Zeehelden in heftige rapscène

Piet Hein heeft vanwege zijn verovering van de Spaanse zilvervloot al heel lang zijn lied (Piet Hein, zijn naam is klein) op tekst van J.P Heije en zijn Piet Heinrhapsodie van Dr. Peter van Anrooy. Maar Michiel de Ruyter, de grootste Hollandse zeeheld uit de Gouden Eeuw, werd slechts vereerd met een standbeeld in zijn geboortestad Vlissingen en met een grafmonument in de Amsterdamse Nieuwe Kerk. Dat monument biedt overigens wel uitzonderlijke eer: op de plaats van het altaar beeldt het de in de strijd gevallen vlootvoogd uit als de verlosser van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Nu is er echter ook Kabaal, een korte opera van Douwe Eisenga over de twisten tussen De Ruyter en Cornelis Tromp. Het een uur durende werk beleefde gisteren in Vlissingen zijn première in de historische kazemat onder het standbeeld van De Ruyter, die daar op de boulevard uitkijkt over de Schelde. Kabaal past in de trend van steeds meer vaderlandse geschiedenis in Nederlands operarepertoire. In 1996 was er François Guyon over Balthasar Gerards die Willem van Oranje doodschoot in Delft. Daar speelde ook Writing to Vermeer (1999) van Louis Andriessen en Peter Greenaway.

Kabaal gaat over een hoog oplopende ruzie tussen Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp, de zoon van Maarten Harpertsz Tromp. De jonge Tromp, die volgens vlootvoogd De Ruyter ooit de oorzaak was van een nederlaag van de Hollandse vloot, wil De Ruyter opvolgen. Beide mannen komen voor een onderhoud bij stadhouder prins Willem III en vechten voor hem hun twisten uit. Dat veroorzaakt onder de Vlissingse gewelven inderdaad enorm kabaal. Roddel en achterklap, sarren en treiteren, beledigen en verwijten, vuig en ruig zijn de verschillende stadia van deze scheldkannonade. Het is een oorlog met woorden, vaak virtuoos en met vanzelfsprekende rijmen (vloot-dood) in taal gevat door librettist Nirav Christophe.

De Ruyter en Tromp hebben totaal tegengestelde karakters. De Ruyter is van volkse komaf en recht door zee. Tromp komt uit de regentenstand, voelt zich thuis aan het hof en weet zich reeds vooraf winnaar. Maar deze met grote inzet van de zangers vertolkte twist is vooral een generatieconflict tussen de oude De Ruyter en de jongeling Tromp. Kabaal eindigt met de overwinning van de jeugd, die de toekomst heeft. ,,Daar gaat de jonge Tromp, de tijd staat aan zijn zijde. Tegen Tromp kan ik wel op, maar niet tegen hen beiden.''

De prins, voorzien van Oranjesjerp, is ook de enige muzikant. Met marimba en slagwerk bespeelt hij de twist in een scala van muziekstijlen, die de Gouden Eeeuw verbindt met het heden. Hij probeert soms harmonie te creëren, maar jut de contestanten ook op. Zo verhevigen zich de muzikale vormen van verheven declamatie en `Sprechgesang' tot een fantastisch heftige eigentijdse rapscène. Later komt alles weer in rustiger vaarwater met een gedragen monoloog van De Ruyter in de stijl van zijn mede-Zeeuw Valerius. Als de prins De Ruyter en Tromp met autoritair tromgeroffel tot de orde roept, heffen ze opeens braaf een unisono-duet aan en maken een dansje.

Het slot toont de hogere politiek. Voor het eerst spreekt de prins met woorden tot het publiek, wij zijn opeens de Staten Generaal. Hij legt uit dat Tromp de plaatsvervanger is van De Ruyter. ,,Deze regeling is geheim, voor het volk, de vloot en de natie en zij bestond natuurlijk al lang vóór de conversatie.''De Ruyter gromt nog een grimmige epiloog: ,,Aanschouw den held, der Staeten rechterhand, de redder van 't vervallen vaderland.''

Voorstelling: Kabaal van Douwe Eisenga (muziek) en Nirav Christophe (libretto) door Egidius Pluymen (De Ruyter), Wil van der Meer (Tromp) en Daniel Cross (Willem III). Gezien: 30/8 Keizersbolwerk Vlissingen. Herh. t/m 9/9. Res.: (0118) 659659