Katholicisme en antisemitisme

Was de rooms-katholieke kerk antisemitisch, of was antisemitisme wijdverbreid in de rooms-katholieke kerk? Dat is, grof geschetst, de discussie die sinds de jaren '90 van de vorige eeuw woedt tussen kerkhistorici in het Duitse taalgebied. Deze week pleitten in Nijmegen Nederlandse historici en theologen ervoor ook in Nederland intensiever te kijken naar het verband tussen katholicisme en antisemitisme.

De radicaalste stellingname komt van de Duitse historicus Olaf Blaschke. Hij stelt dat het antisemitisme een integraal onderdeel was van het ultramontanisme, het 19de-eeuwse katholieke antwoord op allerlei moderne ontwikkelingen. Volgens Blaschke moest je in die tijd als goed katholiek antisemiet zijn. Hij deed onderzoek naar de situatie in Duitsland, maar hij trekt zijn these door naar het hele Europese rooms-katholicisme in de 19de eeuw.

Met deze conclusies zegt Eric Ottenheijm niet te kunnen leven. Ottenheijm is secretaris van de Katholieke Raad voor Israël en leidde het symposium in Nijmegen. Als dat de geschiedenis van het katholieke geloof is, dan zou het volgens hem onmogelijk zijn in deze dagen een goed katholiek te zijn.

De Zwitserse historicus Urs Altermatt, hoofdspreker op het symposium, is genuanceerder. Altermatt deed onderzoek naar het antisemitisme in de katholieke kerk in Zwitserland. Volgens hem kun je in ieder geval voor Zwitserland niet stellen dat het katholicisme antisemitisch was. Altermatt spreekt liever van een ambivalente situatie. Volgens hem was het antisemitisme wijdverbreid onder katholieken in Zwitserland, maar kwam het in vele gedaanten voor. We moeten volgens de historicus duidelijk onderscheid maken tussen tijd, plaats en sociale groep.

Wat het meest voorkwam was het theologische antisemitisme, of beter gezegd het anti-judaïsme, waarbij de joden bijvoorbeeld werden beschouwd als de moordenaars van Jezus. Veroordeling van het jodendom op theologische gronden heeft volgens Altermatt ook heel lang deel uitgemaakt van de officiële kerkelijke leer. Maar dat is heel wat anders dan het sociale en zelfs raciale antisemitisme uit de nationaal-socialistische leer die in de 20ste eeuw zoveel slachtoffers heeft gemaakt. De racistische variant, die misschien bij individuele gelovigen wel leefde, is volgens Altermatt door de bisschoppen in Zwitserland uitdrukkelijk verworpen. Wel is het volgens Altermatt zo dat de bisschoppen sinds de Kristallnacht in november 1938, net als de Zwitserse regering, hebben gezwegen.

Het aan de kaak stellen van deze zwijgzaamheid is volgens Altermatt een typisch verschijnsel van de golf van belangstelling voor de Shoah in de jaren '90 van de vorige eeuw. Voorheen concentreerde zowel het onderzoek als de pubieke belangstelling zich vooral op de daders en de slachtoffers. Nu is ook de houding van de omstanders een punt van vaak felle discussie geworden, en dat betreft dan zowel personen als instituten. In Zwitserland, zo vertelt Altermatt, is er bijvoorbeeld een hoog oplopende controverse geweest over de rol van de banken.

Ook de geschiedenis zoals historicus Altermatt haar voorstelt, verontrust Ottenheijm ten zeerste, vertelt hij geëmotioneerd. En hoewel verder onderzoek noodzakelijk is, waren de aanwezigen in Nijmegen het er wel over eens dat de these van Altermatt, in ieder geval voor Nederland, bruikbaarder is dan die van Blaschke.

Het onderzoek in Nederland is volgens Ottenheijm noodzakelijk, maar het zal niet gemakkelijk zijn. Het zijn volgens hem geen vragen waar een onderzoeker louter gedistantieerd over zou kunnen spreken. Geschiedschrijving over dit onderwerp is zoals hij het zegt, niet minder dan een vorm van therapie.

Bronnen: Theo Salemink, Katholieken en antisemitisme, ambivalente houding of structurele verbinding? verschenen in Trajecta, april 2000.