Wijs, maar zonder veel alternatieven

Zonder tegenkandidaat schuift Kok kroonprins Melkert naar voren als partijleider. De PvdA schijnt het dit keer te slikken.

Geheel autonoom had hij zijn besluit genomen, benadrukte Wim Kok gisteren keer op keer tijdens de persconferentie in Amsterdam waarop hij zijn vertrek als leider van de PvdA (na vijftien jaar) en premier (volgend jaar, na bijna acht jaar) bekend maakte. De aanwezige PvdA-coryfeeën prezen zijn wijs besluit, zonder aan te geven of ze het zelf misschien anders hadden gewenst.

Het was de 62-jarige Kok aan te zien dat de aankondiging van zijn vertrek hem niet geheel onberoerd liet. Even tevoren, toen Kok in een andere ruimte van hetzelfde gebouw, Felix Meritis, het partijbestuur van zijn langverwachte stap op de hoogte had gesteld, was er ook al bij menigeen sprake geweest van een brok in de keel, vertelde partijvoorzitter Ruud Koole. Maar al te zeer had de emotie niet de overhand kunnen nemen, ,,want iedereen wist dat Kok na een kwartiertje naar beneden moest voor de persconferentie''.

Koole had veel werk om journalisten uit te leggen dat hij – zelf voorzitter van de PvdA geworden als tegenkandidaat voor een door de partijtop gedropte kandidaat – zich nu warm voor de verheffing van Melkert tot nieuwe partijleider uitspreekt, zonder tegenkandidaten in zicht. De benoeming van Melkert op een partijcongres op 15 december lijkt nog slechts een formaliteit.

Kok zelf werd in zijn persconferentie niet moe Melkert te prijzen als een uitstekende, voortreffelijke kandidaat voor zijn opvolging, die over intellectuele diepgang beschikt, de afgelopen jaren `enorm' in zijn rol gegroeid is en mensen om zich heen weet te verzamelen.

Aan een belangrijke overweging voor die grote stelligheid en dít moment van Koks vertrek refereert Kok in zijn brief aan het partijbestuur: een jarenlange, van conflicten zwangere kroonprinsendans rond een leider die maar geen afscheid kan nemen, moet worden voorkomen. De drama's rond het vertrek van zijn eigen voorganger, Joop den Uyl, staan Kok kennelijk nog helder voor de geest.

Het gevoel van politieke opportuniteit heeft het bij Kok gewonnen van een zekere wroeging: ,,Ik ben eigenlijk zo opgevoed, dat zolang je bruikbaar en inzetbaar bent, je er eigenlijk niet mee mag stoppen''. Vooral niet wanneer je, zoals Kok over zichzelf zei ,,veel vertrouwen in de bevolking geniet''.