Een hoofd waarin drie dingen passen

Niet elke man kan zich in een vrouw verplaatsen en niet elke mannelijke schrijver schept een heldin van vlees en bloed. Dat Martin Walser in zijn nieuwe roman een springlevende vrouw tevoorschijn tovert, een vrouw die ruim vijfhonderd bladzijden lang in al haar vezels zindert, dat is een waar mirakel.

Susi Gern heet deze vrouw, en net zo gretig als haar achternaam is haar vagina. Meestal behelpt ze zichzelf: `Ze trok haar slipje uit, draaide zich op haar zij, zag hoe haar hand aansloeg. Ze voelde zich net een gitaar. Ze pakte het eerste akkoord en gauw het tweede, het derde. Tempo, Susi, tempo.' Soms laat ze zich verwennen. `Gelukkig was Khalil geen hamer. Pijn genoeg deed het ook zo. Dat hij 'm überhaupt bij haar naar binnen kreeg! Vergeleken met dit was haar ontmaagding een dolle glijpartij geweest.'

Die durft, die Martin Walser! Kom bij hem niet aanzetten met preutsheid, want Susi mag dan wel reeds 56 zijn als het verhaal begint, ze is een moderne meid die van de feministes geleerd heeft dat het recht op lust ook voor haar sekse geldt. Het probleem is: Susi Gern wil meer. Susi Gern wil liefde. Susi's hartewens: `een man helemaal voor haar alleen.' Met haar echtgenoot kan zij die wens wel vergeten. Edmund Gern vindt dat alles moet kunnen als je het maar bespreekt. Dus vertelt hij Susi lachend over zijn vele liefjes. En gaat hij met hen op reis, dan pakt zijn vrouw braaf zijn koffer. Onderwijl reist zij af naar Noord-Afrika, waar ze troost zoekt bij jonge moslims, maar ook die blinken uit in ontrouw. Arme Susi. Haar dagen, en dat is minder modern, bestaan uit hopen en wachten.

En Walser wacht, hoopt, lijdt en peinst met haar mee. Omdat hij van zijn Susi houdt, houdt hij amper afstand. Het is alsof de verteller, hoe anders dan haar minnaars, zich onvoorwaardelijk aan de protagoniste heeft overgeleverd en alles willoos laat komen. Alsof hij bang is om in te grijpen in een leven dat loopt zoals het lopen moet. Niets forceren, alles accepteren, sprak de auteur van Der Lebenslauf der Liebe, waarschijnlijk met zichzelf af. Niet oordelen, niet met stilstaande wijsneuzigheden storen, maar de vertelstroom eerlijk laten stromen. En dan maar kijken of die vrij stromende geest van Susi en haar creator nog iets moois voortbrengt.

Welaan: dat doet-ie. Zo nu en dan – bijvoorbeeld op bladzijde 236: `Voortdurend word je gedwongen je tevreden te stellen met gebreken.' Of, op bladzijde 503: `Als de wereld haar het geluk ontzegt zal zij haar ongeluk tot haar geluk maken. Ongeluksgeluk.' Het zijn onspectaculaire gedachten, maar Susi is dan ook een onspectaculaire vrouw. Een domme vrouw met weinig kans op verbetering, want van haar slechte ervaringen leert zij niets. Martin Walser heeft voor zulke zwakheden altijd een zwak gehad. Alleen waren die zwakheden in zijn vorige boeken gekoppeld aan mannen. Aan onsuccesvolle en onmannelijke mannen die Walser juist vanwege hun gebrek aan succes en mannelijkheid liefhad. Want, zo lezen we in Das Schwanenhaus, zij hadden iets anders: `de liefdeskracht van minnenden, de fijnheid van gevoeligen, de charme van kinderlijken.'

Een schrijver met zo'n uitgesproken voorkeur voor vrouwelijkheid kiest natuurlijk geen mannelijke vrouw als hoofdpersoon. Hij kiest het vrouwelijke equivalent van de sukkel: de trut. Susi Gern mag dan wel de charme van kinderlijken bezitten, de facto is zij passief, afhankelijk en ook nog eens oppervlakkig. In haar hoofd passen maar drie dingen: mannen en geld en kleren. Deze trut komt om in de spullen en hoe eenzamer zij zich in haar Düsseldorfse mega-penthouse voelt, hoe meer troep ze aansleept. Der Lebenslauf der Liebe, de periode van 1987 tot en met 1999 beslaand, gaat ongetwijfeld over eenzaamheid en kilheid en consumisme – maar Walsers maatschappijkritiek, zelfs daar waar hij de neergang van de nieuwrijke Gerns beschrijft, is weinig verontrustend.

Dat is het grootste nadeel van zijn empathische methode: hij kan niet sarcastisch worden, laat staan satirisch en scherp. De stof blijft mager, en na Ein springender Brunnen, die angstaanjagende autobiografische vertelling over Hitler-meeloperij en verzet, is de Susi-roman een knusse niemendal.

Martin Walser: Der Lebenslauf der Liebe. Suhrkamp, 525 blz. ƒ65,60

[streamliner] Walsers hoofdpersoon is het vrouwelijk equivalent van een sukkel

buitenlandse literatuur