Land zonder leiders

Het ontwerp-verkiezingsprogramma van de PvdA wordt morgen aangeboden aan Ad Melkert én Wim Kok. En zo zal er de komende tijd tot aan de verkiezingen van 15 mei volgend jaar nog heel veel sprake zijn van Ad Melkert én Wim Kok. Bij de PvdA vindt geen leiderschapswisseling plaats, maar een leiderschapsverschuiving. Heel voorzichtig zal Wim Kok stapjes naar achteren doen en Ad Melkert stapjes naar voren. Een rimpelloze machtsoverdracht moet het worden.

Wim Kok is dat wel toevertrouwd. Hij is straks echt klaar en zal geen behoefte hebben om nog wat `mee te denken' met zijn opvolger. Kok zal slechts dienstbaar zijn. Dat was indertijd het grote probleem in het CDA met de vertrekkende man Lubbers en zijn opvolger Brinkman. Allereerst was er Brinkman die zijn ongeduld om de zaak echt over te nemen niet kon bedwingen. Maar de spanning die dat veroorzaakte werd nog eens versterkt doordat Lubbers zich via allerlei kanalen maar bleef bemoeien met zijn opvolger.

Daar heeft de PvdA van geleerd en dus zullen Kok en Melkert tot vervelens toe het `samen' benadrukken. Extra behulpzaam hierbij is het feit dat de PvdA ten aanzien van de opvolging niet verdeeld is. Dat kan ook nauwelijks, want nu Kok heeft aangegeven niet beschikbaar te zijn, is er gewoonweg niemand anders. Wat dit betreft is vergeleken bij eerdere leiderschapswisselingen binnen de PvdA de uitgangspositie voor Melkert een stuk gunstiger. De keuze voor Den Uyl als PvdA-leider was indertijd verre van unaniem, terwijl op zijn beurt Kok pas Den Uyl kon opvolgen nadat de laatste een contingent potentiële kroonprinsen had versleten.

Melkerts werkelijke probleem is niet de PvdA, maar de rest van het land. Althans, dat wordt nu al tijden achtereen beweerd. Algemeen is de conclusie dat Melkert niet beschikt over het electoraal zo belangrijke charisma. En zo zijn we weer helemaal terug bij het beeld. Zoals Brinkman de man met de koele laserogen was, is Melkert al gepositioneerd als de man die het midden houdt tussen een drogist en een begrafenisondernemer.

Niemand zal nog durven ontkennen dat in de huidige mediacratie het beeld onbelangrijk is. Dat geldt al helemaal voor mensen die nog niet kunnen bogen op aan hun positie ontleend vertrouwen. Want ook dat is een wet: zit iemand op een gegeven moment aan de top, dan komt er als vanzelf een dosis charisma bij. Het voltrekt zich momenteel in de Verenigde Staten. Aanvankelijk stelde in de algemene beeldvorming president Bush, de `provinciaal uit Texas' helemaal niets voor, maar inmiddels wordt die simpele waarneming al her en der genuanceerd. Niet vanwege zijn prestaties, maar simpelweg omdat hij er zit en macht uitoefent.

Politieke leiders zonder charisma hebben vooral een probleem als zij concurrentie ondervinden van leiders die wel charisma hebben. Het grote voordeel voor Melkert is nu dat bij de komende verkiezingen op dit punt het speelveld volledig open is. Want na het vertrek van Kok is er in de nationale politiek niemand meer met allesoverheersend charisma. Dat gegeven maakt alle analyses over het door de PvdA verspelen van de `premierbonus' ook zo overdreven. De premierbonus komt hooguit vrij maar kan dus door dezelfde PvdA (ten dele) worden terugverdiend. Voorts is ook de vraag hoe groot die zo veel besproken bonus nu werkelijk is. Wim Kok won als premier-lijsttrekker bij de verkiezingen 1994 weliswaar acht zetels, maar vier jaar daarvoor was de PvdA 12 zetels kwijtgeraakt en daarmee op een historisch dieptepunt aangeland. Anders gezegd: in de winst van 1998 zitten naar alle waarschijnlijkheid heel wat spijtoptanten die naar de PvdA terugkeerden.

Bij de komende verkiezingen kan de premierbonus gewoon worden opgeteld bij het aantal zwevende zetels. Zetels waar allemaal onuitgesproken politieke leiders om kunnen gaan strijden. Zoals daar straks behalve Ad Melkert zijn: CDA-fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer, tobbend leider van een zoekende partij. D66-fractievoorzitter Thom de Graaf, tobbend leider van een door nog maar weinig kiezers begrepen partij, VVD-fractievoorzitter Hans Dijkstal, vrolijk leider van een partij die sinds het vertrek van Bolkestein een veel fletser aanzien heeft gekregen en GroenLinks fractievoorzitter Paul Rosenmöller, ambitieus leider van een partij die er maar niet in slaagt meer dan een belofte te worden.

Kortom, alle ingrediënten voor een geheel open verkiezingsstrijd zijn aanwezig waarbij partijen het eindelijk weer eens wat meer zullen moeten hebben van hun boodschap, omdat de boodschapper niet automatisch succes garandeert.

En dat is dan het volgende probleem, omdat juist die boodschap van de diverse partijen zo op elkaar lijkt. Krampachtige pogingen worden ondernomen om alsnog de `grote verschillen' te laten zien, maar in wezen gaat het toch vooral om zeer overbrugbare accentverschillen.

Men vlucht in semantiek over voor de kiezer abstracte begrippen als de Zalm-norm, maar waar het de kiezer straks om te doen is, is hoe het gaat met het onderwijs, de gezondheidszorg en de veiligheid op straat. Uit alle onderzoeken blijkt dat het electoraat vindt dat in die sectoren wat moet gebeuren dus vinden ook alle partijen dat daar wat moet gebeuren.

Door het gebrek aan electorale kanonnen is er ruimte voor een inhoudelijke campagne. Tegelijk is de ruimte voor inhoudelijke profilering beperkter dan ooit. Arme partijen, arme kiezer, die een prooi voor allen is.