ECB verwacht lagere inflatie

Voor het eerst sinds begin mei heeft de Europese Centrale Bank gisteren het belangrijkste tarief voor de geldmarkt in het eurogebied, de basis-herfinancieringsrente, verlaagd. De ECB bracht het tarief van 4,5 naar 4,25 procent. Ook het plafondtarief voor de geldmarkt, de marginale beleningsrente, ging omlaag: van 5,5 naar 5,25 procent. De depositorente, die de bodemrente van de geldmarkt vormt, ging van 3,5 naar 3,25 procent.

ECB-president Duisenberg verwees in zijn toelichting naar de gunstigere inflatievooruitzichten in het eurogebied. Hij zei te verwachten dat de zogenoemde kerninflatie de inflatie zonder de wispelturige voedings- en energieprijzen in de eerste helft van volgend jaar lager zal zijn dan 2 procent. Dit percentage ziet de centrale bank als passend bij de prijsstabiliteit die zij nastreeft. Ook maakte Duisenberg gewag van meevallende loonstijgingen in het eerste kwartaal van dit jaar. Hij gaf toe dat de centrale bankiers de duur en de diepte van de huidige conjuncturele dip in de VS begin dit jaar hebben onderschat. Dat betekent dat ook de taxatie van de terugval in Europa te mild is geweest.

In de VS is de rente dit jaar al zevenmaal verlaagd, met in totaal 3 procentpunt. De ECB hield het, de renteverlaging van gisteren meegerekend, op een verlaging van 0,5 procent. Duisenberg maakte duidelijk dat de raad van bestuur van de ECB nu een neutrale houding inneemt, hetgeen inhoudt dat er niet op verdere verlaging van de rente wordt gezinspeeld.

Hij reageerde terughoudend op het in Europese regeringskringen opgelaaide debat over mogelijke versoepeling van het stabiliteitspact, waarin de euro-lidstaten hebben vastgelegd te streven naar begrotingsevenwicht. De Duitse minister van Financiën, Eichel, gaf vorige maand de aftrap voor die discussie door te zinspelen op een begrotingssysteem waarin de nadruk ligt op uitgavendiscipline. Zo'n aanpak is vergelijkbaar met het systeem dat in de Nederlandse begroting wordt gehanteerd.

De inkomsten variëren daarbij met de conjunctuur, zodat het begrotingssaldo werkt als een `automatische stabilisator': bij tegenwind is er een klein tekort, bij economisch hoogtij ontstaat een overschot.