Meer dan hard werken

Nederlandse werkgevers hebben zich de laatste zes jaar hard moeten inspannen om goed personeel binnen te halen. Werknemers zijn kieskeuriger geworden en zijn andere eisen gaan stellen. Een baan moet tegenwoordig meer bieden dan een goed salaris en voldoende carrièremogelijkheden. Werknemers willen ruimte voor hun persoonlijke leven; na de vrouwen ontdekken ook de mannelijke hogeropgeleiden de geneugten van de deeltijdbaan.

De advocatuur is naarstig op jacht naar jong talent. De vraag is groot, terwijl het aanbod van geschikte rechtenstudenten steeds meer afneemt. Uit het jaarlijkse onderzoek De stand van de advocatuur blijkt dat advocatenkantoren samen ieder jaar zevenhonderd extra krachten nodig hebben. Omdat er jaarlijks ook zo'n driehonderd juristen de advocatuur verlaten, moeten er in totaal ruim duizend mensen instromen. Dat betekent volgens de onderzoekers dat een op de drie jonge juristen voor de advocatuur moet kiezen. En dat terwijl het aantal rechtenstudenten al jaren aan het dalen is. Op dit moment beginnen zo'n vijfduizend schoolverlaters aan een studie rechten – tien jaar geleden was dat nog de helft meer, zo schrijft de Keuzegids Hoger Onderwijs in de editie 2000-2001.

Dat er nu moeite gedaan moet worden om mensen binnen te halen (en te houden) is voor de kantoren nogal slikken. Het personeelsbeleid bij de meeste kantoren was eenvoudig: in de eerste tien, vijftien jaar moest je als advocaat hard werken voor weinig geld, waarna je hopelijk werd opgenomen in de maatschap en het grote geld kon binnenstromen.

Dat systeem begint nu in zijn voegen te kraken. Beginnende advocaten stellen andere eisen aan het werk: willen sneller carrière kunnen maken en/of de mogelijkheid krijgen om de baan te combineren met de zorg voor kinderen. De branche begint daar schoorvoetend op in te spelen: de grote kantoren schermen met studiereizen naar de VS of naar Londen, de kleinere kantoren proberen sollicitanten te lokken met de belofte van een creatieve werksfeer en een flexibele werkweek.