Spiritueel circus

De Nederlandse Opera opent het nieuwe seizoen met de wereldpremière van `Alice in Wonderland' van componist Alexander Knaifel, een circusopera met acrobaten, zingende musici en dansende zangers.

,,Kinderen'', zegt componist Alexander Knaifel (St. Petersburg, 1943) met een vrolijke glinsterlach, ,,zijn mijn belangrijkste publiek. Zag je net dat kleine meisje daar? Dat is de dochter van dirigent Martyn Brabbins. Ze vroeg haar vader zojuist waarom die meneer met die witte baard, ik dus, steeds naar haar zat te glimlachen. Beantwoordt dat de vraag naar mijn tevredenheid over deze productie?''

De Nederlandse Opera opent dit seizoen met de wereldpremière van Alice in Wonderland, kersvers `magnum opus' (,,Ja, dat mag U best zo noemen'') van de Russische componist Alexander Knaifel. ,,Alice is mijn autobiografie in klank'', vertelt Knaifel na afloop van een repetitie in Het Muziektheater. ,,Al jaren koesterde ik de droom iets met Lewis Carrolls meesterwerk te doen. Ik wilde een poging wagen om, met Alice als kader, mijn meest heldere herinneringen samen te brengen. Maar hoe, dat was een lastige vraag. Vermoedelijk is dit het meest complexe werk dat ik ooit heb geschreven en zal schrijven.''

Wie zich in Knaifels achtergrond verdiept, komt bijna vanzelf uit bij Alice in Wonderland. De vormvrijheid van zijn eerdere composities, zijn diepe liefde voor de Engelse cultuur, zijn onvermogen of onwil om bij een muzikale stroming te horen, zijn fascinatie voor jonge, wijze meisjes (zie onder meer zijn compositie Nika, 1983/84) en, cruciaal element, zijn religiositeit. ,,Alice in Wonderland is tot stand gekomen met Gods genade'', stelt Knaifel ernstig. ,,Het is een mystiek boek vol geheimen, vol omkeringen. Daar houd ik van. Hoe ga je om met het besef dat alles om ons heen, elk voorwerp, een oneindig aantal betekenissen heeft? Zodra dat besef je werkelijk raakt, word je duizelig. Dan voel je hoe wonderlijk de wereld is. Alles draait om paradoxen! Wellicht is het absurde een essentiëel bestanddeel van spiritualiteit. Voor mij is dat in elk geval een religieus besef in de meest directe zin. Daarom zijn kinderen volgens mij ook de puurste gelovigen. Zij hebben nog de holistische blik op de wereld die wij alleen door boeken als Alice in Wonderland kunnen herwinnen.''

Wereldpremière

Alice in Wonderland is na Houdini (1977) van Peter Schat de tweede circusopera die De Nederlandse Opera brengt in Carré. Na Johnny en Jones van Theo Loevendie is het tevens de tweede wereldpremière die dit kalenderjaar wordt geproduceerd, en `zeker een van de meest complexe producties waaraan ik ooit heb meegewerkt', zegt Pierre Audi, regisseur van Alice en artistiek directeur van De Nederlandse Opera.

Audi: ,,Ik ontmoette Knaifel in 1984, tijdens een Russisch Festival in Londen. De ideeën voor Schnittkes Life with an Idiot (wereldpremière DNO, 1992) en Alice in Wonderland kwamen daar tegelijk van de grond. Knaifel had Alice toen al in zijn achterhoofd. Vanaf 1992 hebben we er serieus over gepraat en hem toen officieel de compositieopdracht verstrekt. Voor mij was het belangrijk dat Knaifel een sterke innerlijke drang voelde juist dit werk, inclusief het scenario en libretto, te componeren. Het móest ontstaan, hoe dan ook. Daar had onze opdracht part noch deel aan. Zo'n opzet werkt voor een operahuis oneindig veel beter dan wanneer wij zomaar een componist vragen iets te schrijven. Als blijkt dat iemand eigenlijk geen affiniteit heeft met muziektheater, oogst je een bureaucratische opera. Alice in Wonderland is precies het tegendeel. Zowel in vorm als inhoudelijk is het een unieke creatie. Anarchistisch van opzet, maar extreem gedetailleerd in de uitwerking.''

De analogie tussen Knaifel en Alice en Wonderland gaat dieper dan Knaifels passie voor Carrolls boeken. De hilarische omkeringen en diepzinnigheden in Alice in Wonderland en Through the Looking Glass (Alice in Spiegelland) vertonen duidelijke overeenkomsten met Knaifels muziektheater. Een blik op de partituur van Alice bestendigt het gevoel van georganiseerde chaos. Diagonale brokken muziekbalk domineren het notenbeeld. Vrolijke icoontjes (een lampje, knippende vingers, een schommel, een buitelende plu) vormen een schrift op zich. Gezongen en gesproken teksten staan genoteerd naast onderstreepte woorden (gedachten) die juist niet worden uitgesproken. Niet één orkest, maar zes `quasi-orkesten' maken hun opwachting op en rond het podium.

Kinderliedjes

,,Er zitten onuitvoerbare passages in de partituur'', zegt dirigent Martyn Brabbins in het DNO-programmablad Odeon. Brabbins vervangt de oorspronkelijk aangekondigde Mstislav Rostropowitsj (74), vriend en oud-leraar van Alexander Knaifel. ,,Ik heb geprobeerd Carroll heel trouw te volgen en niets uit de bron te verliezen, maar alles wel vanuit mijn perspectief te vertellen'', legt Knaifel uit. De muziek bestaat voor een groot deel uit citaten (Russische composities, kinderliedjes, Mozarts Zauberflöte) en samples van alle denkbare geluiden. De som der delen klinkt luchtig bubbelend, sprookjesachtig, vriendelijk, tonaal. Knaifel: ,,Net als Carrolls boeken is mijn partituur rijk aan verwijzingen. Over hun herkomst kunnen we een lang gesprek voeren, maar ik betwijfel de zin daarvan. Is het van belang te weten welke associaties Lewis Carroll had bij het schrijven van Alice om het boek te waarderen? De schoonheid ligt nu juist in het ongebruikelijke licht dat op gewone zaken wordt geworpen. En zo is het ook met mijn muziek. Wat normaal is, wekt zelden een glimlach op. Maar wat verrast en verbaast omdat het een verwachtingspatroon doorbreekt, dàt vermaakt!''

Het ongebruikelijke en zelfs deels onspeelbare karakter van de muziek werkt ook door in de mise-en-scène, die Knaifel noteerde tot in details als Alices haardracht (`in twee knotjes') of de werprichting van een boomerang. ,,Voor een regisseur is dit een extreem lastige klus'', benadrukt Pierre Audi. ,,Het tempo van alles wat er op het podium gebeurt ligt moordend hoog. Je kunt het vergelijken met een tekenfilm, zoals ook alle personages Alice uitgezonderd heel stripachtig en ééndimensionaal zijn. Het is aan mij om er een goed lopende voorstelling van te maken, zonder Knaifels bedoelingen te vertroebelen met eigen vondsten. Ik doe dus voor 99 procent wat hij voorschrijft, en voeg daar sporadisch wat dramatische verbanden aan toe. Je moet als regisseur ervaren, bescheiden, en dol op moderne muziek zijn om een productie als deze van de grond te tillen. Zonder die eigenschappen word je gek.''

Knaifels omgang met Lewis Carrolls Urtext laat zich niet gemakkelijk beschrijven. Uit alle beschikbare Russische vertalingen van Alice in Wonderland en Through the Looking Glass nam hij de gedichten en verwerkte die flardsgewijs tot een libretto zonder verhaallijn, met brokjes eigen tekst. Carrolls prozateksten ontbreken, zang komt in Alice in Wonderland nauwelijks voor. Bovendien maakte Knaifel zijn Alice niet af. ,,De veertien scènes die nu als geheel in première gaan, zouden er eigenlijk vierentwintig worden'', vertelt Audi. ,,We brengen dus feitelijk iets onvoltooids, maar dat maakt niet uit. Juist omdat in Alice in Wonderland boek èn opera alles zonder causale verbanden in elkaar overloopt, kun je de veertien scènes heel goed als eenheid opvoeren. Het enige probleem is dat het oorspronkelijk Knaifels bedoeling was Alice in Wonderland met een kerstspel te besluiten. Dat ontbreekt nu, terwijl er in scène 14 wel drie koningen en een Jozef op het podium staan.''

Waterdruppels

Op de eerste doorloop met orkest in Carré mengen geluidssamples van waterdruppels, verkeer en een hakkende bijl (Jozef?) zich organisch met de live-klanken van het Radio Kamerorkest, dat in polonaise-opstelling rond de piste zit. In de gangen buiten de zaal slingeren tussen dikke elektriciteitskabels trailers vol sprookjesachtige items. Een tros zwevende witte ballonnen, een tondeldoos, jongleerstokje, zilveren bal, kindertamboerijn, een glitterlantaarn. ,,Dames en heren, dit is geen gewone opera'', waarschuwen Pierre Audi en Martyn Brabbins het leger medewerkers. ,,Het zal even duren voor alles onder elkaar staat.''

De piste is vormgegeven als een levend schaakbord, dat uit klappende vakjes griezelig fluisterende heren voortbrengt. Achter blokken duiken katten en muizen op. Een huis wordt een pijl. Musici fluisteren en klappen mee op de wijs van Constant heeft een hobbelpaard. Zangers dansen en acrobaten zingen. Niets is wat het lijkt.

De diepere vragen en lagen die Alexander Knaifel in zijn Alice in Wonderland bewust niet aan de orde stelt, worden in honderden tractaten (alleen al de Nederlandse Centrale Catalogus meldt vele tientallen trefwoorden over Lewis Carroll en Alice in Wonderland) wél aangeroerd. ,,Het is een fascinerend boek'', erkent Audi, terwijl hij een sleetse paperback uit zijn tas tovert. ,,Alice is een sprookje, maar ook zoveel méér dan dat. Wat mij fascineert is dat Lewis Carroll dit boek schreef voor een klein meisje op wie hij verliefd was. Ik ben de laatste iets toe te willen voegen aan de vele Freudiaanse duidingen die daarop zijn losgelaten, maar wat ik wel doe is Alice in deze productie omringen met enkele dubieuze mannelijke figuren: ene Father William, Lewis Carroll zelf, een sadistische spreekstalmeester en een perverse muis. Dat is voor mij een manier om onnadrukkelijk tóch een extra laag te suggereren.

,,Knaifels grote verdienste is dat hij het verhaal van Alice in Wonderland juist niet heeft gedramatiseerd'', vervolgt Pierre Audi. ,,Hij neemt de tekst voor wat hij is, in al zijn absurditeit. En juist door nadrukkelijk niet te interpreteren, blijft hij heel dicht bij het origineel. Hij heeft een circusachtige, muziektheatrale manier gevonden om de bewegingen in het boek te suggereren. Een duif, een olifant hij licht er elementen uit en maakt daar een tien minuten lange scène van. Aan de andere kant zijn wel alle personages uit het verhaal aanwezig op het podium. Het is een collage van elementen, waarin ook flarden uit Knaifels persoonlijk leven opduiken. Projecties van zijn huis in Petersburg; een verwijzing naar zijn ontmoeting met de Amerikaanse president. Maar het is niet Knaifels bedoeling dat je teveel vragen stelt bij zulke verwijzingen. Hij wil dat je je vermaakt.''

,,Natuurlijk staat Alice in direct verband met het opera buffa, circus, pantomime en alles wat met straatspektakel te maken heeft'', beaamt Alexander Knaifel. ,,Maar, let wel, ook clowns hebben het altijd over hele serieuze zaken. Voor mij is de spirituele lading van Alice bepalend. Het belangrijkste is dat mensen erin voelen wat ik erin voelde. Een feest van licht, een vakantie voor de geest.''

De Nederlandse Opera: `Alice in Wonderland' van Alexander Knaifel in de regie van Pierre Audi. 4 t/m 15/9 in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam.

Nog enkele kaarten beschikbaar.

Res.: (0900) 25 25 255.