De loods gaat van boord

Op 20 maart 1890 verscheen Punch (Brits humoristisch weekblad, jaren geleden ter ziele gegaan) met op de voorpagina de tekening De loods gaat van boord. Dat is Bismarck die de gangtrap afdaalt. Hij verlaat het Duitse schip van staat. De jonge keizer leunt over de reling, kijkt hem meesmuilend na. Nieuwe tijden breken aan.

Op 29 augustus 2001 om 17.30 uur was het in Nederland zo ver. De loods ging zelf officieel aankondigen dat hij van boord zou gaan. In deze wereld van de oppermacht der media gaat dat anders dan 111 jaar geleden. Eerst voelen de meest ervaren Haagse waarnemers het aankomen, dan gaat het lekken. Vervolgens komen de speculaties die gestaag aan waarheidsgehalte winnen, en aan het einde van deze fase is de persconferentie waarop de loods bekend maakt dat het binnen afzienbare tijd zover zal zijn. Het doet denken aan een circus. De zeeleeuw gaat door de hoepel springen. Ter opvoering van de spanning beginnen de trommelaars in crescendo te roffelen. Feitelijk is er nog niets gebeurd, terwijl de spanning al over zijn maximum heen is. Dan de sprong. Je denkt: is that all there is? Dat is het nadeel van dit mediatheater. De tekenaar van Punch heeft het dramatisch ogenblik beter bewaard. In het geval van Wim Kok blijft er nog één vraag: wie kijkt daar over de reling? Ad Melkert? Willem-Alexander?

Maar historische minuten blijven het, vooral als je ze live gezien hebt. Iedere wisseling van intonatie, iedere oogopslag, ieder gebaar van de grote handen, alle fracties van seconden waarin de minister-president/partijleider niets zei, en daarna vooral hoe hij stond te luisteren naar het toespraakje van voorzitter Ruud Koole – alles ga je onder zulke omstandigheden duiden. Na Wim Kok krijgen we een andere natie. Hij beseft het, wij beseffen het. Maar hoe? Daar gaat het om. Het besef op zichzelf is niets. Het wordt pas van betekenis als het onder woorden is gebracht. Het feit is pas historisch als het wordt geïnterpreteerd.

Daarom alleen al had ik graag gelezen wat de Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij, op papier zou hebben gezet. Maar ook andere talenten. In, ook alweer een intussen overleden Brits weekblad, The New Statesman and Nation, had je destijds een prijsvraag voor belezen mensen die ook konden schrijven. De redactie onder leiding van Kingsley Martin, koos een gebeurtenis, en dan was het de opdracht, die te beschrijven op de manier van bijvoorbeeld D.H.Lawrence, Jonathan Swift, Ernest Hemingway of Norman Mailer, één van de vier. Bijvoorbeeld de eerste ontmoeting tussen prins Charles en Camilla, ik noem maar wat. Je kon er geen prijs mee winnen. Het ging om de eer te worden afgedrukt. De resultaten dwongen eerbied af.

Nu gaat onze loods van boord. Hoe hij dat heeft aangekondigd, zullen we nog wel tientallen keren in de herhaling zien. Alles wat de moeite waard is, gaat in de herhaling. Monica omhelst Bill, dode koe in grijper van hijskraan, Milosevic loopt over binnenplaats, Karel maakt doelpunt, vuurwerk in Enschede ontploft. Dat weten we. Maar hoe leggen we het uit. Dat kunnen we alleen in onze eigen woorden, of door het ons te laten uitleggen in de woorden van een belangrijk talent. Vandaar dat ik de Dichter des Vaderlands mis. En ook zou ik een verslag deze historische persconferentie willen lezen, geschreven door, of op de manier van Hendrik Tollens (dichter van het Wien Neêrlandsch Bloed), F.Bordewijk, Marga Minco, Jules Deelder, Helga Ruebsamen, Kader Abdollah of Marek van der Jagt.

Dit is een tijd van snelle veranderingen. Dat hoor je vaak. Op zichzelf is dat van geen enkel belang als we niet weten hoe we de veranderingen moeten waarderen, en ons oordeel niet kunnen vergelijken met dat van anderen. Dat houdt het leven in de brouwerij. De rest is niets anders dan `in de herhaling'.