Kok gaat...

Het hoge woord is eruit. Wim Kok vertrekt. Omdat, zoals hij zelf schrijft in zijn brief aan het partijbestuur van de Partij van de Arbeid, uitstel van het onvermijdbare aan partij en persoon uiteindelijk alleen maar schade doet. Kok heeft ruim de tijd genomen voor zijn besluit. Speculaties over zijn mogelijke vertrek begonnen in mei van het vorige jaar toen hij in een vraaggesprek had laten doorschemeren mogelijk aan zijn laatste periode bezig te zijn. Sindsdien hebben behalve Kok zelf vooral ook vele anderen voor hem gedacht. Niet de minsten, te denken valt bijvoorbeeld aan de Duitse bondskanselier Schröder, adviseerden Kok er nog niet mee op te houden. Kok heeft desalniettemin gedaan wat maar weinigen kunnen: stoppen op het hoogtepunt. Dat is zonder meer een moedig besluit.

Te prijzen valt ook de correcte wijze waarop Kok zijn vertrek uit de politiek kenbaar heeft gemaakt: ruim voor de verkiezingen. De recente Nederlandse parlementaire geschiedenis kent te veel voorbeelden van politieke leiders (Bolkestein, Van Agt) die het vlak na de verkiezingen voor gezien hielden. Kok heeft echter gekozen voor de zuivere weg. Een weg die zijn partij een immens probleem bezorgt. Een PvdA zonder lijsttrekker Kok zal het in de strijd om de kiezer zwaar krijgen.

Daar staat tegenover dat wanneer Kok was doorgegaan, het opvolgingsprobleem alleen maar naar voren was geschoven. Waar dat toe kan leiden is pijnlijk duidelijk geworden ten tijde van het leiderschap van Koks voorganger in de PvdA, Den Uyl. Die kon geen afscheid nemen, terwijl zijn naaste politieke omgeving ervan overtuigd was dat het moment van vertrek allang was aangebroken. Kortom, ook in de kwestie van de eigen opvolging toont Kok zich een effectiever politicus dan zijn voorganger.

De PvdA raakt haar leider kwijt, Nederland zijn minister-president. Zeker is dat er geen derde kabinet Kok meer zal komen. Kok kan straks terugkijken op twee succesvolle regeerperiodes waarin de overheidsfinanciën op orde werden gebracht, de werkgelegenheid fors toenam, de welvaart groeide en een omstreden koninklijk huwelijk werd geplooid.

Achter de successtory zit echter ook een fors aantal onopgeloste zaken. Bij de minder conjunctuurgevoelige onderwerpen was het toch meer pappen en nathouden dan echt gedurfd beleid. Het gevolg is achterstanden in het onderwijs en de gezondheidszorg, een niet opgelost verkeersinfarct en een toenemend gevoel van onveiligheid bij de burger. De toekomstverkenningen voor een volgend kabinet, die Kok deze week met enige trots presenteerde, waren in feite een erfenis bestaande uit niet gerealiseerd beleid.

De bijdrage van Kok aan het landsbestuur was een uitgesproken Nederlandse: het moest allemaal gewoon en met mate. Ideologische vergezichten waren van hem niet te horen. Het is Kok vaak verweten, maar evenzeer zou kunnen worden gezegd dat hij wat dit betreft de tijdgeest goed heeft begrepen. De pragmatische aanpak gekenmerkt door een sociale markteconomie is immers niet uniek voor Nederland, maar inmiddels in heel West-Europa gemeengoed geworden.

Kok heeft onmiskenbaar een belangrijke rol gespeeld in de jongste verzoening tussen arbeid en kapitaal. Dat heeft hem statuur in Europa gegeven. Het is dan ook vooral daar waar hij straks zal worden gemist. In het Europese politieke krachtenveld waar de informele netwerken een steeds belangrijker rol gaan spelen, heeft Kok een positie weten op te bouwen die ver uitstijgt boven de grootte van Nederland. Die plek is Nederland straks kwijt.

Kok heeft besloten. Bij politiek leiderschap hoort het vermogen de fakkel tijdig over te dragen, zei hij gisteren op zijn persconferentie. Kok heeft inderdaad het goede moment gekozen. Met een begrotingsoverschot, krapte op de arbeidsmarkt en een anders opererende overheid verschilt de politieke agenda van nu hemelsbreed met die uit 1986 toen Kok het leiderschap van de PvdA overnam. Het is verstandig dat hij de uitvoering van deze agenda aan een ander wil overlaten.