Nicci French in mini

The Hundred and Ninety-Nine Steps is te kort voor een roman en te lang voor een kort verhaal. Ook het genre is onbestemd: het is een historisch griezelverhaal, een romance en een literaire thriller ineen. De onbestemdheid is de kracht en de zwakte van dit boek. Het drijft je als lezer even geboeid als onrustig voort: waar gaat dit heen?

Siân, een jonge vrouw van 34 jaar, werkt als archeologe in Whitby. Sinds een ongeluk in Bosnië, waarbij ze een been verloor, wordt ze gekweld door een akelige droom, waarin haar keel wordt doorgesneden. Op een dag, als ze de 199 treden naar de opgraafplaats beklimt, ontmoet Siân de jogger Magnus. Siân voelt zich hevig tot hem aangetrokken, maar is na een ongelukkige liefde op haar hoede voor deze charmeur. Magnus geeft haar een fles met daarin een manuscript, en vraagt haar, omdat zij gespecialiseerd is in oude documenten, te ontrafelen wat er in staat. Het is een verklaring uit 1788 van Thomas Peirson, en het lijkt erop, alsof deze bekent zijn dochter Mary om het leven te hebben gebracht door haar keel door te snijden. Siân kan maar een bladzijde per dag ontcijferen; elke dag heeft ze een broeierige ontmoeting met Magnus om hem te vertellen wat ze ontdekt heeft.

Faber, die internationale bekendheid verwierf met zijn de verhalenbundel Some Rain Must Fall (1998) en zijn veelgeprezen grotesk-komische roman Under the Skin – waarvan een verfilming op komst is, schreef The Hundred and Ninety-Nine Steps op uitnodiging van de kunstenaar Keith Wilson, ter gelegenheid van opgravingen (`The English Heritage dig') die in Whitby plaatsvonden. Wilson, Faber en zijn vrouw Eva Youren maakten foto's van Whitby, die digitaal werden bewerkt en als illustraties werden opgenomen. Hoewel ze sfeervol zijn en het boek een aantrekkelijk voorkomen geven, zijn plaatjes in een goed griezelboek meestal overbodig en drijven ze de prijs onnodig hoog op. Zo ook hier.

De uitgever smijt op de flaptekst nogal uitbundig met vergelijkingen met andere schrijvers, niet de minsten: Joseph Conrad en Henry James. Mij deed The Hundred and Ninety-Nine Steps eerder denken aan een onderhoudende mini-Nicci French. Een jonge alleenstaande vrouw heeft nachtmerries, die een hoop suggereren, maar geen functionele rol in het verhaal blijken te spelen (The Red Room), valt voor een buitengewoon charmante man, die misschien wel fout is (Killing Me Softly), en wordt geplaagd door de geesten van de doden uit het verleden (The Memory Game). Net als een goede thriller moet The Hundred and Ninety-Nine Steps het vooral hebben van de vlotte pen en de suggestie. Bij een herlezing en een poging tot interpretatie stuit men op een wat kitscherig en oppervlakkig geheel. De parallellie tussen het levensverhaal van Mary dat in het document wordt verteld en dat van Siân – beiden zijn 34 jaar en voelen zich aangetrokken tot een gevaarlijke man – is vooral bedoeld om de lezer op het verkeerde been te zetten en de spanning te verhogen. Als het raadsel ontmaskerd is, hoeft Magnus zijn fles niet terug. `I liked it the way it was, before I understood it. When it was a mystery.' Zo is het eigenlijk ook met dit boek, waarbij, na de zorgvuldig opgebouwde spanning, de slappe ontknoping hevig teleurstelt. Het boekje was mooier toen het zijn geheim nog niet had prijsgegeven.

Was Faber een debutant geweest dan hadden we reikhalzend uitgezien naar zijn toekomstige werk. Nu komt dit boekje vooral over als een vingeroefening voor het `magnum opus', dat hij heeft aangekondigd voor zomer 2002: een grootse Victoriaanse roman met als voorlopige titel The Crimson Petal.

Michel Faber: The Hundred and Ninety-Nine Steps. Canongate, 122 blz. ƒ39,90 (geb.)

[streamliner] Fabers nieuwe thriller drijft de lezer even geboeid als onrustig voort

Buitenlandse literatuur