`Kurt Vonnegut vergeef ik alles'

Deze zomer publiceerde Renate Dorrestein `Zonder genade'. Dertig jaar eerder verloste Kurt Vonnegut haar van de somberheid.

Renate Dorrestein was de afgelopen winter in Amerika om de vertaling van haar roman Een hart van steen te promoten. ,,Ik werd op een gegeven moment rondgereden door een jongen, Tim heette hij', vertelt Dorrestein. ,,Ik zal het nooit vergeten: Tim vertelde dat op de plek waar ik zat in zijn auto, op dat kussen, de billen van Kurt Vonnegut hadden gerust.'

Dorrestein is al lange tijd een groot bewonderaar van de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut (1922), in het bijzonder van Slaughterhouse-Five (1969), zijn roman over het bombardement op Dresden van februari 1945, dat hij als krijgsgevangene meemaakte. Dorrestein: ,,Er zijn veel schrijvers die ik bewonder, maar van Vonnegut ben ik idolaat. Hij is behoorlijk seksistisch, de vrouwelijke personages in zijn werk stellen nooit wat voor. Dat zie ik wel, maar ik vergeef hem alles. Het is werkelijk blinde liefde. En dat is ook wel mooi, want dat heb je maar zelden in het leven, zo'n overgave.

,,Ik las Slaughterhouse-Five voor het eerst in 1972, toen ik achttien was; het is bijna dertig jaar geleden. Sedertdien heb ik het denk ik elk jaar een keer gelezen, de laatste keer was een maand of vier geleden. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik dat boek niet uit heb. Iedere keer als ik het lees ben ik opnieuw overrompeld door de gekte ervan. Ook door Vonneguts passie, en door het feit dat hij moralistisch durft te zijn; dat spreekt mij zeer aan. Ik vind een roman juist bij uitstek een geweldig vehikel voor het geven van commentaar op de wereld waarin we leven, omdat een roman je dwingt tot genuanceerdheid: je moet altijd meer dan één kant van de zaak laten zien. Je moet als schrijver zorgen dat de dingen zo genuanceerd liggen, dat er voor de lezer een dilemma optreedt.

,,En dan die idiote plot! De ontvoering van de hoofdpersoon Billy Pilgrim door buitenaardse wezens naar de planeet Tralfamadore: het heeft vele lezingen gekost voor ik kon snappen wat de rol daarvan is. Het dient onder meer om het verhaal van het bombardement van Dresden fragmentarisch te kunnen vertellen. Ergens zegt Vonnegut dat oorlog mensenlevens fragmentariseert, en hij heeft een vorm gevonden om dat te weerspiegelen. Later in het boek, wanneer Billy Pilgrim is opgenomen in het gekkenhuis, gaat hij sciencefiction lezen. Hij moet, zoals alle mensen die een ernstig oorlogstrauma hebben doorstaan, zichzelf en de wereld opnieuw uitvinden, en sciencefiction is een goed middel daartoe. Kilgore Trout, die Vonnegut in Slaughterhouse-Five opvoert als de sciencefiction-auteur, is zijn alter ego: Vonnegut heeft jaren stapels van dat soort nonsens gepubliceerd voordat er onder zijn eigen naam serieuze werken verschenen. Wat ik leuk vind, is dat hij altijd een soort eer is blijven betuigen aan het verleden, aan het genre van sciencefiction: hij vindt altijd een weg om dat te gebruiken.'

In Het geheim van de schrijver (2000), Dorresteins boek over het schrijven van fictie, vertelt ze dat Vonnegut haar leerde `dat je als auteur de baas bent in je eigen boek'. ,,Vonnegut heeft me zeker geholpen mijn eigen stem te vinden als auteur, door de mengeling van tragiek en hilariteit die je in zijn boeken aantreft. Ik dacht ineens: je kunt vertellen op de manier die jij wenselijk acht, je hoeft je niet te houden aan bepaalde literatuuropvattingen. Op dat moment, zo'n dertig jaar geleden, verkeerde literair Nederland in het tijdperk van de introspectie. Een verhaal vertellen, wat ik altijd zo leuk heb gevonden, was toen helemaal niet in de mode. Je moest maar wat voor je uitneuzelen. Als ze van je zeiden dat je een goede verteller was, dan was dat bepaald geen compliment. Ik kwam van de middelbare school en was door die opvatting besmet, ik dacht dat literatuur zo in elkaar zat: somberheid en zuchten. Vonnegut heeft me van dat idee bevrijd. Ik denk dat geen Nederlands schrijver van dat moment dat had kunnen doen; de enige die lichtvoetig was in dat tijdperk was Remco Campert. Toen ik serieus begon te lezen, werden dat automatisch Amerikaanse en Engelse schrijvers. Daarbij voelde ik me meteen veel meer thuis.

,,Als ik vastzit met mijn eigen werk, dan loop ik naar de V van Vonnegut in de boekenkast, ik pak blindelings een titel en begin ergens te lezen. Binnen een uur kan ik verder met mijn eigen werk, omdat hij me elke keer dat gevoel van vrijheid geeft, me laat zien dat alles is toegestaan, als het maar werkt. Je kunt op een hele lichtvoetige, zelfs slapstickachtige manier over aangrijpende dingen schrijven, dat bewijst Vonnegut. Slaughterhouse-Five gaat over het bombardement op Dresden, dat bijna twee keer zoveel slachtoffers onder de burgerbevolking heeft gemaakt als de bom op Hiroshima. Je kan je niet voorstellen dat hij daar zo'n grotesk en grappig boek over heeft kunnen schrijven.

,,Een voorbeeld: als ze na het bombardement bezig zijn al die tienduizenden lijken op te graven vanonder het puin, dan jat de Amerikaanse krijgsgevange Edgar Derby een theepot. Daar wordt hij dan voor gefusilleerd. Vonnegut geeft voortdurend dat soort vreselijke commentaren op hoe wij omgaan met de moraal en de rechtvaardigheid. Hij heeft het altijd zo onbevreesd over het menselijk vermogen tot kwaad, wat wij aanrichten in onze wereld en hoe onmogelijk het is om onder alle omstandigheden een fatsoenlijk mens te blijven. Daarin is hij zo vol compassie voor de menselijke conditie, die soms vereist dat je dingen doet die je eigenlijk nooit zou willen doen. Slaughterhouse-Five is geen bitter boek, terwijl het toch echt een uitgesproken anti-oorlogsboek is. Er zit ook bij hem een wonderbaarlijke glimp van troost, hoop en verzoening in, hoe bar het ook toegaat.

,,Vonneguts werk heeft me op ideeën gebracht over hoe ik kon schrijven over de zelfmoord van mijn zusje. Op een hele hardhandige, vrolijke manier heb ik dat gedaan, in Het perpetuum mobile van de liefde (1988). Het speelt zich af in een afdeling van een psychiatrische inrichting. Voor de lezer lijkt het lange tijd een heel raar huis waar een krankzinnig gezelschap woont, dat samen een heel bizar feest viert: ze herdenken de zelfmoord van een van de bewoners. Ik was niet op dat idee gekomen zonder Slaughterhouse-Five, ik had gewoon niet beseft dat je het zo had kunnen doen. Ik zou dat oneerbiedig hebben gevonden, of smakeloos, maar bij hem zag ik dat het kon.'

Critici misten bij de romans die Dorrestein in de jaren tachtig schreef de ernst en de emotie. Dorrestein: ,,Je bent natuurlijk blij als je een aanwijzing krijgt hoe je je werk kunt verbeteren, en in zekere zin heb ik daar ook gehoor aan gegeven. Ik had wel het gevoel dat de critici niet goed snapten waarom ik die harde grappen er inzette. Ze kregen daar een ongemakkelijk gevoel van en verwezen dat maar snel naar mij terug. Maar ik begon na een tijdje wel te merken dat het veel moeilijker was om geloofwaardige slapstick uit te halen dan om personages geloofwaardig een hevige emotie te laten ondergaan. Toen dacht ik, wat zit ik het mezelf toch moeilijk te maken? Ze moeten bij mij altijd in het water vallen als er iets gevoeligs dreigt te gebeuren, laat ik ze ook maar eens een keer gewoon wat laten voelen. Het heeft wel zeven boeken geduurd voordat ik dat aandurfde. Ik was heel bang om voor sentimenteel versleten te worden. En moet je nou zien, mijn laatste boek Zonder genade is een `melodrama' genoemd, dus nu ben ik de drempel van het sentiment in elk geval over.'

Kurt Vonnegut jr: Slaughterhouse-Five. Vertaald door Else Hoog, met nawoord van Jan Donkers.

Contact, 174 blz. ƒ32,90