Britse politiek maakt karikatuur van Europa

De Britse staatssecretaris van Europese Zaken, Peter Hain, wil dat politici en journalisten in zijn land minder kinderachtig doen over de euro. Volgens hem zullen Britten spoedig ,,wennen aan de mysterieuze, bedreigende euro'.

Even werd gevreesd voor de carrière van Peter Hain. De Britse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken voor Afrika en voormalig anti-apartheidsactivist verdween bij de reshuffle na het gedwongen vertrek van Peter Mandelson, begin dit jaar, naar het ministerie van Handel. Tony Blair vond Hains gebleken afkeer van het Amerikaanse plan voor een raketschild een te groot risico voor de transatlantische betrekkingen, was een veelgehoorde verklaring.

Nonsens, zei Hain destijds tegen degenen die dachten dat hij zijn uiterste houdbaarheidsdatum had bereikt. Gisteren zei hij het smakelijk nog eens. In een donkerblauwe fauteuil van het Foreign Office, waar hij na de verkiezingen in juni is teruggekeerd met een streep erbij, als staatssecretaris voor Europese Zaken. In die hoedanigheid komt Hain (1950) maandag nader kennismaken in Den Haag met zijn tegenvoeter Dick Benschop, diens baas Jozias van Aartsen en met Ad Melkert van de Dutch Labourparty.

Op de dag dat de Europese Centrale Bank voor het eerst de nieuwe eurobiljetten toonde, stond Hain met hetzelfde omstreden onderwerp op Britse voorpagina's. Aanleiding was een stuk in het weekblad Tribune, een podium van de Labour-linkerflank, waarin hij zegt dat het Verenigd Koninkrijk de beslissing om toe te treden tot de ,,oprukkende' euro ,,niet eindeloos kan uitstellen'. De euro is een ,,logische ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt, waaraan behoefte is', aldus Hain.

Hoewel premier Blair en minister Gordon Brown (Financiën) nog gemengde signalen geven, warmt Hain het land op voor een referendum, mogelijk al in de herfst van volgend jaar, luidt meer dan een commentaar. En het kán een verklaring zijn voor zijn verrassende terugkeer naar het Foreign Office. De zelfverklaarde ,,Eurofiel noch Euroscepticus', die voor het Britse EU-lidmaatschap stemde in het referendum van 1975, maar als parlementariër tegen het akkoord van Maastricht (1992), zou wel eens een geloofwaardige figuur kunnen zijn om de euro aan de weifelende Britten te verkopen.

,,Dat moeten anderen beoordelen', zegt hij voorzichtig. ,,Ik voel me in elk geval geen little Englander maar een Europeaan en ik wil het niveau van het Britse debat minder kinderachtig maken. De media en de politici bewijzen onze burgers daarmee geen dienst.'

Hain ontkent dat zijn uitlatingen een politieke koerswijziging inhouden. ,,Ik wilde alleen zeggen dat de Britten zullen wennen aan de mysterieuze, bedreigende euro', zegt hij. ,,Miljoenen zullen op vakantie in Spanje de euro in hun handen voelen, ze zullen munten zien met koningin Beatrix aan de ene en het euroteken aan de andere kant en ontdekken dat andere Europeanen geen wisselkosten meer hoeven te betalen. Dat zal de discussie op gang helpen, maar niet de beslissing forceren, die we zullen nemen op de tijd die ons goeddunkt.'

Of dat binnen de komende vijf jaar is, de periode waarvoor Blair is herkozen, kan Hain niet zeggen. ,,Zulke deadlines zijn kunstmatig, we zullen alleen rekening houden met wat in ons economisch belang is. We moeten dit voorzichtig, berekenend en verantwoordelijk doen, ook om een referendum te kunnen winnen, dat de meeste eurolanden overigens niet hebben gehouden.'

Een meerderheid van de Britten is tegen de euro en sowieso bang voor de tentakels van een `superstaat' op het vasteland. Tegelijkertijd geeft een kwart van de Britten in opiniepeilingen toe ,,niets' te weten over het Europese bestuur dat te ver van ze afstaat. Dat is de schuld, zegt Hain, van Britse politici ,,die de burgers de karikatuur voorhouden dat je minder Brits wordt als je Europeser wordt'. Maar de EU moet ook de hand in eigen boezem steken. Om `echt' te worden zouden Europese leiders en technocraten hun jargon en het ,,obsessieve institutionele prutsen' moeten afschaffen, betoogt Hain. Want zo wekken ze de indruk alleen tegen zichzelf te praten. ,,Het debat moet gaan over praktische zaken als vrede, voorspoed en beter milieu waaraan de EU werkt.'

De BBC entameert op het web en in de ether al langer zulke debatten, met onderwerpen als `Moet Europa net als Frankrijk de 35-urige werkweek invoeren?' of `Zou er een Europese stemplicht moeten komen'. Hain gelooft dat de overheid een soortgelijke taak heeft om – zoals de Finse premier Erkki Tuomioja onlangs vroeg – `het wij terug te brengen in de politiek'. Maar hij erkent dat het moeilijker is om een algemeen publiek te bereiken dan de specialisten voor wie politici meestal spreken. ,,Als je in een gemiddeld Brits gemeentehuis aankondigt dat [minister van Buitenlandse Zaken] Jack Straw en Peter Hain over Europa komen praten, komen er misschien twaalf man en een hond – dat is het probleem.'

Niettemin heeft de EU veel uit te leggen. Over globalisering, bijvoorbeeld, zegt de staatssecretaris. Globalisering is een fact of life, dat je niet kunt stoppen, maar wel moet managen om te zorgen dat de voordelen ervan – samenwerking, handel, communicatie – iedereen bereiken en niet één groep wereldburgers.

,,Ik begrijp wat degenen beweegt die tegen globalisering demonstreren, omdat we er niet in slagen om exact uit te leggen wat we doen om deze grote kracht te temmen, zodat de armen en het milieu worden beschermd en zodat de gemiddelde burger het gevoel heeft dat er naar zijn stem wordt geluisterd. In die zin kan het trauma van [de rellen in] Gotenburg en Genua het effect gehad hebben dat we dat nu beter beseffen.'

Vorige maand zei Hain dat de Britten als `praktische Europeanen' ,,van Europa moeten krijgen what they damn well please'. Wat hebben de Britten Europa te bieden? ,,Well, we zijn een Europese macht en een van de grootste economieën ter wereld, dus we kunnen bijdragen aan de Europese welvaart en cultuur, we hebben ideeën over politieke en economische hervorming en modernisering. Mijn opmerking was overigens vooral bedoeld om de gemiddelde Brit meer zelfvertrouwen over Europa te geven. En praktisch betekent iets anders dan pragmatisch, want dat suggereert opportunisme. Wij willen principieel dat Europa in de praktijk `werkt'. Want als Europa daar niet voor is, waarvoor dan wel?'