Sarah

Sarah, nichtje van negen, woont met haar Nederlandse ouders in België. Ze zegt dan ook tegen onze kat: ,,Ik geef je een balleke.'' Eén keer per jaar komt ze naar ons toe, dat is `traditie' geworden, een woord dat ze graag voorop de tong proeft.

Haar Nederlands is even onberispelijk als haar plat-Vlaams. Ze weet precies wat een Vlaming zegt die sceptisch bij iemand op ziekenbezoek gaat: ,,Waheddegijfèttelik?''

Dit keer wilde Sarah naar het Anne Frank Huis. Was dat wel zo'n goed idee? Ik liet haar moeder een boek over Anne Frank en het museum zien en we keken bezorgd naar een foto van een massagraf. Moesten we Sarah daar niet tegen beschermen?

Maar Sarah heeft ragfijne, blauwe adertjes op haar matblanke voorhoofd, en enige ruimte tussen haar voortanden, en mijn ervaring is dat je zulke meisjes moeilijk iets kunt weigeren.

We gingen.

Sarah wilde vooraf wel graag weten of ze `het echte Achterhuis' te zien kreeg of een nagebouwd gevalletje. Voor dat laatste had ze niet veel interesse. We konden haar geruststellen.

Eenmaal in het Achterhuis viel ze een poosje helemaal stil, wat in haar geval zeer opmerkelijk is. Het was alsof ze eerst de sfeer van het huis in zich wilde opzuigen. Niets ontging haar aandacht. Videobeelden, trappen, loze ruimtes, alles moest bekeken worden. Vooral het bruine behang werd geïnspecteerd op `echtheid'.

Hoe hoger we kwamen, hoe meer de beklemming van haar leek af te vallen. In Anne's kamer begon ze over de warmte die op deze middag als een klamme zuil in het Achterhuis stond. ,,Ik zou mijn onderjurk hebben uitgedaan en de hele dag in mijn onderbroek hebben rondgelopen.'' De wc met blauwe versierselen op de porseleinen pot verbaasde haar. ,,Dat is wel erg sjiek voor onderduikers.'' De huiskamer van de familie Van Pels, door alle onderduikers gebruikt, beviel haar nog het meest. ,,Hier heb je tenminste een beetje ruimte.''

Alleen de tv-beelden van oude toneelbewerkingen van het dagboek konden haar niet bekoren. We zagen actrices in kleur nogal heftig hun jodenster van hun kleding afrukken. ,,Niet echt'', vond Sarah.

Moeilijk werd het bij een wand met hartverscheurende filmbeelden, onder meer van bevrijde gevangenen in Bergen Belsen. We loodsten haar er snel langs, maar kinderen zien altijd meer dan je denkt of hoopt. Ze vroeg verder niets meer en stortte zich aan het slot enthousiast op de monitoren, waarop je tegenwoordig `met muis' beelden kunt oproepen. ,,Voilà!'' riep ze na de laatste klik.

Er moest nog iets in het gastenboek geschreven worden. ,,Het was treuring, maar toch mooi'', schreef ze. Eigenlijk is `treuring' een veel mooier woord dan `treurig' treuriger vooral.

Tijd voor de wc. Toen ze er weer uitkwam, was ze opeens verdrietig. Traantjes, die door haar moeder tactvol werden gedroogd. Hadden we er toch verkeerd aan gedaan, vroeg ik me af. Maar toen ze even later langs de gracht huppelde, kwinkelerend als een Belgische nachtegaal, wist ik dat met haar alles goed zou komen.