Slaan waar het pijn doet

Liefde, seks, schimpscheuten over de islam, genoeg voor veel rumoer rond `Plateforme', de nieuwe roman van Michel Houellebecq. Hij blijft daarin trouw aan zijn hatelijke, wanhopige wereldbeeld, maar er klinkt ook een nieuwe melodie: verlossing door de lyriek van de liefde.

Middenin de wereld, dat is de plek die Michel Houellebecq wil innemen met zijn nieuwe, derde roman. Plateforme is, na het vorig jaar verschenen reisverhaal Lanzarote, zijn tweede werk dat als ondertitel Au milieu du monde op de kaft heeft staan. Houellebecq geeft daarmee een overkoepelende titel aan zijn schokkende literaire onderzoek naar het onbehagen in de westerse cultuur een knipoog naar het omvangrijke La condition humaine van Balzac.

Drie jaar geleden publiceerde hij Elementaire deeltjes en de polemieken die dat teweegbracht zijn nog maar nauwelijks verstomd. Vooral zijn satirische aanval op het linkse vooruitgangsdenken en de libertijnse uitwassen van de jaren zestig en zeventig, die in Frankrijk nog vaak worden bewierookt, lag ten grondslag aan de heftige polemiek die ontstond na publicatie van het boek: Houellebecq werd ervan beschuldigd reactionaire, pseudo-fascistische ideeën te koesteren een reactie die overigens in andere Europese landen uitbleef.

Net als in dat geruchtmakende boek, geeft Houellebecq in Plateforme een klinische, inktzwarte visie op de westerse samenleving in de vorm van een meeslepend verhaal, dat je niet snel naast je neerlegt. Opnieuw zijn de hoofdpersonen slachtoffers van het liberalisme dat het Westen beheerst sinds de jaren zestig en storten ze zich onbeschaamd in pornografische seks. Net als in De wereld als markt en strijd (1994) beschrijft hij opnieuw scherp hoe de economische wet van vraag en aanbod winnaars en verliezers oplevert en hoe het individu vermalen wordt tussen de raderen van het kapitalisme. En net als in Lanzarote dient ook hier het toerisme dit keer de seksindustrie die hoogtij viert in de Derde Wereld als kapstok voor zijn cultuurkritiek.

Tegelijkertijd gaat Houellebecq in dit boek verder dan ooit. De observaties in Plateforme zijn geestig, maar druipen van het sarcasme; de dialogen hilarisch, maar ook aanstootgevend; de uitspraken van de verteller en hoofdpersoon (opnieuw net als de schrijver `Michel' genaamd) bot, op het weerzinwekkende af. Wat te denken van de volgende passage over Chinezen? `Chinezen eten gulzig, lachen hard met hun mond open terwijl ze etensresten rondstrooien, spugen op de grond, snuiten hun neus tussen hun vingers ze gedragen zich als varkens. En of dat nog niet erg genoeg is, ze zijn met zovelen.' Of, over racisme: `Het racisme wordt gekarakteriseerd door een grotere antipathie, een heftiger gevoel van competitie tussen mannetjes van verschillend ras; maar heeft als uitvloeisel een toename van het seksuele verlangen voor de vrouwtjes van het andere ras. De echte inzet van de rassenstrijd is noch economisch, noch cultureel, maar biologisch en dierlijk: het is de competitie om de vagina van jonge vrouwen'.

Ironie, ernst? Houellebecq laat de lezer in verwarring achter. Was Elementaire deeltjes al een teken van zijn verwantschap met Amerikaanse auteurs als Bret Easton Ellis (de schrijver van het scandaleuze American Psycho over de yup Patrick Bateman die vrouwen vermoordt), met Plateforme toont Houellebecq zich een waardig geestverwant van hun eigentijdse nihilisme.

Toch valt tegelijkertijd op dat Houellebecq in dit boek ook een nieuw register bespeelt. Was Elementaire deeltjes cynisch en kil, Platforme barst bij tijd en wijle bijna uit zijn voegen van de lyriek, zelfs van de passie. Behalve een op het oog cynische verdediging van de seksindustrie, is het boek een wanhopige lofzang op de liefde; het verheerlijkt seks als de enige verlossing uit de ellende van het moderne bestaan. Die urgente toon maakt van Plateforme een authentiek woedende kreet, recht uit het hart.

In 1995 zei Houellebecq al tegen het kunsttijdschrift Art Press dat de rode lijn in zijn werk gevormd zou worden door zijn intuïtie dat de wereld draait om verlies, leed en het kwaad. Het ging hem om de radicale afwijzing van de wereld zoals die is, om de erkenning van de begrippen goed en kwaad. Die begrippen wilde hij uitdiepen, hun imperium in kaart brengen, ook in zichzelf. Zijn werk, de literatuur, zou dat proces moeten volgen.

Dat is allemaal terug te vinden in Plateforme. De hoofdpersoon en verteller uit Plateforme, Michel, is een doorsnee functionaris van het ministerie van Cultuur, belast met het opstellen van tentoonstellingsbudgetten. Net als de hoofdpersonen in Houellebecqs eerdere romans heeft Michel geen vrienden, kent hij geen passie en is hij vrijgezel. Het Franse ministerie subsidieert intussen installaties van clitoris-afdrukken, video's van rottend vlees in vrouwenslips, vliegen op uitwerpselen, kortom: `trash', met de `authenticiteit van het echec'.

Platforme volgt daarna dezelfde structuur als Elementaire deeltjes. De roman bestaat uit drie delen waarvan je het eerste zou kunnen beschouwen als proloog en het laatste als epiloog. Het eerste deel, `Tropic Thaï', opent met het bericht van de moord op Michels vader door een moslimjongen: een geval van bloedwraak wegens zijn verhouding met zijn islamitische werkster. Even steekt er in Michel een onberedeneerde, onverschillige, blinde haat op. Maar ach, veel gaf hij toch niet om die typische jaren-zestig-vader, een berggids en alpinist, die zich nooit veel aan zijn zoon gelegen liet liggen. Het geld van de erfenis maakt hem miljonair en om te beginnen boekt hij, bij Nouvelles Frontières, een georganiseerde reis naar Thailand.

Op dat moment heeft Houellebecq alle stukken in positie voor wat veel weg heeft van een roman à thèse, een roman met een boodschap. Het is alleen, bij deze dubbelzinnige auteur, en zeker in dit boek, moeilijk vast te stellen wat die boodschap dan zou moeten behelzen vandaar het rumoer dat over zijn werk opsteekt, vandaar de verwarring die de lezer bekruipt.

Eerst schetst Houellebecq op een hilarische manier het heterogene gezelschap dat naar Thailand reist: ecologen, plantenliefhebbers, jonge vrouwen met de naam van de popgroep Rage Against The Machine op hun T-shirt gedrukt, een gepensioneerd slagersechtpaar, een docente letteren, een wiskundige en enkele veteraan-hoerenlopers die het Aziatische land beschouwen als het paradijs van de goedkope seks. Met duivels plezier laat Houellebecq zijn personages elkaar in de haren vliegen in discussies over sekstoerisme: `Het goede, zachte, onderworpen, soepele en gespierde kutje vind je niet meer bij blanke vrouwen, dat is allemaal al lang verdwenen', meent een van de mannen. `Verschrikkelijk, seksuele slavernij, waarbij ieder vet rund zich voor een habbekrats meisjes kan permitteren', werpt een vrouw tegen.

Ook becommentarieert de verteller de tekst van de reisgids, de Guide du Routard, die het sekstoerisme karakteriseert als `afschuwelijke slavernij'. De verteller vindt de schrijvers van de gids maar `protestantse humanistische zakken', en `zeikerds, toeristenhaters, die het plezier van hun lezers zoveel mogelijk willen vergallen'. Hij smijt de gids in de vuilnisbak. Voor de echte Guide du Routard, een sociaal bewuste reisgids voor met name jonge rugzakreizigers, was die passage aanleiding om te dreigen met een proces wegens smaad en Houellebecq te beschuldigen van `het schrijven van rotzooi die de waardigheid van vrouwen aantast'. En inderdaad, de verteller constateert dat `gezonde, sportieve, goed gevoede' westerse en Angelsaksische mannen maar al te graag antwoorden op `de onbeweeglijke en zachte roep' van de seks van Aziatische vrouwen. Het seksuele toerisme heeft de toekomst, aldus Michel.

Die gedachte blaast Houellebecq vervolgens in het tweede deel, `Avantage concurrentiel', op tot een monsterlijke karikatuur, die volledig strookt met de antihumanistische, pessimistische levensvisie die we kennen uit zijn eerdere werk. In het Westen is men het liefhebben verleerd, rationeel en kil geworden, en zich overbewust van de eigen rechten en individualiteit. Westerlingen slagen er eenvoudig niet meer in met elkaar de liefde te bedrijven. Ze zijn te zeer aangetast door de cultus van de `performance'. Voeg daarbij het individuele streven naar onafhankelijkheid, de `obsessie' met hygiëne en gezondheid (`geen ideale condities om de liefde te bedrijven') en professionalisering van seks is de enige optie die overblijft.

Dat is dan ook precies wat Houellebecq laat gebeuren. Michel lanceert na zijn ervaringen in Thailand het idee voor een wereldwijd netwerk van bordelen, opgezet onder het mom van toerisme en ontspanning (`Voyages Aphrodite'). Dienen vraag en aanbod immers niet altijd, op elk gebied, op elkaar te worden afgestemd? `Aan de ene kant hebben we miljoenen westerlingen, die alles hebben wat ze willen, behalve seksuele bevrediging. Aan de andere kant zijn er miljarden individuen die niets hebben, die omkomen van de honger, die niets te koop kunnen aanbieden behalve hun lichaam en seksualiteit: een ideale uitwisselingssituatie. De potentiële winst is onvoorstelbaar, meer dan in de informatica, meer dan met de biotechnologie, meer dan in de media-industrie.'

Globalisering van de wereldeconomie, westers kapitalisme versus Aziatische uitbuiting en armoede het is al op zoveel gebieden zo, dus waarom dan niet op het gebied van de seks, moet Houellebecq hebben bedacht. In een `plateforme programmatique' wordt de wereld verdeeld. Er worden miljoenen geïnvesteerd, duizenden personen kunnen op deze machtige seksmarkt worden aangetrokken voor het verlenen van hun diensten. De lokale bevolking van de Aziatische landen staat te popelen, van onderhandelen of corruptie is geen sprake, zozeer zit men daar economisch aan de grond. De directeur van het florerende netwerk zou zich met recht `de pooier van de wereld' kunnen noemen!

Toch blijkt, in de westerse woestijn van liefdeloosheid, verlossing mogelijk. Michel vindt de ware liefde bij Valérie, een topmanager van Nouvelles Frontières, die hij ontmoet op zijn reis naar Thailand. Hun gepassioneerde verhouding maakt het boek tot een hymne aan de onzelfzuchtige liefde en stelt de pornografische passages soms zelfs in een bijna ontroerend daglicht: wat een hunkering naar liefde, en wat een vreugde bij het vinden ervan! Al formuleert Houellebecq het onverwachte geluk van Michel weer kenmerkend provocerend. Ze bestaan nog, vrouwen met `klassiek vrouwelijke waarden: altruïsme, liefde, empathie, trouw en zachtheid'. Valérie is zo'n vrouw. Michel roemt de `natuurlijke goedheid van haar karakter, haar uitzonderlijke zachtheid'. Haar beminnen geeft hem een goddelijke status. `De mens zou zich fysiek moeten transformeren. Waarmee God te vergelijken? Eerst met de kut van vrouwen; maar ook met de stoom in een Turks bad. Met iets in ieder geval waarin geestdrift ontstaat, een situatie waarin het lichaam verzadigd is van plezier en genot en waarin elke onrust is weggenomen.'

Dat lijkt de `nieuwe ontologie' waarnaar Houellebecq al vaker heeft verwezen: een gelijkmatige situatie van geluk, waarin de wereld niet meer functioneert als `markt en strijd', maar lijkt op een `universum à la Mary Poppins, waar alles goed zou zijn'. In Elementaire deeltjes creëerde hij een wereld van gekloonde mensen, waar door technische en wetenschappelijke vooruitgang de menselijke voortplanting gegarandeerd was en waar er een einde was gekomen aan de begeerte en de heftige seksuele concurrentie. Hoe die nieuwe `zijnsvorm' er ook uit zou moeten zien, hij zou gebaseerd moeten zijn op altruïsme een term die Houellebecq stelt tegenover de beginselen van liberalisme en kapitalisme.

Religie, die toch ook aanspraak maakt op altruïsme, biedt daarentegen geen uitkomst, zeker niet als het gaat om de grote monotheïstische godsdiensten. Plateforme ademt eerder de behoefte aan een soort pre-christelijke, heidense vervoering. Van het katholicisme wordt gezegd dat het `de enige godsdienst is die een beetje aardige begraafplaatsen weet aan te leggen'; het boeddhisme wordt geprezen vanwege zijn vrolijke gewoonte de klok te luiden als iemand een goede daad heeft gedaan; en de islam wordt ronduit verketterd, in de grofste bewoordingen: `De islam kon alleen maar ontstaan in een stompzinnige woestijn, tussen vieze bedoeïnen, die niets anders te doen hadden dan neem me niet kwalijk hun kamelen te neuken', zegt een personage. `Vanaf zijn ontstaan kenmerkt deze religie zich door een ononderbroken reeks van oorlogen en bloedbaden. Zolang hij bestaat zal er nooit eensgezindheid zijn op aarde. Nooit zullen intelligentie en talent er hun plaats vinden'.

In dit islamofobe universum is het dan ook niet verwonderlijk dat aan Michels kwetsbare geluk een gewelddadig einde komt door een terroristische aanslag uit islamitische hoek op een van de Aphrodite-bordelen. Honderden sekstoeristen komen om het leven, onder wie Michels geliefde Valérie. De westerse pers spreekt nu ook schande van de `moderne slavernij' die hij mede heeft georganiseerd, en aan het lucratieve bordelenimperium komt een hardhandig einde.

Hoe krankzinnig of ziekelijk het verhaal van Plateforme in eerste instantie ook lijkt, in zijn thematiek blijft Houellebecq trouw aan zijn credo: `frapper là où ça compte' (slaan waar het pijn doet). Hij legt de vinger op zere plekken in de samenleving, en wel zo agressief en fel dat je als lezer volledig op het verkeerde been wordt gezet. Dat komt ook door de manier waarop Houellebecq de romanvorm gebruikt. Niet alleen staat hij ver af van de opvatting dat literatuur autonoom is, hij verwerpt ook elke vorm van postmodernisme; zijn romans zijn een vorm van cultuurkritiek en bevatten zeer uitgesproken ideologische en ethische opvattingen, die Houellebecq weliswaar in de mond legt van zijn personages, maar die daarom niet minder expliciet zijn. Zoals Novalis en de Duitse romantici, die via de literatuur een alomvattende kennis van de werkelijkheid wilden bereiken, is Houellebecq ervan overtuigd dat de roman `alles zou moeten kunnen bevatten': filosofie en theorie evengoed als actuele (wetenschappelijke) debatten, seks, kritiek en verhandelingen van sociologische of biologische aard.

Vandaar de analyse van het groepsgedrag van toeristen, dat Houellebecq zelf, ook in werkelijkheid een fervent Thailand-bezoeker, duidelijk grondig heeft bestudeerd. Soms is het alsof je een sociologische studie leest: `Menselijke groepen bestaande uit ten minste drie personen hebben de neiging spontaan in twee, onderling vijandige groepen uit elkaar te vallen'. Vandaar ook de theorieën over de marketing van het toerisme, het koopgedrag van het individu, de inkapseling van wereldwijde hotelketens in de gemondialiseerde economie en het kapitalistische principe: het hebben en behouden van een `beslissend concurrentie-voordeel'.

Bovendien blinkt Houellebecq uit in het naast elkaar plaatsen van dit soort zakelijk geformuleerde gegevens en emotionele, bijna pathetische passages, waardoor beide elementen in een ander daglicht komen te staan, en de lezer het evenwicht verliest. Lyrische beschrijvingen van de Thaise jungle volgen pal op schrijnende historische, cijfermatige informatie. Na de mededeling dat er bij de dwangarbeid aan de Birma-spoorlijn 16.000 arbeiders omkwamen en dat er 582 martelaren van de democratie op het kerkhof liggen, vertelt de verteller dat hij, als tienjarige jongen, na het behalen van een bepaald succes, zich in een patisserie volpropte met crêpes met Grand Marnier. Alleen vriendjes met wie hij die vreugde kon delen had hij niet.

Hoe vervreemdend dit procédé ook werkt, soms is de ironie zo bijtend dat er voor dubbelzinnigheid geen plaats meer is. Een voorbeeld: Op het hoofdkantoor van de wereldoverkoepelende reisorganisatie, gevestigd in een beruchte Parijse buitenwijk, beraadt de directie zich op de te volgen strategie bij het `in de markt zetten' van het bordelennetwerk: king size bedden, condooms in de clubs, jacuzzi-baden. `We gingen kort lunchen', schrijft Houellebecq. `Op hetzelfde moment sloegen, op minder dan een kilometer afstand, twee adolescenten uit de Cité des Courtilières met een honkbalknuppel het hoofd in van een zestigjarige vrouw. Als voorgerecht nam ik maqueraux [te vertalen met makreel of bordeelhouder] in witte wijnsaus.'

Op dit soort cynisme behoudt Houellebecq het patent. Ook de verteller van Plateforme ontpopt zich, zoals de verteller uit Elementaire deeltjes, anders dan de lezer in de loop van het boek was gaan denken. De verteller Michel ontwikkelt zich van een nietszeggend ambtenaartje tot een duivelskunstenaar in de wereld van het grote geld om uiteindelijk, tegen het slot, toch weer van een heel andere inborst blijk te geven. Pas in de epiloog komt Houellebecq met een troosteloze moraal: `Ik heb geen enkele boodschap van hoop', zegt zijn verteller berustend. `Voor het Westen voel ik geen haat, hoogstens een immense minachting. Ik weet alleen dat wij stinken naar egoïsme, masochisme en dood. Wij hebben een systeem tot stand gebracht waarin niet meer valt te leven; en bovendien gaan wij ermee door dit te exporteren.'

Zo komt Houellebecq terug bij de eerdere theorieën over het ineenstorten van de liberale samenleving, waar hij ook in zijn vorige boeken al op zinspeelde. Met `de moraal van dit verhaal' neemt hij bovendien critici de wind uit de zeilen waar het om zijn vermeende immoralisme gaat. Maar is dit een zwaktebod of een slimme zet? Wat je ook van Houellebecq vindt, zijn wanhopige woede is authentiek en zijn stem uniek in de Franse letteren. Je moet wel van steen zijn als dit boek je onverschillig laat.

Michel Houellebecq: Plateforme.

Au milieu du monde

Flammarion, 370 blz. fl 59,40

De Nederlandse vertaling van `Plateforme' verschijnt in september 2002 bij De Arbeiderspers. Zie ook pagina 2, Uit het lood.

Gerectificeerd

In de boekbespreking door Margot Dijkgraaf (Boeken, 31.8.01) van Houellebecqs `Plateforme' had op regel 13 `La comédie humaine' van Balzac moeten staan in plaats van `La condition humaine'.