Ab Baars

`Indianenmuziek', wat stelt men zich daarbij voor? Gevederde wilden die ondersteund door trommelaccenten ritueel in de rondte dansen om regen en krijgsgeest op te wekken? Dan zit men bij rietblazer Ab Baars niet helemaal goed, al staat er op Songs een liedje getiteld `Jeux' waar best koddig op te hupsen valt, al ontbreekt uitgerekend hier de trommel.

Baars las The Indians Book van Natalie Curtis, vond cd's met muziek van de `native Americans' en liet er vervolgens vrijelijk zijn fantasie op los. Met nog drie composities van anderen erbij, waaronder het beroemde `Cherokee' van de Brit Ray Noble, groeide het gaandeweg tot een project. Het vorig jaar met bassist Wilbert de Joode en drummer Martin van Duynhoven vastgelegde resultaat varieert van uiterst delicaat tot buitengewoon heftig en refereert qua klankbeeld en intensiteit aan het beste van het legendarische trio van wijlen saxofonist Albert Ayler. Dat er van epigonisme echter geen sprake is, is behalve aan Baars' zeer eigen toon en timing te danken aan zijn triogenoten met wie hij al tien jaar samenspeelt. Er staat op deze cd geen enkel slecht stuk maar `Maliseer Love Song' en `Aotzi No-otz' zijn wel uitzonderlijk prachtig.

Op Four, in '98 opgenomen in het Amsterdamse BIMhuis heeft het trio Roswell Rudd te gast en dat scheelt nogal wat de ambiance betreft. Deze Amerikaanse trombonist (1935) viert op deze `live'-cd namelijk zo hevig zijn tweede jeugd dat je je regelmatig afvraagt wat hij die avond consumeerde. De mooiste muziek staat halverwege deze cd. Met name `Truisch' en `Song', allebei van de hand van Baars, zijn stukken om vaak en met plezier te draaien.

Ab Baars Trio: Songs (Geestgronden 22). Idem + Roswell Rudd: Four (DATA 012). Distr. BVHAAST