De vloek van Ierland (2)

Bijna aanraakbaar bleef de legerhelikopter boven onze hoofden hangen. Daarna maakte hij een zwaai en verdween met een boog achter de bomen, om even later bij de weilanden weer terug te keren. Hij vloog nu wat hoger, zij het nog altijd onder de laaghangende wolken, en begon rond te cirkelen als een groot uitgevallen mug. Het was onduidelijk wat hij met ons, eerzame toeristen, voorhad. Ik zou natuurlijk provocatief mijn middelvinger tegen hem kunnen opheffen, ik zou mijn vrouw kunnen vragen haar borsten te ontbloten in de hoop dat de piloot uit verrukking tegen de verderop staande hoogspanningsmast zou vliegen, maar de hele situatie in deze opkomende schemering voelde toch zo aan dat het onverstandig leek om een spottende houding aan te nemen. Toch kwam het ons onwaarschijnlijk voor dat argeloze boottoeristen tot zinken zouden worden gebracht in een land dat lid was de Europese Unie. Mogelijk dacht de helikopter dat wij in nood verkeerden of wilde hij ons waarschuwen dat wij ons in gevaarlijk water bevonden.

Wij daalden af in de kajuit om nog eens op te zoeken waar wij ons precies bevonden. Een blik op de kaart maakte duidelijk dat wij zojuist de grens tussen Ierland en Ulster gepasseerd moesten zijn. Wij lagen in Noord-Iers territorium. Op het water waren wij geen douane tegengekomen, maar nu wij op deze eenzame plek in het riet hadden aangelegd, leek het niet uitgesloten dat de helikopter ons had gespot als mogelijke IRA-agenten die bezig waren aan een operatie wapensmokkel. Toen de helikopter weer met razend geweld overkwam, besloten wij het anker te lichten en koers te zetten naar het meest nabij gelegen haventje. Als wij snelheid maakten, zouden wij dat nog voor het donker kunnen halen.

Wij voeren weg, nog altijd gevolgd door de helikopter. Wel verdween hij af en toe in de wolken, waar hij toch zichtbaar bleef door zijn knipperende lichten. Toen wij nog voor het invallen van de duisternis bij de steiger van Inishcorkish aanlegden, was hij er nog steeds, al draaide hij zijn rondjes nu op veilige afstand. Inishcorkish bleek een eilandje te zijn, dat eigendom is van een bejaard echtpaar dat ook nog de plaatselijke pub bestiert. 's Avonds doen zij hun schorten voor, zetten hun koksmutsen op en bereiden levenloos doorbakken biefstukken met groene erwten en aardappelprut, dit alles naar oud Iers recept dat de toerist het opwindende gevoel moet geven dat hij op de wereldbol toch nog dat ene onderontwikkelde land heeft gevonden. Als melancholie overgaat in dronkenschap doet de vrouw haar schort af en pakt hij zijn fiddle om oude Ierse liedjes te spelen over het verlangen naar een land met eeuwige regen en over het meisje dat wacht op de jongen die geëmigreerd is naar een rijk land, waar hij zich ongetwijfeld aan liederlijkheden te buiten gaat. Maar God is rechtvaardig en in het hiernamaals zal de jongen zijn vet nog wel krijgen.

Men moet er wat voor over hebben om niet aan het massatoerisme mee te willen doen.

Het werd al laat en ik wilde ik nog een whisky naar binnenslaan, toen ik een exemplaar van The Irish Times ontdekte. De krant lag verfrommeld in een hoek, maar omdat ik al enige tijd van elk nieuws verstoken was geweest, vouwde ik de pagina's open. Al direct viel mijn oog op een bericht met de kop: `Hara Krishna gaat eiland verkopen'. Ik las dat de Hara Krishna-beweging op de grens van Ierland en Ulster het eiland Inishrath bezit, waar men zich in een kleine commune heeft teruggetrokken. De belangstelling voor het monnikenleven loopt de laatste tijd echter terug. Ook hier doet de Ierse regen zijn werk. Veel Hara Krishna's geven de voorkeur aan een enclave in India, of in een ander zonnig land, zodat de beweging zich genoodzaakt zag het eiland te verkopen. De vraagprijs is één miljoen pond sterling, zo'n slordige 3,5 miljoen gulden, maar daar krijg je ook wel wat voor. Naast het eiland zelf word je eigenaar van een klein Victoriaans kasteel, dat ooit als jachtverblijf heeft gediend voor de Earl of Erne. Binnenkort, zo meldde de krant nog, zou het kasteel bij Sotheby's onder de hamer komen. Men verwachtte internationale belangstelling voor deze verborgen vluchtplaats. Madonna had in Schotland een kasteel aangeschaft en de verwachting was dat een andere popster nu zou toeslaan.

Ik las het bericht voor aan mijn vrouw, die onmiddellijk opmerkte dat wij diezelfde ochtend langs Inishrath waren gevaren en dat die geheimzinnige vrouw die gehuld in een Indiaas gewaad op de steiger had gestaan, ongetwijfeld een lid van de Hara Krishna's was geweest. ,,Laten wij morgen terugvaren en kijkje nemen'', stelde ik voor, ,,Marten Toonder heeft in Ierland kabouters gezien, Yeats vond in Ierland de liefde en Beckett de eenzaamheid.''

Mijn vrouw knikte. ,,En Arnon Grunberg heeft in Dublin een flatje bewoond'', zei ze, ,,dus als wij ergens God kunnen vinden dan is het wel op een vergeten eiland midden in een Iers meer, temidden van de Hara Krishna die in de Ierse regen hun mantra's opzeggen. Deze kans mogen wij ons niet laten ontgaan.''

Ik was het geheel met haar eens. Na nog een whisky en een Bailey's probeerden wij heftig omarmd onze boot te bereiken, wat enige moeite kostte omdat het aflopen van een steiger in een rechte lijn dient te gebeuren. In stille verwachting vielen wij op onze boot in slaap en ik droomde van de wilde bloemen die Inisrath groeien, van het jachthuis en de honden, van de zalmen en de forellen die rond het eiland opsprongen en die ik zou vangen met mijn werphengel.

Mijn vrouw sliep nog, toen ik de volgende morgen wakker werd. Ik knipperde met mijn ogen tegen het licht dat uit een patrijspoortje naar binnenviel. Het voelde als een zware dag. Naast me lag het boek dat ik aan het lezen was: De vloek van Wittgenstein van David Edmonds en John Eidonow. Waar was ik gebleven? O ja. Popper reisde in 1946 naar Cambridge om het gevecht met Wittgenstein aan te gaan. Wittgenstein was de grote held van de Wiener Kreis en Popper was er juist van overtuigd dat hij een van de belangrijkste filosofische leerstellingen van de Wiener Kreis had weerlegd. Aangemoedigd door Bertrand Russell zou Popper dit Wittgenstein gaan inpeperen. Maar na tien minuten was Wittgenstein naar de open haard gelopen. Hij pakte de pook en hief hem op tegen Popper, die toen lang nog niet Sir Karl Popper was. Zou Wittgenstein toeslaan?

(Wordt vervolgd)