Edelen spreken als klungels van de tv

Het zou een quizvraag kunnen zijn: `Noem de ridders van de Ronde Tafel'. Ter vergemakkelijking zou erbij gezegd kunnen worden: `het zijn er twaalf'. Ook wie net Lancelot, ridder van de Ronde Tafel van Agave Kruijssen gelezen heeft zou het antwoord niet kunnen geven. Zouden ze eigenlijk wel ergens alle twaalf genoemd staan? Of is het getal twaalf alleen maar om het aantal discipelen te weerspiegelen en komen altijd alleen maar die paar zelfde ridders in de verhalen voor: Lancelot, Walewein, Keye, Iwein en Mordred, met soms in een bijrolletje nog een of twee anderen?

Hoe het ook zij, Lancelot en Walewein zijn de sterridders van koning Arthurs Ronde Tafel, en Keye is altijd de mislukkeling. Ook in dit boek. En Lancelot en Gwinnevere, dat is ook bekend, die hebben een grote, min of meer geheime liefde. In sommige middeleeuwse ridderromans wordt die liefde wel geconsumeerd – ik las onlangs De ridder van de kar waarin Lancelot en zijn koningin hun kans grijpen – in andere verhalen blijft het bij bewondering. Agave Kruijssen houdt het kuis. Hier is het Lancelots zonde dat hij überhaupt van zijn koningin houdt, niet dat hij zijn heer bedriegt.

Het verhaal is voor een belangrijk deel dat van de middelnederlandse roman Lanceloet en het hert met de witte voet, aangevuld met voor- en nageschiedenis. Bij koning Arthur komt een jonkvrouw aan die zegt dat alleen de ridder die het hert met de witte voet doodt en de voet aan haar koningin Ysabeau brengt, met de mooie Ysabeau zal mogen trouwen. En dat ze hoopt dat die ridder een van de leden van de tafelronde is. Keye mislukt, Lancelot gaat en wordt bijna doodgeslagen door een gemene ridder die met de door hem verworven witte voet naar Ysabeau gaat. Gelukkig komt Walewein Lancelot redden. Maar als alles opgehelderd is en de gemene ridder door Walewein is uitgeschakeld, weigert Lancelot met Ysabeau te trouwen. Vanwege Gwinnevere. Het helpt hem niet: koning Arthur wil dat een van zijn ridders de Graal, de heilige wonderschaal gaat zoeken. Hij kiest Lancelot. Maar Lancelot weet dat hij de Graal nooit zal vinden: daarvoor moet men niet alleen een moedige en edele ridder zijn, maar ook een volkomen zuiver geweten hebben. En dat heeft hij niet. Want hij houdt van Gwinnevere.

Daar, bij het begin van wat Lancelot weet dat een vergeefse queeste zal zijn, eindigt het boek.

Het verhaal is mooi, spannend en ontroerend. Het is alleen jammer dat aan de moderne hervertelling wat taal betreft zo weinig te beleven is. De ridders en dames spreken niet als edelen maar als kinderen of klungels uit een televisieserie. Wanneer Arthur 's avonds laat bij Gwinnevere binnenkomt en Gwinnevere hem vraagt nog wat te blijven, staat er het volgende: `Arthur kijkt naar de grond. Het lijkt of hij iets zoekt. ,,Nou, schatje, weet je,' begint hij, ,,het is morgen weer vroeg dag en eh...' ' Dat is wel erg onnozel. Het zou beter iets droger en iets minder op de hurken verteld kunnen worden.

Agave Kruijssen heeft al een hele serie `sprookverhalen' geschreven, allemaal hervertellingen, en het is duidelijk dat ze van die oude verhalen houdt. Maar allemaal hebben ze iets kinderachtigs gekregen wat afdoet aan de kwaliteit. Niet iedereen kan natuurlijk zo mooi als Edward van de Vendel een paar jaar geleden met de Gijsbrecht deed een oude geschiedenis tot leven wekken, maar iets meer van die zwier en stijl zou deze serie ten goede komen. Al is het op zichzelf al mooi dat deze reeks bestaat.

Agave Kruijssen: Lancelot, ridder van de Ronde Tafel.Fontein, 96 blz. ƒ24,95

Nederlandse literatuur