Waar is Lou? Hier!

Het Nationale Toneel speelt binnenkort `Huis en Tuin' van Alan Ayckbourn:

twee toneelstukken die tegelijkertijd gespeeld worden door dezelfde acteurs.

Een reportage over verdwalen en door de gangen rennen.

In de coulissen blaft een hond, wachtend op zijn baas, gespeeld door Gijs Scholten van Aschat, die met een apporteerstok moet opkomen. Maar het podium in de Haagse Guido de Moorzaal, waar het toneelstuk Tuin speelt, blijft minutenlang akelig leeg. De acteur staat namelijk in een ánder toneelstuk, Huis, in de naastgelegen Koninklijke Schouwburg. Als hij daar zijn monoloog heeft voltooid, rent hij door een doolhof van gangen naar de buren, om daar alsnog zijn entree te maken. ,,Volgens de laatste cijfers moest het kloppen,'' mompelt de regisseur, ,,maar dit blijft de bottleneck.''

Het Nationale Toneel begint dit seizoen met een opmerkelijke productie: Huis en Tuin, een combinatie van twee situatiekomedies en een race tegen de klok. De twee nieuwe komedies van Alan Ayckbourn dienen tegelijkertijd in naast elkaar gelegen zalen te worden opgevoerd, met een cast van veertien spelers die door een precieze timing en veel opkomsten en afgangen in beide toneelstukken tegelijk optreden.

Huis speelt in een Brits landhuis, waar een rijke nietsnut (Gijs Scholten van Aschat) wacht op een oude vriend (Lou Landré) die hem een zetel in het parlement wil aanbieden. Ondertussen weet zijn ongelukkige vrouw (Carine Crutzen) hem tot in het absurde te negeren. Tuin speelt in de tuin van dat landhuis, waar de jaarlijkse fancy fair ten onder gaat in allerlei relatieconflicten. Als altijd bij Ayckbourn, zo schreef een Britse krant, draait het om `wellust, egoïsme, ambitie, zelfingenomenheid, en onderdrukking'.

Op 9 september gaat Huis en Tuin in première, afgelopen weekeinde hield de groep een doorloop. De spelers zweten hevig, net als de vele, druk in hun microfoontjes pratende technici. Regisseur Antoine Uitdehaag heeft de warmste dag van het jaar uitgezocht om de twee stukken voor het eerst in hun geheel en tegelijkertijd op te voeren. In de schouwburg blijft het redelijk koel, maar in de Tuin-zaal is het al snel minstens 35 graden. Door de zenuwslopende en ingewikkelde operatie, en het heen en weer haasten, ligt de gevoelstemperatuur nog wat hoger.

Huis wordt gespeeld in de Koninklijke Schouwburg, Tuin in het achter de schouwburg gelegen gebouw van het Nationale Toneel. De gebouwen zijn door gangen met elkaar verbonden. Het decor van Huis bestaat uit een huisvormig frame, enige losstaande decorwanden, klassieke meubels en veel realistische requisieten: een stofzuiger, schalen met hapjes, glazen met nep-whisky. Tuin heeft een wat abstracter vlakke-vloerdecor. De wanden van de zaal zijn expressionistisch beschilderd met enorme varens. Op de vloer ligt kunstgras. Uit sproeiers daalt zo nu en dan een regenbui neer. Middenin staat een fontein met een water spuwende kikker.

Voor een eerste keer gaat er verrassend weinig mis. Dat de hond van Scholten van Aschat, wiens geblaf op een bandje staat, in de eerste minuten te vroeg inzet, kwam doordat de regisseur vandaag Tuin twee minuten eerder laat beginnen dan Huis. Voor de andere krappe wissels komt dat beter uit, maar in die eerste minuten heeft Scholten van Aschat net te weing tijd.

Spoorboekje

's Ochtends voor de repetitie heeft regisseur Uitdehaag, die in de kantine als een generaal over de stafkaarten zit gebogen, dat al voorzien. Naast de twee scripts vol aantekeningen houdt hij een soort spoorboekje bij waarop staat vermeld hoelang iedere scène op de seconde af duurt. Zijn assistente is bezig om het tijdschema opnieuw door te rekenen, nu met de twee minuten speling.

,,De overloop is 150 seconden. Misschien moeten we toch naar anderhalf gaan'', zegt ze.

,,Dat kunnen we op een ander punt wel inlopen'', antwoordt Uitdehaag. In een ander schema heeft hij met veertien kleurpotloden ieder personage een eigen kleur gegeven, en hun bewegingen van scène tot scène weergegeven. Hij loopt rond met een stopwatch om zijn hals, alsof hij een sportwedstrijd coacht.

De succesrijke schrijver van Huis en Tuin, sir Alan Ayckbourn (1939), staat bekend om zijn technische virtuositeit. Hij schreef zestig toneelstukken, en drieëntwintig revues, bewerkingen, tv-spelen, en eenakters. Hij houdt ervan om zichzelf een technisch probleem op te geven en dat zo elegant mogelijk op te lossen. Berucht is zijn gewoonte om pas vlak voor de repetitieperiode te beginnen met schrijven, waarna hij het stuk in één ruk aan zijn secretaresses dicteert. Naar eigen zeggen omdat het toneelstuk uit zijn hoofd moet, om plaats te maken voor het volgende.

Huis en Tuin lijkt enigszins op zijn cyclus The Norman Conquests, waarin hij hetzelfde verhaal steeds door de ogen van een ander personage liet zien. In Huis en Tuin is het of ieder personage zijn eigen stuk speelt, zonder werkelijk contact te maken met de anderen. Een ander stuk waar Huis en Tuin aan doet denken is Picnic van Vis à Vis, waar het publiek aan de ene kant van het podium een toneelstuk zag en aan de andere kant wat er achter de schermen van dat stuk gebeurde. Het Ro Theater speelde vorig seizoen in twee zalen tegelijkertijd twee versies van Macbeth, maar die stonden nog redelijk los van elkaar.

De Britse critici vinden dat Ayckbourn na een wat slappe periode met Huis een van zijn beste komedies heeft geschreven. Ze zijn veel minder te spreken over Tuin, dat niet op zichzelf zou kunnen staan. De komedies zijn officieel los te zien, maar pas als je beide stukken hebt gezien, het liefst Huis eerst, valt alles op zijn plaats. Huis is vooral een praatstuk. Tuin moet het hebben van de slapstickscènes: een tentje dat instort over een woest vrijend stelletje, een achtervolging door de bosjes, verwisselde onderbroeken en een verwarde onderwijzeres die zich voor een electrische grasmaaier werpt.

Huis en Tuin is zwaar voor de spelers, de technici. En voor de personages, die hun huwelijken zien stranden in chaos, misverstanden en overspel. Maar voor het publiek zijn de komedies juist licht en ongecompliceerd. Ayckbourn blijft met al zijn verhaallijnen aan de oppervlakte, de personages zijn redelijk stereotype en uitvergroot. Of zoals een Britse krant oordeelde: ,,A nice, safe middlebrow summerhit.'' Uitdehaag: ,,Als altijd bij Ayckbourn gaat het over het huwelijk, over mislopende relaties. Het goede aan zijn stukken is dat hij zich niet beperkt tot een selecte groep mensen ergens anders, maar vertelt over onszelf. De herkenbaarheid is groot.''

Achter de schermen zijn lange lopers gelegd waarover de spelers geruisloos naar het andere stuk kunnen sprinten. In de gangen staan pijlen op de vloer zodat niemand kan verdwalen, hetgeen uw verslaggever, die tijdens de doorloop op sokken rondloopt, toch steeds overkomt. Tot zijn verbazing staat hij soms plots links van Huis als hij rechts van Tuin denkt te zijn. Of hij staat opeens in de dames-wc. Hij probeert achter het doek muisstil het podium over te steken, maar de planken onder de loper kraken vreselijk.

,,Weet je wat fijn zou zijn? Als hier een bekertje water zou staan'', zegt de verhitte Anita Menist, die de huishoudster speelt, tegen een inspiciënt.

,,Weet je dat ik daar al drie dagen mee bezig ben?'' antwoordt hij.

In de gang wisselt Gijs Scholten van Aschat razendsnel van kostuum, zonder zijn cool te verliezen. Vlak voor hij op moet, staat hij nog rustig zijn das te strikken. Will van Kralingen komt op hoge hakken langsrennen, met Coby Stunnenberg in driedelig pak op de hielen. Van Kralingen speelt een hitsige, drankverslaafde Franse actrice. Bij eerdere repetities was haar wissel een van de bottlenecks. Maar nu is ze te vroeg. Rechts van het podium heeft ze nog vijf volle minuten om uit te hijgen.

Uitdehaag: ,,We moeten ook nog tijd intekenen voor het publiek. Vandaag voor een lege zaal komen we redelijk uit, maar we weten pas hoe het loopt als we try-outs spelen. Het publiek gaat reageren, heeft lachpauzes nodig. Daar is in het schema nog geen ruimte voor.''

Merkwaardig aan de hele operatie is dat als hij goed verloopt, het publiek niets merkt van de virtuoze wisselingen. Het publiek ziet immers één stuk tegelijk, en nooit wat er achter de schermen gebeurt. Zo lijkt Huis en Tuin op een briljante goocheltruc die achter een gesloten gordijn wordt opgevoerd. Uitdehaag: ,,Ja dat is wel raar, maar dat heb je altijd met virtuositeit: iets heel ingewikkelds dat er moeiteloos uitziet. Maar na het zien van beide stukken, heb je toch een idee hoe de twee in elkaar steken, en bij sommige wisselingen voel je wel de sensatie dat er een ander stuk op de achtergrond speelt. Ik hoop dat de bezoekers van Huis in de pauze op de wc's en in de koffiekamer ervaringen uitwisselen met de bezoekers van Tuin.''

Tijdens de echte voorstellingen gaat een technicus met twee monitoren de synchroniciteit in de gaten houden. Als de ene zaal voorloopt, laat hij een rood lampje branden. Dat betekent dat de spelers moeten vertragen. Een groen lampje betekent achterlopen en dus versnellen. Uitdehaag: ,,Ayckbourn heeft heel slim op bepaalde plekken vertraag-scènes ingebouwd. Als er bijvoorbeeld een kopje uit de kast wordt gehaald. Of iemand doet een moeizame bekentenis. Daarmee kunnen we tijd winnen. Maar in de praktijk blijkt het moeilijk om te vertragen, en onmogelijk om te versnellen. In een situatie-komedie kun je niet straffeloos aan de timing sleutelen. Komedie spelen is al het allerlastigste wat er is, en in deze vorm vergt het helemaal hogeschool-acteerwerk. De timing is nog preciezer, genadeloos. Niemand kan zich even laten gaan in een scène die lekker loopt. Dat eist zware discipline. Ik wil de acteurs nu nog zoveel mogelijk buiten de logistieke problemen houden. Ze moeten zich gewoon concentreren op het zo goed mogelijk spelen van de twee komedies. Daarom hebben we de stukken tot nu toe steeds apart gerepeteerd.''

Schoolmeisjes

Twee weken voor de première valt het eigenlijk reuze mee met het kunst- en vliegwerk. Maar halverwege het tweede bedrijf gaat het toch nog mis. Lou Landré, die een op schoolmeisjes geilende schrijver/mannetjesmaker speelt, heeft zojuist in Tuin zwetend van wellust een stoet van verklede kinderen moeten jureren. Na een changement moet hij in Huis staan, om afscheid te nemen van zijn oude vrindje (Scholten van Aschat) en diens in de kiem gesmoorde politieke carrière. Maar Huis is te snel klaar met de vorige scène: ,,We missen Lou aan de andere kant''.

,,Stop!'' roept Uitdehaag en het spel wordt stilgelegd. Na vele minuten wachten is Landré echter nog steeds niet in de andere zaal aangekomen. In de gang is hij ook niet. ,,Waar is Lou?'' vraagt iedereen zich af. ,,Hier'', roept Landré. De kleine acteur blijkt nog altijd in de coulissen van Tuin te wachten: ,,Je riep toch stop? Ik stopte ter plekke.''

Hierna loopt het tot het einde gesmeerd. De laatste zin is in beide toneelstukken hetzelfde: ,,Het zal er wel bij horen allemaal. Bij het leven.'' Twee seconden nadat Gijs Scholten van Aschat in Tuin de zin heeft uitgesproken, zegt Carine Crutzen hem in Huis. Slechts twee seconden verschil na honderdachtentwintig minuten spelen. Heel knap, maar het moet natuurlijk precies gelijk worden, zodat in beide zalen gelijk het applaus losbarst. Uitdehaag: ,,Ik heb alleen nog niet bedacht hoe de spelers in twee zalen tegelijk het applaus in ontvangst kunnen nemen. Waarschijnlijk laat ik ze in estaffetteploegjes heen en weer rennen.''

`Huis en Tuin' van het Nationale Toneel in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag, 6 sept. t/m 4 nov. Beide stukken zijn te zien op twee avonden (do. en vrij.), of op één dag 's middags en 's avonds (za. en zo.). Tussendoor kunt u eten in de schouwburg. Res. 0900 3456789, of www.nationaletoneel.nl.