Tampa slachtoffer van onduidelijk zeerecht

Een Noors containerschip met ruim 400 vluchtelingen aan boord is geweigerd door Australië. Het schip lijkt het slachtoffer van onduidelijke regelgeving in de scheepvaart.

Mary Robinson, de VN-commissaris voor de Rechten van de Mens, heeft vandaag gezegd dat Australië in strijd handelt met het VN-Verdrag voor de mensenrechten omdat het de ruim vierhonderd vluchtelingen aan boord van het Noorse schip de Tampa niet aan land laat gaan. Het Noorse containerschip bevindt zich momenteel in de territoriale wateren van Australië. Ook Noorwegen dringt erop aan dat Australië ,,zijn verantwoordelijkheid neemt'': ,,Naar onze mening hebben we het internationale recht aan onze kant'', verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Thorbjörn Jagland gisteren. Hij wees erop dat het VN-vluchtelingenverdrag specifiek bepaalt dat vluchtelingen die zich op zee bevinden onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde haven gebracht moeten worden.

Volgens de Noorse rederij Wallenius Wilhelmsen, eigenaar van de Tampa, heeft de kapitein de vluchtelingen aan boord gehaald nadat de Australische kustwacht daarover contact had opgenomen. Toen de Tampa echter door wilde varen naar Christmas Island in de Indische Oceaan om de vluchtelingen daar aan land te zetten, weigerde Australië het schip toegang tot de Australische territoriale wateren.

De kapitein heeft dat verbod genegeerd, maar mag nog steeds niet aanmeren in de haven van Christmas Island. Volgens hem hebben veel passagiers dringend medische hulp nodig en is zijn schip niet langer zeewaardig.

De Australische premier John Howard stelt dat de vluchtelingen in internationale wateren aan boord van het Noorse schip zijn gekomen, en dat ze toen meteen naar de dichtstbijzijnde haven gebracht hadden moeten worden. Dat was op dat moment een haven in Indonesië. Toch voelt Howard zich juridisch kennelijk niet sterk genoeg in zijn schoenen staan om het schip terug naar internationale wateren te sturen. Gisteren probeerde hij vergeefs een noodwet door het parlement te krijgen, die Australië het recht zou geven om de Tampa onder dwang terug te sturen naar internationale wateren, desnoods zonder medewerking van de kapitein. De wet stuitte echter op verzet van de Senaat.

Volgens de International Maritime Organization, een aan de VN-gelieerde organisatie die advies verstrekt aan rederijen, is het moeilijk vast te stellen of Australië onwettig heeft gehandeld, omdat de wetten en verdragen die betrekking hebben op het internationale zeerecht zo onduidelijk zijn. Iedere rederij heeft de verplichting om hulp te bieden aan schepen die op zee in de problemen zijn geraakt. Het verdrag dat dat bepaalt, werd bekrachtigd in 1914, twee jaar na het zinken van de Titanic. Schepen reageerden destijds niet snel genoeg op noodsignalen.

Uit maritieme hoek is gewaarschuwd dat er gevaarlijke precedenten bestaan waarbij schepen hun plicht ontdoken. Eind jaren tachtig probeerden veel Vietnamezen per boot de politieke vervolging in hun land te ontvluchten. Hun schepen waren zelden zeewaardig, maar de bootvluchtelingen werden door andere schepen doorgaans aan hun lot overgelaten. Veel vluchtelingen zijn bij zwaar weer verdronken.

In 1989 kreeg de Amerikaanse marinekapitein Alexander Balian een reprimande van een militaire rechter wegens nalatigheid. Balian had geen hulp verleend aan Vietnamese bootvluchtelingen, die hun toevlucht tot kannibalisme hadden gezocht om te overleven. Gevallen als deze hebben ertoe geleid dat de VN-Vluchtelingenorganisatie met specifiekere richtlijnen is gekomen.

Jim Davis van het International Maritime Industries Forum, een overkoepelende organisatie van rederijen, zei gisteren dat zijn sympathie vooral ligt bij de kapitein van de Tampa. Hij wees erop dat de vluchtelingen mogelijk bewust misbruik hebben gemaakt van de ,,broederschap op zee'' waartoe scheepsbemanningen verplicht zijn.