Doden om de familie-eer

Op 7 december 1999 schoot Ali D., toen 17 jaar oud, in een school in Veghel zijn pistool leeg op Hasan Keskin. Er vielen vijf gewonden, waaronder Hasan. Ali was gestuurd door zijn vader. Die moest niets hebben van de relatie tussen zijn dochter Yeliz en Hasan en om de familie-eer te redden had hij Ali opdracht gegeven Hasan te doden. De rechtbank in Den Bosch veroordeelde Ali tot 5 jaar, zijn vader kreeg 8 jaar.

Over eerwraak bij Turken in Nederland schreef antropologe Clementine van Eck een zeer welkom boek: Door bloed gezuiverd. Het schetst op diepgravende wijze de cultuur waarbinnen zo'n drama kan ontstaan. Duidelijk wordt dat er in Veghel – dat overigens buiten het kader van Van Ecks onderzoek viel – geen Amerikaanse toestanden speelden maar Turkse; zij het dat Hasan dood had gemoeten en dat die andere gewonden er nooit hadden mogen komen.

Eerwraak is een zuiveringsritueel waartoe alleen in het uiterste geval wordt besloten. Alles draait om de begrippen namus (eer) en seref (aanzien). Vrouwen en meisjes dienen hun kuisheid te bewaren en mogen onder geen beding ongeoorloofde contacten met de andere sekse hebben. Zodra ze over de tong gaan is het met de eer van de hele familie gedaan. Vader kan zich nergens meer vertonen en hij zal alles in het werk stellen de schade te beperken. Doorgaans eindigen erekwesties niet in bloedvergieten. Zo wordt een meisje dat haar namus kwijt is als het even kan direct uitgehuwelijkt aan de jongen die haar heeft geschaakt.

Maar als alle alternatieven falen en als speciale factoren escalatie in de hand werken, komt eerwraak alsnog in beeld. Idealiter vindt hij plaats op een openbare plek, bij daglicht en met veel omstanders. Er is sprake van vele messteken, of van een serie pistoolschoten van zeer dichtbij. Verwonden is niet genoeg, het slachtoffer moet dood. De dader wil dat het slachtoffer hem ziet. Koel en rustig pleegt hij zijn daad, niet op basis van roddel maar van bewijzen. Na afloop meldt hij zich bij de politie. Om te voorkomen dat de kostwinner in het gevang belandt draait vaak een minderjarige zoon voor de klus op: die zou minder straf krijgen.

Van Eck heeft haar studie opgebouwd rond dertig strafdossiers van tussen 1972 en 1993 in Nederland gepleegde eerwraken. Twintig ervan zijn als casussen in het boek opgenomen. Ze laten zien hoe de situaties waarin tot eerwraak wordt besloten zeer uiteen kunnen lopen en bij elkaar roepen ze een beklemmend beeld op van een cultuur die meisjes en vrouwen geen millimeter vrijheid biedt. Opvallend is hoeveel daders werkloos zijn. Die hebben in Nederland alleen nog het koffiehuis (en de Turkse tv). Gaat hun vrouw vreemd en – belangrijker – wordt erover geroddeld, dan zijn ze ook hun laatste restje prestige kwijt.

Door bloed gezuiverd is de eerste diepgravende studie van eerwraak bij Turken in Nederland. Wie de sociale verhoudingen in Turkse kringen wil doorgronden kan er niet omheen. Van Eck hoopt dat minder krachtige sociale controle en het doorbreken van de `iedereen kent iedereen'-cultuur de `noodzaak' tot eerwraak zal verminderen. Wanneer migrantenkinderen eenmaal weten te ontsnappen aan het netwerk van hechte relaties in de Turkse gemeeenschap, zo besluit Van Eck haar boek, zal het hopelijk beter gaan.

Clementine van Eck:

Door bloed gezuiverd.

Eerwraak bij Turken in Nederland.

Bert Bakker, 318 blz. ƒ49,50