Nederlandse tennissers mijden psychologie

In toptennis is een sterke mentaliteit van essentieel belang. Amerikanen werken zonder schroom met mental-coaches. Nederlandse spelers willen daar niets van weten: ,,Psychologen zijn er voor mensen die gek zijn.''

Sjeng Schalken bleef gisteren in tegenstelling tot zijn Australische tegenstander Andrew Ilie kalm. Dat maakte op baan 10 van Flushing Meadows het verschil tussen winst en verlies. Wie mentaal niet sterk is, wordt daar tijdens een grandslamtoernooi op afgerekend. Tennis is nu eenmaal ook een mental game.

Toptennissers als Pete Sampras, Andre Agassi en Patrick Rafter consulteren allen een sportpsycholoog. Ze zijn vaak juist sterk op de momenten dat ze achterstaan. Zo wist Sampras bijvoorbeeld vorig jaar tegen Richard Krajicek na een 1-0 achterstand in sets en 6-2 in de tiebreak van de tweede reeks met fenomenaal tennis terug te komen. Sampras was weer helemaal terug, terwijl Krajicek de dreun niet meer te boven kwam. Agassi is doorgaans pas gebroken als het laatste punt geslagen is.

De Amerikaanse sportpsycholoog Bryce Young werkt al jaren met tennissers uit de internationale top en subtop. Tijdens de US Open is hij deze twee weken verschillende spelers van dienst en en passant op zoek naar nieuwe clienten. Op een conferentie van de Amerikaanse tennisfederatie sprak hij aan de vooravond van de US Open in New York zevenhonderd coaches toe. ,,Vroeger moest ik de spelers stiekem 's avonds laat in hun hotel bezoeken, maar psychologische hulp is inmiddels een geaccepteerd iets. Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden'', zegt Young in het mediarestaurant op Flushing Meadows.

Young, die zijn praktijk heeft in Hilton Head in South Carolina, is ervan overtuigd dat spelers die mentaal in balans zijn beter presteren. ,,Alle tennissers die hier in New York spelen, zijn getraind en hebben een goede techniek. Maar hun mentale gesteldheid hebben ze niet altijd onder controle. Op de dag van de wedstrijd staan ze op en hopen ze maar dat ze zich goed voelen. Vervolgens laten ze zich vaak op de baan verrassen door bijzaken of negatieve gedachten. Wie zo aan een partij begint heeft al direct een achterstand op een speler die zijn emoties kan controleren'', beweert Young die een aantal jaren met onder anderen de voormalige top-10 speler Wayne Ferreira uit Zuid-Afrika werkte.

Begin deze week zat Young tijdens de partij tussen Raemon Sluiter en Alex Corretja op de tribune. Volgens Young deed Sluiter bijna alles goed, maar liet hij het op de belangrijkste momenten afweten. ,,Corretja was mentaal gezien uiteindelijk net iets sterker. Die had duidelijk een houding van `ik kom hier om te winnen en het maakt me niet uit hoe'. Toen de service van Sluiter werd gebroken in de derde set was het direct gedaan met hem. Ik denk dat een speler als Sluiter ook wel hulp kan gebruiken'', zegt Young.

Sluiter wil zelf niets weten van psychologen. ,,Mij kunnen ze niet helpen'', beweert hij. ,,Ik moet me gewoon goed voelen. Misschien dat sommige spelers open staan voor een mental-coach, maar ik niet. Vroeger had ik last van zenuwen, maar dat is over. Mijn broer heeft me daarbij geholpen. Ik voel me mentaal honderd procent.''

Young moet lachen om de woorden van de Nederlander. ,,Sommige mensen denken dat psychologen in hoofden gaan kijken. Het gaat erom dat tennissers het maximale uit hun mogelijkheden halen. Door simpelweg alleen maar meer ballen te slaan word je niet beter. Ik heb zelf ook in het satelliet-circuit gespeeld. Tennis is een mental game.''

Young maakt zijn spelers vooral zelfbewuster. Young: ,,Tennis is emotie. Zelfvertrouwen krijg je niet door overwinningen, dat kan je zelf opbouwen. Het is zaak de negatieve gedachten uit te bannen. Je moet zorgen dat er zo weinig mogelijk zaken voor afleiding kunnen zorgen. Tussen elke service hebben spelers 25 seconden om te doen wat ze willen. Concentreer je. Gebruik je ademhaling en denk aan de slag die je gaat maken. Mislukt die? Okee, dan gaat die de volgende keer wel goed. Je moet steeds hetzelfde ritueel herhalen en altijd positief blijven.''

De Nederlandse Brenda Schultz-McCarthy, die vorig jaar oktober door een hernia moest stoppen met toptennis, wilde tijdens haar carrière niets weten van een mental-coach. Pas nadat ze een paar jaar in de Verenigde Staten had gewoond, veranderde ze van mening.

Schultz, gisteren op Flushing Meadows: ,,Toen ik speelde heb ik nooit aan psychologische steun gedacht. Daar was ik te nuchter voor. Nederlanders vinden dat iets voor mensen die gek zijn. Zo dacht ik er destijds ook over. Maar nu niet meer. Er zijn trainers die het lichaam beter kunnen maken, er zijn coaches voor de techniek, maar er zijn ook mensen die tennissers in het hoofd beter kunnen maken. Het is belangrijk dat je positief denkt. Daar zijn trucjes voor die je kan leren. Het is ook een kwestie van mentaliteit. Amerikanen vinden zichzelf altijd de beste. In Nederland mag je geen haantjesgedrag vertonen.''

Van het Nederlandse contigent tennissers op de US Open maakt geen enkele speler gebruik van een psycholoog. Schalken werkt samen met zijn coach Alex Reijnders aan zijn mentale weerbaarheid. Zo legt de tennisser zich af en toe dingen op die hij liever niet doet zoals afwassen en stofzuigen. Wellicht heeft Schalken de afgelopen jaren daardoor zijn emoties beter onder controle.