Fantástisch

Vanavond viert Het Nationale Ballet haar veertig jarig jubileum met een feestelijk balletgala. Werk van de internationaal gevierde William Forsythe, en van Rudi van Dantzig, Hans van Manen en Toer van Schayk wordt gedanst. Dat belooft een ware gebeurtenis te worden, een unieke happening ook want helaas lijkt met dit fantástische programma de koek voor de rest van het seizoen op. Dat bestaat vooral uit reprises van bekende balletten met als enig avontuur een gastchoreografie van Krisztina de Châtel. De gala-avond verbloemt amper dat er weinig reden tot jubel bestaat. Dat is wel eens anders geweest. Met de oprichting in 1961 was de langgekoesterde wens van de overheid om een nationaal gezelschap te hebben dat het land met ballet zou bedienen een feit. In de eerste jaren, met Sonia Gaskell als leidster, verwierf HNB reputatie met klassiek en modern ballet en zelfs met spraakmakend avantgarde werk. Solisten verwierven internationaal status, internationale sterren dansten bij de groep. Onder Van Dantzig, na 1971 enig leider, vervolgde de groep haar opmars. Van Schayk verbreedde het moderne repertoire. Een gouden era brak aan, zeker nadat Van Manen zich bij hen had gevoegd. Diens neoklassieke balletten vormden een fraai tegenwicht tegen het dramatische danstheater van het duo Van Dantzig/Van Schayk. In het buitenland waren de drie Vans een begrip, evenals ballerina Alexandra Radius.

De eerste strubbelingen bracht de verhuizing naar het Muziektheater in 1986; qua podium en zaal een grote vooruitgang, maar de nestgeur werd gemist en het contact van leider met groep verwaterde. Van Manen liep weg, met veel misbaar. Een heikele kwestie betrof de opvolging van de artistiek leider. De kroonprinsen Henny Jurriens en Han Ebbelaar werden ter zijde geschoven; de sfeer was grimmig en defensief. Na beraadslagingen van een commissie met het bestuur kwam de ex-Royal Ballet solist Wayne Eagling als directeur uit de bus. Die had eens een popballetje gemaakt en werk van Van Dantzig en Van Manen vertolkt. De intussen murw geslagen pers ontving Eagling neutraal: wie weet was hij wel de persoon om de groep een nieuw tijdperk in te leiden. Tien jaar later weten we beter. Aanvaringen met dansers zijn legio, hij toont geen smaak bij het kiezen van gastchoreografen, zijn eigen werk is onbeduidend en het is hem ontraden nog iets voor de groep te creëren. Hij mist visie, heeft geen greep op de groep als geheel en wordt niet als inspirerend ervaren. Het is lang geleden dat ik heb horen zeggen dat het goed gaat met de groep, laat staan `fantástisch'! Dat laatste roepen enkele ballet prominenten – Van Manen die opnieuw regelmatig bij de groep werkt en Ebbelaar die nu lid van bestuur is – maar dat is meer een hoopvolle kreet dan een nuchtere constatering. Ook intern is men gaan beseffen dat Eaglings kwaliteiten zich beperken tot het coachen van solisten en het selecteren van talent. Dat kan een goede balletmeester ook. Van een directeur verwacht je meer. Om zijn incompetentie te compenseren is nu Ted Brandsen als tweede man binnengehaald, een intelligente man die zich als choreograaf en directeur van een kleine groep bewees. Aan hem de opgave om wat krom zit recht te buigen en de - inderdaad fantástische - dansers te geven wat hen toekomt. Opdat we over een tijd - jubileum of niet - het glas kunnen heffen en met dansers, Vrienden en alle andere die Het Nationale Ballet graag zien bloeien welgemeend kunnen zeggen: Lang leve deze fantástische groep.