Vooral geen Napelsgeel

De schilders Theo van Doesburg en Han Jansen kleurden beiden hun omgeving: Van Doesburg de huizen, Jansen het water en de lucht. Drachten hult zich in hun kleuren.

Het begon allemaal met een houten koetje op de vensterbank achter een raam van de landbouwschool in het Friese dorp Drachten. Toen ze dat koetje eind vorig jaar zag staan, wist galeriehoudster Han Wilke ineens hoe ze twee en misschien nog wel meer vliegen in één klap kon slaan: een tentoonstelling van de Groningse kunstenaar Han Jansen (1931-1994) organiseren en bewerkstelligen dat de Drachtense `Papegaaienbuurt', waarvoor Theo van Doesburg in 1921 de kleuren en glas in loodramen had ontworpen, in zijn oude luister zou worden hersteld. Met het opgeknapte wijkje, zestien middenstandswoningen en de landbouwschool ertegenover, zou Drachten in Wilkes woorden een `culturele trekpleister van jewelste' hebben.

Overmorgen is het zover. Dan opent in het plaatselijk Museum Smallingerland, in schouwburg De Lawei, in de landbouwschool en in Galerie Wilke in Kunst de expositie van Han Jansen. Tegelijk zal in het museum een overzicht worden getoond van Theo van Doesburgs kleur- en raamontwerpen voor Drachten en zal het Stijl-wijkje zelf, gloednieuw in de verf, er voor wie niet al te precies kijkt weer net zo bijstaan als architect C.R. de Boer en Van Doesburg het in 1921 hadden bedacht. Het is de bedoeling dat in de toekomst ook het interieur van een van de huizen wordt teruggebracht in de rood-wit-blauwe kleurstellingen van Van Doesburg, zodat Drachten dan naar analogie van het Utrechtse Rietveldhuis kan bogen op een Van Doesburghuis.

Boerenzoon

Het lijkt een vreemde combinatie, de strenge Nieuwe Beelding van Theo van Doesburg en het wat in de vergetelheid geraakte werk van de in 1994 overleden `land- zee en luchtschilder' Han Jansen. In de jaren zestig maakte de Groningse boerenzoon Jansen in een heldere, pop art-achtige figuratie schilderijen en reliëfs van koeien in de wei.Later ontwikkelde hij zijn `stroombeelden', waarbij hij verdunde olieverf uit verschillende hoeken over het doek liet vloeien. In 1980 begon Jansen het landschap zelf te beschilderen: in de kreken van het Groningse wad strooide hij verfpoeders die bij eb naar zee stroomden en voor schitterende kleureffecten zorgden die hij op foto's vastlegde.

Henk van Os, die zondag de expositie in Museum Smallingerland zal openen, heeft niet zo'n moeite met de combinatie van het werk van Jansen en Van Doesburg: ,,Ze maakten beiden een soort fundamentalistische kunst, in de manier waarop ze met kleuren werkten gingen ze, elk op een andere manier, back to basics.'' Han Wilke ziet nog meer overeenkomsten tussen de twee kunstenaars: ,,Van Doesburg kleurde de architectuur, Jansen ging een stap verder, hij kleurde de natuur, hij maakte de zee rood en het gras blauw.'' Dat Jansen in Van Doesburgs sterfjaar 1931 geboren werd, kan volgens haar geen toeval zijn. En allebei kwamen ze door hun kleurexperimenten in aanvaring met het gezag. Van Doesburg had het in 1921 zwaar te verduren met de Drachtense autoriteiten. Han Jansen werd in de jaren tachtig om zijn `artistiek vervuilende activiteiten' gedwarsboomd door de Groningse officier van justitie; pas toen hij kon aantonen dat zijn kleurstoffen milieuvriendelijk waren, kon hij zijn poederverf ongehinderd door het water en de lucht strooien. En dan is er nog het boerenbedrijf waardoor beiden zich lieten inspireren. In de `glas in licht schilderijen', zoals Van Doesburg zijn ramen voor de Drachtense landbouwschool noemde, schiep hij geabstraheerde voorstellingen van een zaaier, een spitter, een rooier en een maaier. Deze ramen, die Van Doesburg, zoals hij schreef `tintelend van kleur' wilde hebben, kunnen tijdens de expositie in de school bekeken worden, evenals de koeienschilderijen van Han Jansen uit de jaren zestig, waarvoor twee leslokalen zijn ontruimd.

Gemeentelijk monument

Han Wilke: ,,Vorig jaar september deed de weduwe van Han Jansen mij het aanbod een tentoonstelling te houden van zijn werk. Het houten koetje achter het raam van de landbouwschool bracht me op het idee om daar Jansens koeienschilderijen te exposeren. Ik dacht: dan komt die school in de schijnwerpers, en daarmee kunnen we dan meteen verhinderen dat Van Doesburgs schitterende glas-in-loodramen worden verkocht. Want daar had het schoolbestuur de gemeente mee gedreigd. Ik fantaseerde dat we dan ook het hele buurtje konden laten opknappen en in ere herstellen. Vervolgens heb ik alle partijen om de tafel gezet: de school, de plaatselijke monumentenzorg, de bewoners, de gemeente, het museum en de Stichting Theo van Doesburg, die bij de vorige verfbeurt van de wijk in 1988 was opgericht. Ik zei: met de tentoonstelling van Han Jansen wil ik de Papegaaienbuurt promoten, maar ik eis dan wel dat de gemeente zich inzet voor het opknappen van de school en de woningen, en dat die de status krijgen van een gemeentelijk monument. Dat is inmiddels gebeurd. Zonder toestemming kan er dus niets meer aan worden veranderd en ook het gevaar dat de schoolramen worden verkocht is nu afgewenteld. Bovendien hebben we een nieuwe stichting opgericht die zal waken over het werk van Theo van Doesburg in Drachten. De opbrengst van de verkoop van Han Jansens werk gaat voor een deel naar die stichting.''

Han Wilke woont zelf sinds drie jaar in een van de Papegaaienhuizen. Bij mijn bezoek aan Drachten zijn de schilders net bezig met het houtwerk van haar hoekpand. De voordeur, luifel, kozijnen, erkers en daklijsten worden in de door Van Doesburg vastgestelde verhouding van 8:5:3 in de primaire kleuren blauw, rood en geel geverfd, met wit, grijs en zwart als `begeleidingskleuren'. `Beetje raar', zegt een van de schilders op mijn vraag wat hij ervan vindt. Hij heeft wel gehoord wie de kleuren bedacht heeft, maar die naam is hij vergeten.

Theo van Doesburg kwam in 1920 met architect De Boer in contact via de broers Evert en Thijs Rinsema, twee artistiek bevlogen schoenmakers uit Drachten. Van Doesburg was in die tijd hevig geïnteresseerd in architectuur en hij had sinds 1917 met diverse architecten samengewerkt. Hij meende dat de inbreng van beeldende kunstenaars onontbeerlijk was voor een nieuwe architectuur die de leefomgeving van de mens in een totaalkunstwerk moest veranderen, een `in elkaar grijpende eenheid' waarin alles, tot aan meubels, gordijnen en postpapier toe, een harmonieus evenwicht zou vormen.

Kort nadat hij in juli 1921 de opdracht had gekregen voor de kleurbepaling van het Drachtense huizenrijtje, schreef hij aan De Boer dat hij gekozen had voor de `drie meest harmonisch samenklinkende kleuren: rood, geel en blauw', omdat die een `eenheid' vormen `die altijd prettig aan blijft doen'. Hij voegde daar optimistisch aan toe: ,,In den beginne kanten de lui zich altijd tégen het nieuwe, maar als ze er eenmaal in leven zijn ze er dol mee.'' Dit bleek een misrekening: Van Doesburgs kleuren veroorzaakten een `oproer' in Drachten en al een paar maanden nadat de woningen in april 1922 waren opgeleverd, werden ze van binnen en buiten overgeschilderd in neutrale tinten.

Zijn kleurontwerp voor de landbouwschool, waarvan al het houtwerk in de `secundaire drieklank groen-paars-oranje' geschilderd zou worden, stuitte nog eerder op verzet. De toenmalige directeur H.J. Witteveen schreef meteen nadat hem het ontwerp in januari 1922 onder ogen was gekomen een protestbrief aan het gemeentebestuur en aan het ministerie van Landbouw. Een dergelijke beschildering zou volgens hem niet bevorderlijk zijn `voor de rust van de leerlingen en voor hun aandacht bij het onderwijs'. Hij wil wel een `frissche geest' hebben in de school, maar niet `iets min of meer satirieks'. De inspecteur van het landbouwonderwijs sloot zich bij zijn mening aan. Met het oog `op de opvattingen van den gemiddelden landbouwer' vindt hij dat de beschildering `stemmig en zacht voor het oog' dient te zijn.

Van Doesburgs beschildering ging dus niet door, maar wel werden bij de schoolingang en het trapportaal zijn glas-in-loodramen aangebracht.

De huidige directeur J. Benedictus staat positiever tegenover Van Doesburgs ontwerp. ,,De Stijl was een belangrijke kunstrichting, en daarom besloten wij in 1995 om de school alsnog in Van Doesburgs kleuren te laten schilderen. Omdat de kleuren verdoft waren, hebben we het nu met subsidie van de gemeente nog eens over laten doen.'' Benedictus legt uit dat de verhouding tussen de landbouwschool en het Drachtense gemeentebestuur jarenlang niet al te best was, en dat hij daarom in het verleden, toen de gemeente weigerde met geld over de brug te komen, gedreigd heeft de kostbare glas-in-loodramen van Van Doesburg te verkopen. ,,Maar dat was een onderhandelingstactiek. Nu de school een gemeentelijk monument is geworden, is er gelukkig ook een goede subsidieregeling voor het onderhoud.''

Slachtoffer

In 1988 werd de buitenkant van het huizenrijtje op initiatief van de Stichting Theo van Doesburg voor het eerst weer geschilderd in de oorspronkelijke kleuren. Er werd een onderhoudsplan opgesteld, maar niet alle bewoners bleken zich daar even strikt aan te houden en al snel waren er overal kleurverschillen in het toch al kakelbonte wijkje. Nu wordt het onderhoud onder toezicht van de gemeente strenger geregeld. Onder voorwaarde dat er een vereniging van eigenaren wordt opgericht, met statutaire bepalingen over het schilderwerk, heeft de gemeente voor de komende tien jaar een subsidieregeling voorgesteld. Maar in de Papegaaienbuurt is niet iedereen daar even enthousiast over. Zo klaagt mevrouw Hartman, die in een van de kleinere huizen woont, dat haar jaarlijkse bijdrage voor de schilderkosten even hoog is als die voor de grotere hoekwoningen. Ze vindt de kleuren van Van Doesburg prachtig en ze heeft een knalgele forsythia voor het raam gezet, in de tint van de kozijnen. Je moet eens zien, zegt ze, hoe de Amerikaanse toeristen zich daaraan staan te vergapen. Maar ze is niet van plan om het slachtoffer te worden van het project en daarom is haar standpunt: ,,Ik doe niet mee met de gemeenschappelijke schilderbeurten, ik regel het zelf wel''. Dierenarts Beijers wil wel meedoen, maar hij wil niet helemaal afhankelijk worden van zijn buurt. ,,Als ik een schilderbedrijf niet goed vindt, wil ik de vrijheid hebben zelf een schilder in de arm te nemen. En of het houtwerk aan vervanging toe is, wil ik ook graag zelf bepalen.'' Hij kan niet zeggen dat hij de kleuren van Van Doesburg mooi vindt. ,,Ik zou ze niet hebben uitgekozen. Maar ja, Drachten is een 19de-eeuws veendorp en zoveel bijzonders hebben we hier niet.''

De grote vraag in Drachten is nu of de kleuren waarin de wijk is overgeschilderd wel precies dezelfde zijn als die van Theo van Doesburg. In gouaches en in schriftelijke aanwijzingen gaf hij in 1921 nauwkeurig aan wat hem voor ogen stond. Zo mocht het rood niet `te bloederig' zijn en het geel vooral geen Napelsgeel. In 1988 werd een kleurwaaier naast de gouaches van Van Doesburg gelegd en zo werd de kleur bepaald. De huidige kleuren zijn gebaseerd op die van 1988. Jaap Bruintjes, Van Doesburg-expert en directeur van Museum Smallingerland, heeft zijn twijfels: ,,De gouaches zijn verkleurd en eigenlijk kun je daar dus niet op afgaan. De moderne verven zijn ook anders dan die uit de jaren twintig, de glans is harder. Het is jammer dat er geen gedegen pigmentonderzoek is gedaan, met monsters van de oorspronkelijke verf. Maar ja, men kon niet wachten. Er was een commercieel belang in het spel: mevrouw Wilke wilde haar galerie openen en het werk van Han Jansen verkopen, dus alles moest snel. Ik hoop dat de pigmenten voor de volgende schilderbeurt alsnog worden onderzocht. Want als het nu niet goed gebeurt, gebeurt het nooit meer.''

De kleurdeskundige Arie Wallert, conservator van het Rijksmuseum, adviseerde onlangs bij zijn bezoek aan Drachten eveneens om de oude pigmenten te onderzoeken. Uit de verfmonsters die hij toen nam kon hij afleiden dat de kleuren die er nu opzitten `niet helemaal goed zijn'. ,,De verf van vroeger mag niet meer gebruikt worden, maar je kunt wel de kleurwaarden meten en die met moderne verf trachten te benaderen. Nu is het een beetje natte vingerwerk, zowel bij de huizen als de school. Het wijkje is zo bijzonder dat het de moeite waard is om het nogeens over te schilderen, en dan echt helemaal in de geest van Theo van Doesburg.''

Tentoonstelling: Parallel in kunst - Han Jansen en Theo van Doesburg. Van 2-9 t/m 28-10 op vier lokaties in Drachten. Open di-za 11-17 u, zo 13-17 u. Inl: www.Smallingerland.nl

`In den beginne kanten de lui zich altijd tégen het nieuwe, als ze er eenmaal in leven zijn ze er dol mee'