Twee kopmannen, twee karakters, wederzijds respect

De wielrenners van Rabobank spelen dit keer een ondergeschikte rol in de Ronde van Nederland. Erik Dekker en Michael Boogerd reden gisteren een matige tijdrit. Ze strijden om de eer van meest populaire coureur.

De aanloop naar het interview is kenmerkend voor hun verschillende karakters. Erik Dekker rent jonglerend met een bord vol boterhammen door de eetzaal van het hotel. Hij gaat zitten en begint te ouwehoeren. Michael Boogerd heeft de journalist eerst niet opgemerkt en stelt zich dan argwanend op. Pas wanneer het ijs ontdooid is, toont hij de spontaniteit die hem als jonge renner zo geliefd maakte.

Boogerd (29) reed een goed voorjaar, een redelijke Tour en hoopt ,,na het WK met een tevreden gevoel te kunnen overwinteren''. Dekker (31) won na zijn drie ritzeges in de Tour van vorig jaar nog twee klassiekers, weer een etappe in de Tour en volgende maand kan hij als eerste Nederlander de wereldbeker winnen.

De twee kopmannen hebben respect voor elkaar. Boogerd: ,,Erik is op dit moment de beste renner ter wereld. Dat lees ik nergens terug en is blijkbaar moeilijk te accepteren voor een Nederlander.'' Dekker: ,,Michael kan door mijn prestaties rustig aan zijn vorm werken. Toen hij afstapte in Zürich, kon hij rustig gaan douchen en kreeg hij geen lastige vragen.''

Ze zijn geen vrienden, wel goede collega's. Ze gunnen elkaar een lucratieve schnabbel. Dekker zat vóór de Tour in een reclamespot. Voor het WK komt Boogerd prominent in beeld. Ze rijden elkaar volgens Boogerd ,,geen meter in de weg''. In het UCI-klassement staan ze beiden hoog genoteerd. Boogerd: ,,Die punten verdien je echt niet bij Albert Heijn.'' Dekker: ,,Die punten krijg je niet met bidons aanslepen.''

Ze kunnen slechts gissen naar het salaris van de ander. Dat Boogerd nog steeds veel meer verdient dan Dekker lijkt de voormalige waterdrager niet te deren. Hij hoopt volgende maand een bonus te incasseren na het winnen van de wereldbeker. In ruil daarvoor liet hij de criteriums schieten. Ondanks buitenlandse interesse blijft hij zijn Nederlandse sponsor trouw. ,,Het beloofde land valt vaak tegen. Je weet het nooit zeker of een buitenlandse ploeg wel zo betrouwbaar is.''

Boogerd sleepte in 1998 een miljoenendeal uit het vuur. Hij rijdt in een grote auto en woont in een mooi huis. Hij voelt de druk van het moeten presteren. Zeker nu Dekker uit zijn schaduw is getreden. ,,Ik heb misschien hoog spel gespeeld. Aan de andere kant: ik ben nog steeds de populairste renner van Nederland. Ik wil niet stoefelen, maar ik word meer aangemoedigd dan Dekker. Hij moet meer interviews geven. Dat komt mij goed uit.''

Volgens Dekker is het tweetal ,,publicitair aan elkaar gewaagd''. Hij erkent dat Boogerd ,,een jongere, frissere uitstraling'' heeft. Dekker moet nog wennen aan alle aandacht van de media, de sponsors en de supporters. ,,Laatst liep ik in de Efteling en kon ik niet vooruit of achteruit. Hoe vaker ze je naam roepen, hoe minder je schrikt. Tot op heden heb ik geen negatieve ervaringen gehad.''

Boogerd zegt niet te lijden onder de populariteit van Dekker. De Haagse babbelaar is wel rustiger geworden. ,,Dat is mijn eigen verdienste en heeft niks met Erik te maken'', zegt hij fel. ,,Ik probeer nu schijt aan alles te hebben. Ik word kritischer benaderd. De pers is nooit super positief. Voor mij geldt altijd: adel verplicht. Ik kan nooit verzaken.''

Boogerd is naar eigen zeggen meer een liefhebber en minder een broodrenner, zoals Dekker. ,,Ik wil graag met de pers discussiëren over het dopingvraagstuk. Erik zit er niet mee als de wielersport onheus wordt bejegend. Ik ben veel emotioneler. Ik leef vanuit mijn hart.''

Dekker is ,,nooit jaloers geweest op Michael'', ook niet toen hij zelf een knechtenrol vervulde. ,,Ik heb zoveel pech gehad, met blessures en valpartijen, dat moest een keer ophouden''. Dekker begrijpt dat Boogerd ,,een dubbel gevoel heeft'' door zijn successen. ,,Zeker als hij op hetzelfde moment niet goed draait. Dat heeft niks met afgunst te maken.''

Dekker voelt geen spanning nu hij volgende maand in Parijs-Tours de wereldbeker kan winnen. ,,Ik heb me voorgenomen geen spijt te hebben als het mis gaat. Ik kan altijd nog wereldkampioen worden. Die regenboogtrui past mij ook. Die is nog mooier dan de gele trui. De wereldbeker is meer een erkenning van mijn kwaliteiten. Over het hele jaar de beste zijn, dat is ook niet verkeerd, natuurlijk.''