Buigen is belachelijk

De Nationale Reis- opera brengt Beet- hovens enige opera `Fidelio', de tetterende geboorte van het genre politieke opera.

Toen Beethoven en Goethe in augustus 1812 een wandeling maakten in het kuuroord Teplitz, zagen zij op hun pad de complete Oostenrijkse keizerlijke familie naderen. Goethe nam zijn hoed af en stelde zich terstond eerbiedig terzijde op, tot ongenoegen van Beethoven. De eigenzinnige componist drukte zijn hoed vaster op het hoofd en banjerde dwars door het gezelschap heen. Prinsen en lakeien gingen opzij. Aartshertog Rudolf, een van zijn leerlingen, nam voor Beethoven zijn hoed af. De keizerin begroette hem. Goethe stond ondertussen alleen maar diep te buigen en Beethoven maakte hem later verwijten over zijn serviliteit.

De anekdote is beroemd, al klopt hij niet helemaal. De keizerlijke familie was in augustus niet in Teplitz, aartshertog Rudolf was er zelfs het hele jaar niet. Beethoven was wel in juli in Teplitz, net als Goethe, die hij er een week lang dagelijks ontmoette. Het incident op het wandelpad was illustratief voor het verschil in hun karakters en de beide kunstenaars zagen elkaar daarna nooit meer. Beethoven beschreef zijn zelfbewuste, vrijgevochten gedrag aan Bettina von Arnim, die de ontmoeting met Goethe had gearrangeerd.

Vanwege de onjuistheden is de brief omstreden. Maar of alle feiten juist zijn of niet, doet nauwelijks terzake. Beethovens relaas zegt veel over zijn ideeën over macht, rangen en standen in de maatschappij in het begin van de 19de eeuw. Een kunstenaar hoefde volgens Beethoven niet opzij voor een keizer. Beethoven schreef later aan zijn muziekuitgever, dat om Goethe heen meer hoflucht hing dan betamelijk is voor een dichter.

Het ongenoegen met Goethe stamt uit de tijd dat Beethoven werkte aan Fidelio, een revolutionaire opera. Fidelio is gebaseerd op een waar gebeurde geschiedenis: een politieke gevangene die jarenlang zonder veroordeling is vastgehouden, wordt bevrijd door zijn trouwe vrouw en door een nette minister, die zich houdt aan de wet. Fidelio is een aanklacht tegen het machtsmisbruik onder het ancien régime van de 18de-eeuwse vorsten. En Fidelio is een manifest voor de nieuwe burgerlijke vrijheden van de 19de eeuw.

Tijdens het ontstaan van Fidelio, tussen 1803 en 1814, was het oorlog in Europa, de lange en gewelddadige nasleep van de Franse revolutie, die begon met de bestorming van de Bastille-gevangenis. Wenen werd twee keer bezet en gebombardeerd door de Fransen. Aanvankelijk had Beethoven sympathie en bewondering voor Napoleon en zijn republikeinse idealen. De `Eerste consul' was zijn held en Beethoven wilde de Derde symfonie `Eroica' aan hem opdragen.

Toen de republikein Napoleon zichzelf in 1804 tot keizer kroonde, was Beethoven woedend. ,,Hij zal alle rechten van de mens aan zijn laars lappen. Hij zal zich boven alle anderen willen verheffen en een tiran worden!'' Beethoven schrapte Napoleon zo krachtig uit de titelpagina dat er een gat in het papier van de partituur ontstond. Sindsdien was de republikein Beethoven een gefrustreerde republikein; vandaar zijn ergernis over Goethes onderdanigheid voor de keizerlijke familie. De volgzame Oostenrijkers bekeek hij al veel langer met groot cynisme: ,,Ik geloof dat zolang de Oostenrijker nog bruin bier en worst heeft, hij niet in opstand komt.''

De hoflucht rond de Duitser Goethe, dichter èn hoge ambtenaar aan het hof van Weimar, was niet alleen de bedompte lucht van binnen, in paleizen en troonzalen. Het was ook de oude lucht van de conventie, van het verleden, van de vorstelijke macht. Goethe had in 1808 nog met keizer Napoleon ontbeten bij een legerinspectie in Erfurt en kreeg het Legioen van Eer.

Vrije lucht

Beethoven zocht het nieuwe op, hij hield van het buitenleven, hij wandelde in weer en wind door Wenen en nog liever door het Wienerwald. Daar, in de vrije natuur, kwam de inspiratie voor Beethovens bevrijdende noten. Die frisse buitenlucht wordt in Fidelio hartstochtelijk bezongen door de gevangenen, als zij worden gelucht. `O, wat een genot, in open lucht weer vrij te kunnen ademen! Hier, alleen hier is het leven, die kerker is een graf.'

De vrije lucht staat voor de vrijheid die in 1789 was beloofd door de Franse revolutie, samen met de gelijkheid en de broederschap. Het realiseren van die leuze werd jaren later nog steeds in de weg gestaan door keizers: de Franse èn de Oostenrijkse. Maar een ware democraat was Beethoven allerminst, de kunstenaar stond boven het gewone volk. Hij had ook onvermijdelijk relaties met de adel, die de culturele elite van Wenen vormde. Hij schaamde zich niet daarvan te profiteren met chantage. Hij dreigde Wenen te verlaten en liet zich ompraten met de toekenning van een fors jaargeld.

De nog met gedempte vreugde gezongen ode aan de vrije lucht wordt in Fidelio gevolgd door een plots tetterende trompet. De triomfantelijke noten zijn het signaal dat de minister en daarmee de bevrijding eraan komt. Het maatschappelijk bewuste, eigentijdse politieke theater was geboren, en Beethovens trompetsignaal was daarvan hèt schallende symbool. Zoals de filosoof Ernst Bloch het later interpreteerde: het trompetsignaal luidde, net als bij het ineenstorten van de muren van het bijbelse Jericho, de verwoesting van de oude machten in. Het onvoorstelbare gebeurde eindelijk. `O Gott! Welch ein Augenblick!'

Beethovens maatschappelijke opvattingen blijken ook in veel van zijn andere muziek, als men ze tenminste wil horen. In Barenboims opname van Beethovens Zesde symfonie klinkt een echo van die trompet in Fidelio. In de slotmaten van deze arcadische Zesde (de `Pastorale') klinken twee hoorns. Aanvankelijk vallen ze nauwelijks op in deze zwoele, wellustig tevreden muziek. Maar geleidelijk aan krijgt hun klank een scherpere markering, een stralend karakter. Die oplichtende accentuering verheft het slotakkoord boven de pure muzikale esthetiek. In de lome, welgedane sfeer, klinkt opeens weer een signaal met een bijzondere betekenis.

Die verbinding tussen de Pastorale de lofzang op de paradijselijke natuur en Fidelio de lofzang op de door God gegeven vrijheid is niet zonder grond. De componist stelde rust en vrijheid op één lijn. In een opschrijfboekje dat Beethoven bijhield in de jaren 1812-1818 schreef hij: ,,Ruhe und Freyheit sind die grössten Güter.'

Ook het beroemde klopmotief, waarmee de Vijfde symfonie begint, kan men interpreteren als de klop op de deur van de alles verstikkende gevangenis van de oude tijd. Het klopmotief is dan een voorspelling van verandering, de aankondiging van een nieuwe tijd. Ook als het klopmotief, zoals gebruikelijk, een `noodlotsmotief' moet heten, dan staat aan het begin van de Vijfde het desastreuze lot van het verleden vast. Ook Goethe hoorde dat wel degelijk. Toen Mendelssohn hem in 1830 het eerste deel van de Vijfde voorspeelde, dacht hij bij de openingsnoten dat het huis kon instorten: opnieuw Jericho!

De muzikale dwarsverbindingen in Beethovens oeuvre zijn talrijk. Fidelio, Beethovens enige opera, is geen incident maar een werk dat past in het geheel. De thema's voor de eerste zes symfonieën, een aantal pianoconcerten en Fidelio ontstonden vaak door elkaar heen in de tien jaar na 1798. In 1808 culmineerde Beethovens onstuitbare componeren in een concert met de wereldpremières van de Vijfde symfonie, de Zesde symfonie, het Vierde pianoconcert en de Chorfantasie, `de kleine Negende'. En dan klonk ook nog de concertaria Ah, perfido! De woedende toon herinnert sterk aan Abscheulicher, wo eilst du hin? in Fidelio.

De Negende symfonie (1824) eindigt met het Alle Menschen werden Brüder op de tekst van Schillers Ode an die Freude. De tekst is te verstaan als een ode aan een paradijselijke wereld, gedragen door menselijkheid en vrijheid. Leonard Bernstein verving in de zangtekst zelfs het woord `Freude' door `Freiheit', toen hij de Negende symfonie dirigeerde in Berlijn na het vallen de muur.

Napoleon

Beethovens politieke actualiteit bleek het sterkst in 1814. Toen kwam na de verbanning van Napoleon naar Elba, het Weense congres bijeen in Beethovens woonplaats. De derde versie van Fidelio was in dat voorbarige vrijheidsjaar eindelijk een groot succes. Napoleon zou nog van Elba ontsnappen en moest nog definitief worden verslagen bij Waterloo. Beethoven vierde de voorlopige overwinning op Napoleon bij Waterloo met Wellingtons Sieg. En voor het Weense Congres componeerde hij de cantate Der glorreiche Augenblick.

De 24 minuten durende cantate is de apotheose van het `Welch ein augenblick' uit Fidelio, maar bleef later onuitgevoerd. Pas vier jaar geleden verscheen bij Koch een cd-opname. Het werk is immers te gênant voor Beethoven: het markeert zijn draai van rebel tot ceremoniemeester van de heersende klasse.

De holle tekst van de Weense chirurg Weissenbach, net zo doof als Beethoven zelf, is typerend voor de geest van de tijd: de restauratie van de oude vorsten en hun regimes. Met Napoleon is ook het gedachtengoed van de Franse revolutie verslagen. Der glorreiche Augenblick voert een koor van dankbare volkeren op, verheerlijkt de keizersmantel met zes kronen, bejubelt het gekroonde Wenen, de koningin der steden, de gastvrouw van de heersers die samen met de Oosterijkse keizer een eeuwig verbond zullen sluiten voor de opbouw van een nieuw Europa.

Beethovens nieuwe Europa werd onder supervisie van de keizer gewoon weer het oude Europa. In Der glorreiche Augenblick buigt Beethoven eindelijk voor de keizer en salueert hij, net als Goethe, terzijde van de weg der geschiedenis.

`Fidelio' van L. van Beethoven door de Nationale Reisopera o.l.v. Jaap van Zweden. Regie: Monique Wagemakers. 31 aug t/m 8 sept. Twentse Schouwburg Enschede. Tournee: 1 t/m 23 juni 2002.

[streamliners] Beethoven banjerde dwars door het gezelschap heen. Prinsen gingen opzij

`Zolang de Oostenrijker bruin bier en worst heeft, komt hij niet in opstand'