Traag in ontwikkeling

Nederlandse werkgevers hebben zich de laatste zes jaar hard moeten inspannen om goed personeel binnen te halen. Werknemers zijn kieskeuriger geworden en zijn andere eisen gaan stellen. Een baan moet tegenwoordig meer bieden dan een goed salaris en voldoende carrièremogelijkheden. Werknemers willen ruimte voor hun persoonlijke leven; na de vrouwen ontdekken ook de mannelijke hogeropgeleiden de geneugten van de deeltijdbaan.

Dat er in de bouw veel werk is, kan iedereen zelf eenvoudig constateren. Woonhuizen, kantoorpanden, snelwegen en tunnels, door heel Nederland wordt de laatste jaren driftig gebouwd en verbouwd. De verwachting is dat die trend voorlopig zal doorzetten, al is het alleen maar omdat de projecten vaak vele maanden tot jaren in beslag nemen. De arbeidsmarktperspectieven in deze sector zijn ongekend goed, zowel voor het uitvoerend personeel op de bouwplaats als voor het midden- en hoger kader.

Wie op zoek is naar een stabiele werkomgeving, kan in de bouw prima terecht; wie een baan wil waarin veranderingen snel worden opgepikt, kan beter zijn heil zoeken in een andere bedrijfstak. De bouw is een traditionele, nogal behoudende sector, waar bijvoorbeeld nieuwe managementinzichten of geavanceerde ICT-toepassingen vaak met een flinke vertraging worden opgepikt. Voor een deel komt dat omdat de sector bestaat uit heel veel kleine en middelgrote bedrijven en maar een paar grote ondernemingen, zoals HBG, Ballast Nedam en Volker Wessels Stevin. Een andere verklaring is dat de bouw een zeer binnenlands gerichte bedrijfstak is, zonder veel druk van buitenlandse concurrenten: enige uitzondering zijn de grote infrastructurele projecten, maar zelfs daar doet meestal ten minste één Nederlandse partner mee.

Vooral de grote bouwondernemingen realiseren zich inmiddels wel dat technische capaciteiten alleen niet meer voldoen. Daarom probeert men de laatste jaren zowel in het midden- als het hoger kader mensen binnen te halen met gevoel voor marketing en financiën. Dat verloopt echter langzaam. Hetzelfde geldt voor de komst van vrouwen, zo blijkt uit de site van het Bouwradius Servicepunt vrouwen in de bouw: vorig jaar beschikte de branche bijvoorbeeld over vijf vrouwelijke metselaars, en nul vrouwelijke managers.