk smal begint bij de Kneuterdijk maar al snel met een haakse bocht naar rechts uitwaaiert tot een voornaam plein dat wordt begrensd door Toernooiveld, Korte Voorhout en Lange Vijverberg.

En zie de bomen. Zo'n 300 lindebomen, voor het eerst geplant in de eerste helft van de 16de eeuw op last van keizer Karel V, geven het Lange Voorhout een ritselend bladerdak en een gedempt bonte lichtval die passen bij ruisende jurken en wuft flaneren.

Vluchtig bezien lijkt het een plek voor oude mensen, de dingen die voorbijgaan. Maar lees de koperen deurplaten en treed binnen in een levende wereld van politiek en bestuur, van handel en geld, van lobby's en diplomatie. De Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Hoge Raad der Nederlanden liggen op steenworp afstand van elkaar. De Amerikanen, de Britten, de Zweden, de Zwitsers en de Spanjaarden hebben hier hun ambassade en/of residentie. Advocaten, accountants, bankiers, makelaars, consultants, investors - de pages van de moderne diensteneconomie houden allen kantoor aan het Lange Voorhout.

ZONDAGOCHTEND in de Kloosterkerk. Ruim voor tienen stromen de banken vol, met een publiek dat varieert van t-shirt en jeans tot dophoed met parelknoppen aan de oren. Zo'n driehonderd kerkgangers zijn samengekomen op deze hoogzomerse ochtend in vakantietijd: iets minder dan bij gemiddelde diensten en krap de helft van de toeloop bij cantatediensten, op de laatste zondag van de maand, wanneer het Residentie Bachkoor en Bachorkest het Woord Gods ondersteunen.

De Nederlands Hervormde Kloosterkerk is de 'huiskerk' van de koninklijke familie. Het is de kerk van emeritus-predikant Carel ter Linde, die in NRC Handelsblad een discussie heeft ontketend over de Wederopstanding van Christus. Krantenknipsels met de polemiek tussen econoom Eduard Bomhoff en filosoof Herman Philipse worden in de banken doorgegeven voordat ds. Pieter Lootsma, de voorganger op deze ochtend, zijn intrede doet.

Aan een van de zuilen van de kerk, recht tegenover de ingang, hangt ingelijst een citaat dat tot nadenken hoopt te stemmen: 'Ons ondergeschikt te maken gaat tegen heel ons wezen in, en wij dingen naar de hoogste plaats.' Lootsma, die preekt over Jacob, besluit de dienst met een gebed over macht: 'Gij, die geen andere macht bezit dan de overmacht van uw liefde, wees de bron van wie verantwoordelijkheid dragen, van wie ons besturen en regeren. (...) Laat ons niet zwijgen als mensen worden opgeofferd aan de glorie van de enkeling, aan de bazigheid van het geld.'

Laat hier de predikant zijn gesel neerdalen op alle aanzienlijken die aan de regering zijn? Kerkt hier de deftigste en machtigste gemeente van het koninkrijk? Lootsma, buiten de dienst, in de Ministeriekamer van de kerk, met hond Cootje, een Jack Russell, slapend onder tafel: 'Ik krijg die vraag vaker voorgelegd en ik probeer daarover eerlijk na te denken. Maar mijn antwoord is toch echt: nee. Wij zijn een kerk van ruimdenkende en geëngageerde mensen. Je komt hier veel verschillende denkrichtingen tegen en onze gemeenteleden houden ervan daarover met elkaar in gesprek te zijn. Als je hier zou willen netwerken om het netwerken, kun je elders heus veel beter aan je trekken komen.'

Wat dominee zegt! Het Lange Voorhout is al eeuwenlang een netwerksamenleving. Zijn bewoningsgeschiedenis kent een reeks van niet de minste adellijke familienamen (Oranje-Nassau, Bentinck, Van Wassenaer Duivenvoorde, Van Wassenaer Obdam, Van Limburg Stirum, Schimmelpenninck van der Oye, enz., enz.) die druk met elkaar hebben verkeerd. Theater Diligentia, op nummer 5, is in 1805 gesticht als sociëteit voor natuurwetenschappers (voluit: 'Gezelschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte onder de zinspreuk Diligentia'). Op nummer 15 is sinds 1898 Pulchri Studio gevestigd, het Haags 'Schilderkundig Genootschap'.

De sjiekste herensociëteit van Nederland, de Haagsche Club, huist sinds ruim een eeuw op nummer 40.

Maar denk niet dat het Voorhout vooral veel oude stofnesten aantrekt. Overal waar drank en spijs rondgaan, komen de decisionmakers bijeen. In Pulchri komt wekelijks de Rotary bijeen, in hotel Des Indes tafelen de Lions. Pulchri biedt onderdak aan een maandelijks borrelend genootschap van Surinaamse intellectuelen, De Waterkant geheten. Tot de vaste gasten behoort ook de voc, de 'Vereniging Oud-Cavaleristen'. Restaurant Saur, op nummer 47, heeft onlangs de Stichting Vrienden van Saur opgericht die netwerkborrels en -diners organiseert. In Des Indes drinkt een groep vrouwen van topmannen uit het olie-industrie met vaste regelmaat kopjes thee.

MAANDAGAVOND in Pulchri Studio. Het Haagse Vrouwennetwerk, dat bijeenkomt op de derde maandag van de maand, viert de afsluiting van het seizoen met vrolijke toespraken en een barbecue. Op deze zomeravond is, bij wijze van uitzondering, geen spreekster uitgenodigd in de reeks ethische kwesties die dit jaar op de agenda staat. Te gast waren reeds prof.dr. Heleen Dupuis, medisch ethica, en ds. Margreet Klokke-Limburg, collega-predikante van Lootsma in de Kloosterkerk. Na de zomer komt Saskia Stuiveling, president van de Algemene Rekenkamer, haar licht laten schijnen over ethiek en overheidsfinanciën.

Netwerkvoorzitster Silvana Attinger, directeur van de Stichting Rijswijkse Kinderopvang, laat haar blik gaan langs de bijna veertig vrouwen die druk met elkaar in gesprek zijn bij gekoelde dranken en geroosterd vlees. 'Ik zie hier vrouwen met heel veel verschillende functies', zegt Attinger en ze wijst ze met hoofdknikken aan: 'Zij is directeur van Eneco, zij is belastingrechter, daar achterin bij de deur zie ik een arts bij de gg & gd, ik zie een organisatiedeskundige, een controller bij Shell, een biochemica.'

Lida Verstegen heeft uit handen van de voorzitster zojuist de Pluim gekregen, een jaarlijkse onderscheiding voor een netwerkster met bijzondere verdiensten. Verstegen, bestuurskundige, ex-lid van Provinciale Staten voor d66, is vice-voorzitter van de in 1894 opgerichte Vereniging Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en Gelijk Staatsburgerschap en voorzitter van de Provinciale Vrouwenraad van organisaties in de provincie Zuid-Holland. 'Ik heb hier een fantastische penningmeester voor de Vrouwenraad vandaan geplukt', zegt Verstegen. 'Er was opeens een vacature en ik zei: dat komt wel goed, ik zal eens in mijn netwerk rondkijken.'

Het netwerk hanteert het principe van 'halen en brengen'. Van leden wordt een actieve rol verwacht in discussies, in commissiewerk, in bestuursactiviteiten. Helmine van der Heiden, hoofd van de afdeling 'informatie en service' bij de Novib, heeft zich drie jaar geleden bij het netwerk aangesloten, 'omdat een leidinggevende functie soms best eenzaam kan zijn'. Via-via kwam ze in contact met deze groep van gelijkgestemden die je inspireren, met wie je iets gemeenschappelijks deelt. 'Je weet: die is financieel deskundig, die is juridisch onderlegd, dus je kunt heel veel vragen kwijt in deze groep. De sfeer is vertrouwd en vertrouwelijk. Wat hier wordt besproken, komt het Voorhout niet op.'

Private banking

Het Lange Voorhout, voor uw complete relatiebeheer. Het geldt voor een gonzend sociëteitsleven, maar evenzeer voor een volledig pakket van personal and corporate finance.

F. van Lanschot Bankiers op nummer 32 doet er dusdanig goede zaken dat in 1998 het buurpand op nummer 30 erbij is gekocht. Na grondige restauratie is het inmiddels ruim een jaar in gebruik.

Kantoordirecteur Peter Mullink ontvangt in zijn werkkamer met 19de-eeuws crèmekleurig krullend stucwerk aan plafond en schouw. 'Van Lanschot is uit hoofde van haar beleid gevestigd op locaties met een zekere uitstraling en neemt daarbij voor lief dat er wel eens concessies moeten worden gedaan aan het gebruiksgemak van de panden', zegt Mullink op dicteersnelheid. Vrij vertaald: 'wonen op stand' heeft zo z'n nadelen maar Van Lanschot heeft het er graag voor over.

Van Lanschot accepteert, ook uit hoofde van beleid, niet zomaar iedere cliënt die aanbelt aan het Voorhout. De ondergrens ligt bij 100.000 euro bruto jaarinkomen of 100.000 euro vrij belegbaar vermogen. Het mag een aardige drempel lijken, maar niet voor de paar duizend relaties die het Haagse filiaal in portefeuille heeft.

Cliënten dienen, eenmaal 'toegelaten', liefst meteen alle financiële zaken aan Van Lanschot uit handen te geven, want zomaar een hypotheek of zomaar een betaalrekening levert de van oorsprong Bossche bank niet graag. Het is beslist niet onbeleefd bedoeld, wil directeur Mullink graag onderstrepen. Het heeft alles te eaken met 'het hoge niveau van zeer persoonlijke aandacht' dat Van Lanschot zijn cliënten wil bieden. Daartoe wordt eenmaal per maand de voormalige eetzaal op nummer 32, een stijlkamer voorzien van 18de-eeuwse arcadische behangselschilderingen, opengesteld voor groepen van circa dertig relaties. Tot hen spreekt een bancair deskundige over financiële kwesties als: 'het nieuwe belastingstelsel en uw tweede huis in het buitenland' of 'het nieuwe belastingstelsel en uw monumentale pand'. Zin in een wat speelser avond? Dat kan, met The Asset Allocation Game, waarin tot lering en vermaak fictieve beleggingsportefeuilles worden beheerd.

En private banking kan nóg intiemer aan het Voorhout, bij Theodoor Gilissen Bankiers, dat deel uitmaakt van de Fortis Groep. Wie zich aandient bij nummer 31-33, op de hoek tussen Pulchri Studio en Bodega De Posthoorn, krijgt toegang tot een gedempt verlichte salon die nergens kantoor en liefst huiskamer wil zijn. Filiaaldirecteur Willem van Steenbergen en zeven medewerkers beheren particuliere vermogens waarmee opgeteld een bedrag van 8 miljard gulden is gemoeid. Men streeft ernaar binnen enkele jaren een verdrievoudiging van dit kapitaal binnen te halen. 'Wij zijn vermogensbeheerders, geen beleggingsadviseurs', licht Van Steenbergen toe, om aan te geven dat Theodoor Gilissen Bankiers niet de bank van het flitskapitaal wil zijn. Het motto van de bank luidt dan ook niet voor niets: 'Het vermogen om rust te creëren.'

Vastgoedjongens

De rust die Theodoor Gilissen wil uitstralen, staat in schril contrast met de koortsachtige bewegingen die sinds enkele jaren op de vastgoedmarkt aan het Voorhout zijn waar te nemen. 'Iedereen wil hier zitten', zegt makelaar Eduard Kruiper, zelf kantoor houdend op nummer 58, tijdens een wandeling op een doordeweekse middag.

Kruiper wijst het ene na het andere pand aan dat de afgelopen twee, drie jaar een nieuwe eigenaar of nieuwe huurders heeft gekregen. Links van het Paleis Lange Voorhout heeft hij twee panden verkocht aan zakenvrouw Sylvia Tóth, rechts huurt ex-Philips-topman Cor Boonstra twee verdiepingen. Tóth en Boonstra behoren tot de weinige particulieren die nog daadwerkelijk wonen aan het Voorhout.

'De laatste jaren is iedere vierkante meter die hier vrijkomt vrijwel onmiddellijk weg', zegt Kruiper. Nabij Pulchri heeft hij 'net een paar vastgoedjongens gezet' met een huurcontract van 60.000 gulden per jaar.

'Ik geloof niet dat ze er vaak zijn, maar hun bedrijf heeft wél een adres aan het Lange Voorhout.'

Hotel Des Indes, een absoluut 'a-merk' op de Nederlandse hotelmarkt dat enigszins begint af te bladderen, is vorig jaar gekocht door vier Haagse investeerders. Volgend jaar moet een meer dan drastische verbouwing en restauratie beginnen, die vele miljoenen euro's zal kosten. General manager Paul Kok toont op het dak de gaten en scheuren in metsel- en pleisterwerk. Hij geeft een rondleiding langs hotelkamers met onooglijk gebloemde tegels in de badkamers en wijst naar gedateerde hard-paarse bloemen in het tapijt. Beneden in de lounge bladert hij in een stevig 'koffietafelboek' van de Franse binnenhuisarchitect Jacques Garcia die de styling heeft gedaan van hotels in Brussel, Parijs, New York en Miami en die nu Des Indes onder handen zal nemen.

Haagse Harry

De meeste huurders aan het Voorhout betalen een nog betrekkelijk bescheiden prijs van 300 à 400 gulden per vierkante meter. Maar schaarste op de Haagse kantorenmarkt jaagt de prijs omhoog; de eerste contracten van boven de 500 gulden zijn al afgesloten.

'Het Lange Voorhout is de meest prestigieuze en tegelijk meest ondergewaardeerde locatie van Nederland', zegt vastgoedmagnaat en projectontwikkelaar Gerard Stevers, eigenaar van meer dan duizend panden in Den Haag, waarvan negen aan het Voorhout. Stevers ziet volop mogelijkheden om de huurprijs aan het Voorhout de komende jaren op te krikken naar 800 gulden 'en 1.200 gulden moet ook tot de mogelijkheden behoren'. Logisch, vindt Stevers: 'Waar in Nederland rijdt de Gouden Koets door je voortuin? Nergens toch!'

Stevers (spijkerbroek, wit overhemd met korte mouwen, vloeiend beheerser van Haagse-Harry's tongval) bestiert zijn imperium vanuit zijn kantoor in Rijswijk. Aan het Voorhout wil hij niet gevestigd zijn. 'Ben je gek, ik verhuur daar liever. Dat levert driemaal zoveel op als de kosten die ik hier maak. Ik zit hier dus gratis en ik houd er nog geld aan over ook. Zakendoen is zo simpel.'

Gerard Stevers koopt zijn panden niet lukraak. Hij 'ontwikkelt gebieden vanuit een bepaalde visie'. Hij is de grootste eigenaar van onroerend goed aan de Denneweg, de Hooikade, het Noordeinde, in het Haagse centrum tussen Grote Kerk en Grote Marktstraat - en aan het Voorhout.

Stevers: 'Het Voorhout weet nog niet precies wat het wil zijn. Maar ík weet het wel. Ga maar kijken op nummer 58. Het pand was totaal verziekt van binnen. Ik heb het laten opknappen met respect voor het verleden. Ik heb daar voor 150.000 gulden kristallen verlichting ingedouwd!' Binnenkort laat Stevers nummer 62 onder handen nemen om nieuwe oude luister te laten terugkeren. Op zijn verlanglijstje staan meer panden aan het Voorhout, waarvoor Stevers rustig zijn kans wil afwachten: 'Het spel is daar nog amper begonnen.'

DINSDAGMIDDAG omstreeks lunchtijd is restaurant Le Bistroquet, discreet donker en dieprood van tint, vrijwel leeg. Links achterin hangt de klassieke foto van Dries van Agt en Hans Wiegel, die hier eind 1977 bij een copieus diner de vorming van het eerste kabinet-Van Agt hebben bekokstoofd, nadat de stijfkoppige cda-leider eerst maandenlang door de wringer van onwrikbare PvdA-onderhandelaars was gedraaid. Wiegel dineert nog regelmatig in Le Bistroquet. 'Ja, met Wiegel, twee personen aan mijn tafel', zegt hij dan bij de telefonische reservering. Het personeel heeft aan dit halve woord genoeg. Sommige dingen gaan nu eenmaal nooit voorbij voor bijna oude mensen.

Buiten op het drukbezette terras maakt historica Thera Wijsenbeek-Olthuis een keus uit de verfijnde menukaart. Jarenlang heeft zij de geschiedenis van het Lange Voorhout bestudeerd. Het heeft een omvangrijk boek opgeleverd dat in 1998 is verschenen ter gelegenheid van '750 jaar Den Haag'.

Wijsenbeek heeft het Voorhout in het afgelopen decennium sterk zien veranderen, zeker in de laatste vijf jaar van de economische hausse. Begin jaren negentig was het nog een betrekkelijk stille straat, met veel leegstand en anonieme kantoren achter ongewassen vitrage. En nu? 'Ik zie hier weer duidelijk een neiging de kop opsteken om een ambiance van oud en voornaam te creeren. Kijk naar die Anton Pieck-achtige lantaarns. Op foto's van een eeuw geleden zie je die niet, maar opeens verschijnen ze her en der naast de voordeur. Het Voorhout begint een beetje Madurodam in het groot te worden.'

Hybris, overmoed, heerst aan het Voorhout, zegt Wijsenbeek - en niet sinds vandaag of gisteren. Ze verwijst naar de vroege jaren van drie stadspaleizen aan en nabij het Voorhout. De van oorsprong Franse familie Huguetan wilde halverwege de 18de eeuw status kopen door een pronkpaleisje te laten bouwen op nummer 34/36, waar nu de Hoge Raad zetelt. Het liep uit op een faillissement. Het Paleis Lange Voorhout, nu een museum, werd drie decennia later gebouwd in opdracht van Anthony Patras, lid van de in Den Haag weinig deftig bevonden Friese hofkliek rondom stadhouder Willem IV. Het gevolg, ook hier: faillissement. Aan de bouw van het Paleis Kneuterdijk, nu Raad van State, is het complete kapitaal van de familie Van Wassenaer Obdam ten onder gegaan.

De geschiedenis leert, zegt Thera Wijsenbeek, dat het Voorhout steeds 'een sfeer van overdrijven' heeft uitgelokt. 'Er heeft hier altijd een eigen mentaliteit van opgelegde sjiek geheerst. Het is een permanent spel van status en aanzien kopen, wat op zichzelf niet bijzonder is in betere kringen. Maar aan het Voorhout neemt het extremere vormen aan, omdat het politiek geladen is. Het is hier meer dan epateren, het is er ook op gericht de macht te beïnvloeden.'

Controle op de macht

Zou het zo zijn? Schikt 'de macht' zijn veren aan het Voorhout zoveel opzichtiger dan elders in 's lands regeringscentrum? 'Welnee, de macht zit helemaal niet hier', zegt Theo Dragt, een ondernemende ambtenaar, die - zeer tegen zijn zin - het predikaat 'koning van het Voorhout' met zich meetorst. 'Niet de macht, maar de controle op de macht zit hier: met de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Hoge Raad. De macht zit elders in Den Haag, als die al ergens te traceren zou zijn.'

Theo Dragt is directeur van het Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (caop), gevestigd op de nummers 9, 11 en 13. Het centrum bestaat sinds midden jaren negentig als een zelfstandige stichting die de cao-onderhandelingen bij de (semi-)overheid begeleidt. In de woorden van Dragt: 'Het cao-overleg voor 1,2 miljoen ambtenaren wordt hier geprocessed.'

De caop-directeur wil zijn centrum nu niet direct op één lijn plaatsen met Hoge Colleges van Staat maar hij wil zijn positie intussen ook niet onderschatten. 'Wij zorgen ervoor dat de overheid zich goed gedraagt als werkgever', zegt Dragt. 'Dat is ook een vorm van controle op de macht uitoefenen.'

De griffier van de Hoge Raad, jhr. Wouter van Nispen tot Sevenaer, en de president van de Algemene Rekenkamer, Saskia J. Stuive- ling, beiden in het geluk verkerend van a room with a view op 'één hoog vóór', nemen glimlachend kennis van deze bespiegeling van buurman Dragt. 'Ja, ja, leuk gevonden', zegt Van Nispen tot Sevenaer. 'Die gedachte is nooit eerder bij me opgekomen.' Stuiveling vindt het ook wel 'aardig verzonnen', maar je moet de bijzondere positie van het Voorhout nu ook weer niet overdrijven, meent ze. 'We maken gewoon deel uit van de wijde cirkel rondom het Binnenhof waar iedereen probeert te zitten die te maken heeft met politiek en bestuur. Je ziet dat de departementen ook weer één voor één binnen die cirkel terugkeren. Het Voorhout is prachtig en het heeft een bijzondere geschiedenis. Maar in termen van macht en invloed gesproken, zie ik hier niets uitzonderlijks gebeuren. Wat dat betreft is het gewoon een straat uit vele dichtbij het parlement.'

Atypisch is het Lange Voorhout dus niet. Maar intussen leren de werkzaamheden van zijn nieuwe bewoners wel iets over de nieuwe bedrijvigheid die wortel heeft geschoten in een steeds bredere grijze zone tussen publiek bestuur en private sector. Het caop van Theo Dragt is in dit opzicht bijzondere aandacht waard. Niet alleen houdt het zich bezig met ambtenaren-cao's, ook geschillencommissies en bijzondere onderzoekscommissies (Srebrenica, Enschede) vinden er onderdak. Het centrum beheert enkele rijk gevulde fondsen in de publieke sector. Banenplannen worden opgezet om extra verplegend personeel te werven en om werkloze jongeren uit minderheidsgroepen aan het werk te krijgen. En nog zoveel meer, waarvan een 150 pagina's dik jaarverslag bol staat.

'Ik heb een gouden tent om me heen', zegt directeur Dragt, want om stevige, bedrijfsmatige beeldspraak zit deze overheidsdienaar nooit verlegen. 'Voor het werk dat wij hier met z'n 250'en doen, zou je op een departement het dubbele aantal nodig hebben. Dat komt: wij houden een projectadministratie bij, wij schrijven tijd, wij werken met combat forces. Op ministeries hebben ze tijdklokken waarmee kopieermachines automatisch om zes uur 's avonds worden uitgeschakeld. Hier kun je 's nachts om half drie nog het licht zien branden als het moet. We werken met jonge mensen met een enorm commitment.'

Over het caop zijn de afgelopen jaren her en der de wenkbrauwen wel opgetrokken. Is dat nu wel nodig, deze 6.000 vierkante meter kantoor- en vergaderoppervlak op niet de minste locatie in Den Haag, in een deels duur gerestaureerd onderkomen? Dragt kent de kritiek en werpt die verre van zich. 'Succes maakt altijd jaloers. Wij zitten hier voor een zeer gemiddelde prijs van 330 gulden per meter, op een langjarig contract. We maken winst, iedereen kan onze boeken inzien. We werken onder verantwoordelijkheid van een bestuur met Henk Vonhoff (oud-commissaris van de koningin, red.) als voorzitter en met vertegenwoordigers van sociale partners als leden. Dat zegt genoeg, lijkt me.'

De lege staat

De overheid op afstand, verzelfstandigd of volledig privaat, is te vinden in vele panden aan het Voorhout. Leidende bestuurskundigen als R.J. In 't Veld en U. Rosenthal hebben er hun Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en hun Crisis Onderzoeks Team (cot) ondergebracht. Het cot treedt naar buiten als onderdeel van de Universiteit Leiden, maar is feitelijk een zelfstandige commerciële onderneming, die dankzij de goede relaties van Rosenthal makkelijk grote opdrachten van ministeries binnenhaalt.

Departementale 'projectorganisaties' en toezichtscolleges hebben zich de afgelopen jaren eveneens op stand gevestigd, met klinkende namen als Tweede Fase Adviespunt, Proces Management Primair Onderwijs, Actal (Adviescollege Toetsing Administra- tieve Lasten) en College van Toezicht op de Kansspelen.

De Tilburgse bestuurskundige Paul Frissen beweert in zijn geruchtmakende boek De lege staat, dat het machtscentrum in Nederland volledig is verkruimeld en zelfs verdampt. Dualisme in de politiek, drie lagen in het openbaar bestuur, scheiding tussen staat en markt: het zijn nog louter ficties. In werkelijkheid zijn bonte netwerken van instituten, bestuursorganen, toezichtscolleges en onderzoeksbureaus ontstaan.

Op nummer 94 aan het Lange Voorhout is het bureau Ape gevestigd. Spreek uit: Á-pé-é, waarbij de laatste twee letters staan voor public economics. En niet voor niets. Steeds meer onderzoekers en consultants benutten hun kansen op de sterk uitdijende markt tussen politiek en economie. Het bureau Ape heeft onlangs het secretariaat gevoerd voor de commissie-Donner, die de taaie problemen met de Wet Arbeidsongeschiktheid (wao) heeft onderzocht. Het mag exemplarisch heten voor overheidsinstanties die steeds meer in de knoop raken met spelregels en geldstromen bij publieke dienstverlening: in de sociale zekerheid, de gezondheidszorg, het onderwijs, het openbaar vervoer.

Ape-vennoot Leo Aarts heeft zich twee jaar geleden zelfstandig aan het Voorhout gevestigd, na een carrière van twintig jaar als wetenschappelijk ambtenaar aan de Universiteit Leiden. Een van zijn partners was eerder ambtenaar op het ministerie van Financiën. Aarts: 'Ik bedacht me dat ik in mijn werkzame bestaan halverwege was. Aan de universiteit had ik ook te maken met onderzoek in opdracht van derden. Langs die weg zijn de plannen ontstaan om een eigen bureau te beginnen. Je wilt het tenslotte toch een beetje spannend houden in je werk.'

Aarts werkt inmiddels samen met drie partners en heeft zes medewerkers in dienst. Het huurpand is op de groei betrokken; over één à twee jaar moet het personeelsbestand tot twintig zijn uitgegroeid. 'Vroeger', blikt Aarts terug, 'kon je de publieke zaak uitsluitend als ambtenaar dienen. Het werk van een ondernemer was in de ogen van ambtenaren inferieur. Wie koos voor het ondernemerschap had iets uit te leggen. Tegenwoordig vindt men dat de publieke zaak ook door private partijen kan worden gediend. Ook ambtenaren zien de keuze om voor jezelf te beginnen langzamerhand als een positieve.'

'WOENSDAGAVOND, kort na zes uur in Bodega De Posthoorn. Drie Haagse dames met identieke strakke ponykapsels als bromfietshelmen nippen aan glazen witte wijn en prikken in een bitterbal. Aan de okergeel gesausde wanden van het overigens donkergroene en bruine lokaal hangen ingelijste zwarte vlekken en vegen, vervaardigd door een Arnhemse kunstenaar, waarin een beperkt repertoire van vrouwelijke vormen valt te ontdekken.

De Posthoorn, sinds 1880, maar sinds 1945 gevestigd op Lange Voorhout 39a, kent een ruime vaste-klantenkring die, gemiddeld genomen, van gevorderde leeftijd is. Schuif aan en maak kennis met de Heeren Bokma, een borrelclub van vrinden die terugzien op succesvolle carrières.

Het twaalfkoppige genootschap borrelt hier al meer dan een halve eeuw, sinds 1945. Door natuurlijk verloop en coöptatie is de samenstelling inmiddels vrijwel volledig veranderd, maar verder is alles bij het oude gebleven. De opkomst is mager op deze zomeravond. Trouwe leden als oud-minister Chr. van der Klaauw en de voormalige Leidse universitaire bestuurder K.J. Cath hebben bezigheden elders. Het is niettemin goed en onderhoudend drinken met de heren P.A. van Buuren, oud-ambassadeur te Zuid-Afrika (lachend: 'niet te verwarren met W.A. van Buren...'), bankier in ruste G.C. Vrint en F.W. Kist, oud-grootmeester aan het hof van Hare Majesteit de Koningin.

Hoe toevallig. Kist heeft bijna elf jaar aan het Voorhout gewoond, in de dienstwoning op nummer 78, naast Paleis Lange Voorhout, totdat hij drie jaar geleden met pensioen ging. 'Het was beslist aangenaam wonen aan het Voorhout', zegt Kist. 'Alleen was het soms een beetje gênant je adres te noemen tegenover een Duitse relatie: zij verstaan Lange Vorhaut en kunnen daar erg om lachen.'

Vanuit zijn raam heeft Kist gezien hoe het eens stille Voorhout uit zijn bedaagde sluimer is ontwaakt. De traditie van kermis rond Koninginnedag gaat ver terug en de boeken- en antiekmarkt op donderdag bestaat ook al weer enkele decennia. Maar wat is er allemaal niet bijgekomen de afgelopen jaren? Tijdens de Paardendagen, in de vroege zomer, verrijzen stallen en een compleet stadion voor een massaal bezocht hippisch festijn. De Franse ambassade organiseert een bal publique in de open lucht op Quatorze Juillet. Een club van ondernemers komt eenmaal per jaar 's morgens om acht uur buiten ontbijten aan met roze damast gedekte tafels. De geraniummarkt op 30 april zorgt voor topdrukte.

En niet te vergeten: de Beeldententoon- stelling, die voor de vierde achtereenvolgende zomer onder de lindebomen is ingericht. 'Ja, die is prachtig', oordelen de Heeren Bokma eensgezind. 'In ieder geval zijn de meeste beelden van beduidend hogere kwaliteit dan dat volstrekt onartistieke beeldje van Louis Couperus dat een paar jaar geleden voorbij Pulchri is neergezet', zegt Vrint. Met de hartelijke groeten aan de maker, beeldend kunstenaar Kees Verkade te Monaco, van wiens werk deze zomer een overzichtstentoonstelling in het voormalige Paleis Lange Voorhout is ingericht.

De beeldenparade met circa dertig sculpturen, dit keer Carnaval des animaux getiteld (nog tot 11 september), trok vorig jaar ruw geschat 700.000 bezoekers naar het Voorhout. Dagelijks trekken duizenden wandelaars langs de beelden, op zomerse dagen tot ver na middernacht bij stemmig spotlicht. Initiatiefnemer Eric Dullaert zag in 1996 een beeldententoonstelling aan de Champs Elysées in Parijs: 'In een fiits bedacht ik me: dat wil ik ook in Nederland. En tegelijk wist ik dat er maar één plek was waar zo'n expositie helemaal thuishoort: het Lange Voorhout. Het is een kwestie van intuïtie, van gutfeeling.'

Sculptuurstad

De beelden passen in een cultureel 'marketingconcept' dat Dullaert scherp voor ogen staat. Hij ziet voor zich dat Den Haag uitgroeit tot sculptuurstad, met een manifestatie op verschillende plekken in de stad in alle seizoenen van het jaar. 'Cultuur is nu te veel een sluitstuk van beleid', kritiseert Dullaert. 'Het moet andersom zijn: cultuur inspireert tot nieuwe initiatieven op heel veel terreinen. Cultuur is een motor, een magneet.'

Het mag ietwat gezwollen klinken, maar de permanente zomerse drukte aan het Voorhout kan de geponeerde stelling onderbouwen. De galerie en taveerne van 'kunstenaarskolonie' Pulchri Studio spinnen er garen bij. Beeldend kunstenaar Dick Stapel, voorzitter van het verenigingsbestuur, taxeert dat de omzet van kunst en consumpties de afgelopen jaren 'meer dan verdubbeld' is. Voor het eerst heeft Pulchri bij de voordeur een bescheiden terras ingericht. Stapel: 'Sommige leden zeggen: moeten we nu ook al aan die drukte meedoen? Maar we doen het op onze manier, in stijl, met meubilair van Philippe Starck. Ach, waarom ook niet.'

Pulchri, dat kampt met een vergrijsd bestand van aangesloten kunstenaars en 'kunstlievende leden', is in 1998 financieel bijna ten onder gegaan. Het probeert zich een weg terug te vechten na krachtige bestuurlijke ingrepen, met vergevorderde plannen voor een drastische renovatie van het pand die vele miljoenen zal kosten. Een groter deel van Pulchri moet voor verhuur geschikt worden gemaakt. 'Het gebouw oogt nu te gesloten van buiten', zegt Stapel. 'De kunst moet vanaf het Voorhout beter zichtbaar zijn, zodat mensen meer naar binnen worden getrokken.'

DONDERDAGMIDDAG op nummer 25, in Sprankling, de enige 'champagneboetiek' van Nederland. Eigenaar Jan de Koning heeft zojuist een magnum Dom Perignon rosé, vintage 1985, een top-cuvé, verkocht voor de som van 1.250 gulden. Naast hem doet echtgenote Ellen vergelijkbaar goede zaken in Huize Van Wely, een franchise-dochter van de gerenommeerde Noordwijkse patissier, chocolatier en glacier.

Jan de Koning verkoopt de 26 grandes marques van de allerbeste champagnehuizen. Driekwart van zijn omzet haalt hij in december. Een trouwe klant verraste hem vorig jaar met een order van 1.600 magnums plus 1.600 zakjes handgedraaide champagnetruffels. 'Kijk, dat zijn leuke dingen.' Of een bestelling van 8.000 'gewone' flessen champagne, als relatiegeschenk namens een ministerie - ook niet slecht.

Twee jaar geleden heeft De Koning het buurpand gekocht, omdat hem dat een in- en uitgang bezorgde naar de achter het Voorhout gelegen Hoge Nieuwstraat. Sindsdien beschikt hij over een private diningroom, waar Raden van Bestuur van niet nader genoemde grote ondernemingen in alle discretie en gastronomisch ondersteund hun zakelijke besprekingen komen voeren. Achter deze eetkamer ligt een keuken-annex-zaal, waar groepen zelf hun diner kunnen bereiden onder leiding van een ervaren kok. De Koning aait het kookeiland dat hij heeft laten installeren: 'Een fourneau Molteni, de Rolls Roys onder de fornuizen.'

De Koning hoopt zijn zaak over een jaar of twee 'goed te verkopen, want het is kei- en keihard werken in deze branche, waarin je een groot deel van je voorraden zelf in het buitenland moet gaan halen om de kwaliteit te leveren die de klanten van je verwachten'. Bovendien, vindt De Koning, heeft de gemeente Den Haag volstrekt onvoldoende oog voor het ondernemersbelang aan het Voorhout: 'Leuk hoor, die beeldententoonstelling, maar het gaat ten koste van een hele hoop parkeerplaatsen, die hier toch al zo schaars zijn. Auto's worden volgens mij langzaam maar zeker van het Voorhout verbannen. Fijn voor het aanzicht, maar funest voor mensen die hier zo goed mogelijk hun werk proberen te doen.'

Het is in dit spanningsveld tussen bedrijvigheid, recreatie en cultureel-historie dat de Stichting Vrienden van het Lange Voorhout, opgericht in 1999, alle soms strijdige belangen probeert te behartigen. Voorzitter is de advocaat Chris van Beuningen die vanuit zijn werkkamer, op de hoek van Lange Houtstraat en Toernooiveld, uitziet over het korte stuk van het Lange Voorhout.

De stichting heeft de afgelopen jaren 'een uitstekende relatie opgebouwd' met enkele gemeentebestuurders en -ambtenaren, meldt Van Beuningen. 'We zijn erover in gesprek dat niet alle evenementen passen bij het culturele erfgoed dat je aan het Voorhout in ere wilt houden. Leuk, een jeu de boule-wedstrijd, zou je denken. Maar het plezier vergaat je onmiddellijk als je de keiharde muziek uit de loudspeakers hoort knallen. En de kermis hoort hier ook niet meer, met die geweldige herrie en die idiote teksten die in microfoons worden getoeterd: rrrrrr, ja-ja-ja-ja, drraaien maar weerrr! We hebben niets tegen een kermis, maar dan wel een ouderwetse graag, met een zweefmolen en ballen gooien en ezeltje rijden en zo. Dat soort vriendelijke kermissen bestaat nog, die zouden we hier graag verwelkomen.'

De begunstigers van de Stichting Vrienden van het Voorhout borrelen eenmaal per jaar - afgelopen herfst bij Van Lanschot en eerder bij de Zweedse ambassadeur. Circa 150 particuliere donateurs, afkomstig uit binnen- en buitenland, betalen 50 gulden per jaar, terwijl tien zakelijke geldschieters een bijdrage van 1.000 gulden leveren. Daar krijgen ze dan ook wel iets voor terug: een extra schoongeveegd Voorhout.

VRIJDAGOCHTEND, kort voor negen uur aan de Vondelstraat, achter Paleis Noordeinde. Een twintigtal mannen, met bijna evenveel nationaliteiten, druppelt binnen in een schaftlokaal. Buiten op de stoep staan karren met vuilnisbakken, bezems en scheppen. De mannen nemen deel aan een project van de Haagse Werkbedrijven, die 'moeilijk bemiddelbare' werklozen onder intensieve begeleiding weer aan het werk proberen te krijgen.

Zeven dagen per week maken twee mannen uit deze groep een schoonmaakronde over het Voorhout, waarbij ze zwerfvuil opruimen en de prullenbakken legen. De Stichting Vrienden van het Lange Voorhout betaalt voor deze service 7.000 gulden per jaar: 135 gulden per week, 20 gulden per dag. Het zijn prijzen die allesbehalve 'marktconform' zijn, maar, verklaart bedrijfsleider Syts van Heijst: 'Wij brengen alleen de overhead-kosten in rekening. De salarissen van de mannen worden betaald via uitkeringsgelden.'

De gemeente Den Haag heeft de Voor- houtse Vriendenstichting vorig jaar voor dit burgerinitiatief beloond met de 'gulden klinker', die nabij Des Indes in het plaveisel is geplaatst. De uitreiking ging gepaard met een feestelijke borrel. In het kantoortje van Van Heijst hangt een knipsel uit de Haagsche Courant, waarin enigszins zuur wordt opgemerkt dat de straatvegers zelf op geen enkele wijze zijn betrokken in dit huldebetoon.

En, hebben de Vrienden het goedgemaakt, met een flesje champagne in december?

Van Heijst: 'Nee, niks gezien.'

De semi-privaat gefinancierde schoonmakers aan het Voorhout staan niet op zichzelf. Het ene na het andere particuliere initiatief om de openbare ruimte op te poetsen, duikt op. Het caop van Theo Dragt heeft, voor eigen kosten, de tientallen meters lange strook met openbaar groen voor de deur opnieuw laten inzaaien met 'sombrero-gras'. En, toen men toch bezig was, zijn ook nog eens 10.000 krokusbollen extra onder het maaiveld gepoot. Er is een sponsor gevonden om op de voetgangersstrook, waarover de Gouden Koets op Prinsjesdag naar het Binnenhof rijdt, weer het schelpenpad te laten terugkeren dat in de jaren vijftig is geasfalteerd. De Vriendenstichting laat gevelstenen maken, waarop in het Nederlands en in het Engels de historie van de panden wordt beschreven.

En zie, in het gras nabij hotel Des Indes, het beeldje van Flaneur, het Haagse heertje uit een veelgelezen kroniek die de journalist E. Elias (1900-1967) in een Haags dagblad schreef. Een weldoener stuurt sinds kort elke drie maanden een schoonmaker langs die de vogelpoep van het bronzen kunstwerk komt verwijderen. Een er tegenover gelegen bankfiliaal wil het beeldje binnenkort in een spotlicht plaatsen. Dan zal de tekst onderaan de sokkel ook 's avonds en 's nachts beter te lezen zijn: 'Ik zie rond ... en glimlach.' M

Gijsbert van Es is politiek redacteur van NRC Handelsblad.

Martijn van de Griendt is freelance fotograaf

[streamliners] Hagenaars noemen het 'het mooiste plein van Europa', maar een nuchtere Amsterdammer denkt eerder aan 'een gedempte Herengracht'.

Lees de koperen deurplaten en treed binnen in een levende wereld van politiek en bestuur, van handel en geld, van lobby's en diplomatie.

Overal waar drank en spijs rondgaan, komen de 'decisionmakers' bijeen.

'Waar in Nederland rijdt de Gouden Koets door je voortuin? Nergens toch?'

Steeds meer onderzoekers en consultants benutten hun kansen op de sterk uitdijende markt tussen politiek en economie.

Het ene na het andere particuliere initiatief om de openbare ruimte op te poetsen, duikt op.