Tussen Deng Xiaoping en shopping mall

China is `in', tenminste onder fotografen zo lijkt het. Het fotofestival Naarden was dit jaar geheel gewijd aan `het laatste communistische bolwerk', Bertien van Manen publiceerde er een lijvig boek over en deze zomer verscheen ook Dubbel Geluk met reportagefoto's van de vooral als schrijvend journalist bekende Frènk van der Linden en zijn (ex-)vrouw Lineke Rippen. Beiden maakten het afgelopen decennium tien uitvoerige reizen door de Volksrepubliek China, waarvan zij onder meer in deze krant verslag deden. Met fotograferen begonnen zij toen er op een reis geen geld voor een fotograaf was.

Gedreven maar nuchter en gekant tegen stereotypering, omschrijven ze zichzelf in de korte inleiding als fotografen. Het ging hen `niet puur om esthetiek, niet louter om vorm'. Voorop stond altijd het achterliggende, journalistieke, verhaal. Toch doen de heldere en inzichtelijke kleurenfoto's niet of nauwelijks onder voor die van professionele collega's, en is een esthetisch oog hen niet geheel te ontzeggen. In een slonzige stationshal van Beijing-zuid (Rippen) zie je hoe het licht schilderachtig kiert door de ramen, zoals ook de oude man die in het hoekje van een restaurant gebogen zit over zijn maaltijd (Van der Linden), gevangen is een goudgele namiddaggloed.

Maar het verhaal kwam eerst. En dat verklaart ook de opzet van het boek, waarin de foto's binnen een los gehanteerde chronologie per hoofdstuk zijn ingedeeld naar onderwerp: over Beijing eind jaren tachtig (culminerend in enkele foto's van het massale protest op het Plein van de Hemelse Vrede), over het platteland en de steden in de jaren negentig, over het oosten en het westen van China. Iedere foto kreeg een uitvoerig bijschrift over de context van het gefotografeerde.

Dat Van der Linden en Rippen meer aandacht besteden aan overzichten en bezigheden dan aan veelzeggende details, spreekt welhaast voor zich. Er staat nauwelijks een foto in hun boek waarop niet iets gebeurt. Er wordt geld geteld en gebiljart, koopwaar aangeprezen of gezwaaid met banieren. In het Dorp van de Liefde voor het Vaderland (provincie Sichuan, centraal China) is een boer achter een door een os voortgetrokken eg aan het werk in een zompig rijstveld.

De rode draad die de honderd foto's in Dubbel geluk verbindt, is het contrast tussen het versleten communistische tijdperk en het zich op een Westers welvaartspeil richtend moderne China. Het wordt mooi samengevat door de eerste en de laatste foto in het boek. De eerste, gemaakt in 1993 in Shenzhen, toont een muurschildering van Deng Xiaoping die de fietsers op de voorgrond voorhoudt dat China zich moet openstellen voor de buitenwereld maar moet vasthouden aan het socialisme. De laatste, vorig jaar gemaakt in Shanghai, toont een gigantisch winkelcentrum in aanbouw langs de oever van de Huangpu-rivier tegen de achtergrond van futuristische kantoorkolossen. Tegen de gevel van de nieuwe Super Brand Mall is een billboard geplakt, niet langer met een afbeelding van een vaderlijke machthebber, maar met een close-up van een paar zwoele Westerse vrouwenogen en de tekst `The Future of Shanghai's Spending Power'.

Frènk van der Linden en Lineke Rippen: Dubbel geluk. China's huwelijk tussen communisme en kapitalisme.

L.J. Veen, 128 blz. ƒ39,90