VS en Europa moeten samen de mondiale toekomst vormgeven

Hoe meer Europa en Amerika zich hetzelfde gaan gedragen, hoe vervelender we het vinden en hoe vervelender we elkaar vinden. Toch staan beide continenten voor een gezamenlijke uitdaging die de wereld als geheel ten goede moet komen, meent Dominique Moïsi.

De Europeanen hebben geen hoge dunk van George W. Bush. De oude wereld kijkt neer op de neiging tot unilateralisme van de Amerikaanse president en is wars van het ongelijke bondgenootschap met een militaristisch Amerika dat bezeten is van schurkenstaten en massavernietigingswapens. Dan ligt de slotsom voor de hand dat Europa en de VS gaandeweg uit elkaar groeien. Maar de werkelijkheid is minder rechtlijnig.

Amerika en Europa blijven verenigd door wezenlijke gemeenschappelijke belangen, maar ze hebben uiteenlopende gevoelens. Ze hebben verschillende angsten en geen gezamenlijke dromen.

Natuurlijk overheersen nog altijd de gemeenschappelijke belangen. Ondanks de bereidheid om een grotere rol te spelen op veiligheidsgebied, zouden de Europeanen zich zonder de VS bedreigd en kwetsbaar voelen. En ook al zijn ze niet bereid het toe te geven, zonder Europa zouden de Amerikanen zich waarschijnlijk heel eenzaam voelen. Europa en de VS vormen het grootste gebied ter wereld waar veiligheid, democratie, vrede en welvaart heersen. In een snel veranderende wereld zijn de VS en Europa weliswaar zelf een belangrijke factor bij die verandering, maar ze zijn toch vooral machten van de status quo, werelddelen die hoofdzakelijk belang stellen in het behoud van hun geneugten. Dit leidt tot een natuurlijk conservatisme, dat binnen sterk materialistische maatschappijen geen prikkel vormt tot het ontstaan van gemeenschappelijke dromen.

Wat hun angsten – of zelfs nachtmerries – betreft, lopen de Europeanen en Amerikanen steeds meer uiteen. De gedeelde bedreiging door de Sovjet-Unie vormde een uniek bindmiddel, dat niet zo gemakkelijk te vervangen is. Naast de geografische nabijheid van het Sovjetrijk bestond in Europa de historische herinnering aan de Russische expansionistische traditie. In 1814 trokken Russische troepen door de straten van Parijs, waar ze beter werden onthaald dan de Franse troepen twee jaar daarvoor in Moskou waren begroet. De Franse nationalisten werden op dat moment een beetje moe van de dure avonturen van Napoleon.

Op den duur wordt China een strategische rivaal, maar die zal voor de transatlantische betrekkingen waarschijnlijk nooit te vergelijken zijn met de Sovjet-Unie. Voor de meeste Europeanen is China vooral een verleidelijke markt. Als mogendheid is het voor hen te abstract en vooral te ver om als een bedreiging te worden gevoeld.

De Europeanen, de voormalige imperialistische mogendheden, reageren steeds regionaler, terwijl de VS zich, vooral wat China betreft, als de eerste werkelijke wereldmacht uit de moderne geschiedenis gedragen. De Amerikaanse beleidsmakers mogen zich nog altijd afvragen of de VS zich wel als imperialistische mogendheid dienen te gedragen, maar de meeste Amerikanen zouden hun onmiskenbare trots op hun unieke internationale status niet graag gelijkstellen aan werkelijke verantwoordelijkheid, kosten en te nemen risico's. Gesteld kan worden dat Amerika steeds meer zijn internationale verantwoordelijkheden neemt, van het Midden-Oosten tot de Balkan, zoals de Europeanen het doen, met tegenzin, door te elfder ure tussenbeide te komen als al een oplossing ophanden is.

Militaire interventie is lang niet het enige terrein waarop te zien is dat de VS een europeaniseringsproces doormaken. Van het uitgebreid gevoerde debat over de doodstraf tot de verschuivende meningen over genetisch gemanipuleerd voedsel, worden de invloed en de onderlinge afhankelijkheid steeds meer tweerichtingsverkeer. De amerikanisering van de wereld en de europeanisering van de VS zijn twee aspecten van de mondialisering.

Maar doordat een verschil bestaat tussen onze culturen, onze historische en maatschappelijke tradities, en doordat ons relatieve gewicht ons uit elkaar trekt, brengt het feit dat we elkaar grondiger en uiteenlopender beïnvloeden dan ooit in het verleden, Europa en de VS niet tot elkaar.

Claude Levy-Strauss, de grote Franse antropoloog, beschreef tientallen jaren geleden in zijn vermaarde boek Tristes Tropiques hoe mensen uit geheel verschillende culturen wars zijn van hun verschillen als ze elkaar voor het eerst ontmoeten. Vijandigheid wint het van nieuwsgierigheid. In een heel ander kader is op dit moment sprake van eenzelfde patroon in de transatlantische betrekkingen.

Hoe meer Europa en Amerika zich hetzelfde gaan gedragen, hoe vervelender we het vinden en hoe vervelender we elkaar vinden. De Europeanen hebben een hekel aan iets wat ze als een inbreuk van buitenlandse denkbeelden en gedragspatronen op hun traditionele eigenheid ervaren. Hoe meer de Fransen zich bijvoorbeeld kleden als de Amerikanen, Amerikaans voedsel eten, dansen op Amerikaanse muziek – in werkelijkheid ligt dat allemaal veel dichter bij de wereldcultuur dan bij de Amerikaanse cultuur, maar hoe dan ook – hoe meer ze de neiging hebben te verdedigen wat ze omschrijven als hun culturele uitzonderlijkheid.

De verwijdering van de VS is nog opvallender in Duitsland, omdat het op grote schaal een nieuw verschijnsel is. Naarmate het zelfvertrouwen van Duitsland groeit, wordt het centraler voor Europa en valt des te minder te verwachten dat het zich, zoals van oudsher, gedraagt als de beste leerling van de Atlantische klas. Dit nieuwe Duitsland voelt zich niet meer gehinderd door zijn verleden als het uit naam van Europa diplomatieke druk op het Midden-Oosten uitoefent. Het profiteert van het vertrouwen dat het onder beide strijdende partijen geniet, een invloed waar Frankrijk niet meer over beschikt. Dit nieuwe Duitsland is ook moreel verontwaardigd over de kennelijke arrogantie waarmee Amerika milieuzorgen, zoals de opwarming van de aarde, benadert. Voor het merendeel van de jonge Duitsers is George W. Bush de hoofdvervuiler van de aarde.

Amerika en Europa moeten gaan nadenken over hun traditie van verbondenheid en onenigheid in een nieuwe culturele omgeving die wordt beheerst door het samengaan van talrijke en strijdige identiteiten. Hoe meer we op elkaar lijken, hoe eerder we onze verschillen zullen beklemtonen.

De transatlantische crisis is realiteit en dient als zodanig te worden erkend, teneinde de politieke wil te vinden er met succes iets aan te doen. Maar die poging is wel de moeite waard: verlegging van de grenzen der democratie, vrede en stabiliteit naar Oost-Europa en de wereld als geheel; waarborging dat Rusland of zelfs China geen gevaarlijker weg volgen – dit zijn taken die de VS en Europa op den duur alleen gezamenlijk kunnen verrichten.

Dominique Moïsi is adjunct-directeur van het Institut Français des Relations Internationales te Parijs.