Jeugddroom kan keurslijf worden

Veel kinderen willen piloot worden. Maar wat als de studie is afgerond en vliegen opeens toch niet zo aantrekkelijk meer is?

Tobben over de beroepskeuze begint niet pas bij het verlaten van de middelbare school. De keuze van een bepaald profiel (in het huidige studiehuis de opvolger van het vakkenpakket) dwingt tieners al na te denken over hun arbeidzame toekomst. Al veel eerder zelfs, als kleuter, behoort `wat wil ik later worden' tot de standaardlevensvragen van die leeftijd.

De voorkeuren van een kleuter gaan meestal uit naar praktische, concrete beroepen: piloot, dokter of juf – de enkeling die zegt: `Iets in Jurassic Park' daargelaten. De schoolverlater heeft het minder gemakkelijk. Die moet ook studies overwegen waarvan het uiteindelijke beroep nog helemaal niet vaststaat, zoals communicatiewetenschappen of sociologie. Voor de één een aangenaam `uitstel van executie', voor de ander een demotiverende onzekerheid.

Michel Ooms, van het gelijknamige psychologisch adviesbureau in Rotterdam, begeleidt jongeren die voor de keuze staan. Vaak denken ze dat een gespecialiseerde opleiding betere kansen op de arbeidsmarkt geeft. ,,Jongeren van nu zijn daar bewust mee bezig. Met de huidige beperkte studietijd is switchen tussen studies niet meer eindeloos mogelijk.'' Maar kiezen voor een beroepsgerichte opleiding heeft ook een risico: wie op zijn achttiende kiest voor een opleiding tot piloot of arts heeft op het eerste gezicht weinig uitwijkmogelijkheden.

Student medicijnen Jojanneke (23) vindt dat een beklemmend gevoel. Van jongs af aan wilde ze arts worden, maar de praktijk bleek niets te maken te hebben met het heldhaftige mensenredden van televisiedokters in E.R. Na een halfjaar co-schappen lopen besloot ze onlangs haar studie tijdelijk te staken. ,,Arts worden was een jeugddroom. En geen mens die dan tegen een kind zegt: `Is dat nou wel verstandig?' Ik kon goed leren en werd meteen ingeloot, dus er is geen enkel moment geweest waarop ik werd gedwongen nog eens kritisch na te denken. Nu pas realiseer ik me dat ik wel culturele antropologie had willen studeren, of iets creatiefs.''

Jojanneke (om herkenning in het ziekenhuis te voorkomen, wil ze niet met haar volledige naam in de krant) heeft besloten haar co-schappen af te maken en zich daarna te oriënteren op een beroep in medisch onderzoek. ,,Als onderdeel van de studie deed ik onderzoek naar bindweefselvorming in de lever. Dát vond ik spannend, het prikkelde mijn brein. Arts zijn betekent: een hoge werkdruk, weinig aandacht voor patiënten, werken volgens protocollen. Ik was veel te idealistisch. Het is heel erg schrikken als je jeugddroom onrealistisch blijkt. Plots mis je die zekerheid die je al je leven lang hebt. Eigenlijk zou je niet op je achttiende moeten kiezen voor een beroep. Het zou verplicht moeten zijn te wachten tot je 25ste.''

Phil Jacobs van Adviesbureau Alpha Omega in Zeist doet aan studieadvies en loopbaanbegeleiding. Hij herkent Jojannekes relaas. ,,Een jeugddroom volgen is soms gevaarlijk. Kinderen horen van ouders: jij vindt paarden toch zo leuk? Word dierenarts! Dat wordt iets wat vaststaat, tot ze tijdens de studie ontdekken dat er nog zoveel meer is. De motivatie die ze jaren voor lief hebben genomen blijkt dan eigenlijk naïef te zijn geweest.''

Studieadviseur Ooms wijst er op dat de druk `het juiste beroep' te kiezen al eerder ontstaat. ,,Tegenwoordig heb ik zestienjarigen op gesprek die zeggen: `Ik heb het profiel Maatschappij en Gezondheid gekozen omdat ik dat het leukste vind, maar wat als ik later toch de bèta-kant op wil?' Vroeger lag het veel meer voor de hand dat je koos voor een pakket vakken waar je de hoogste cijfers voor haalde. Scholieren van nu zijn mondiger, willen ook doen wat ze leuk vinden. Heel goed, maar het maakt de zaak nu eenmaal gecompliceerder.''

Een andere belangrijke groep `twijfelaars' zijn studenten in of vlak na de propedeuse. Ooms: ,,Als ze iets anders zouden willen doen, moet het in deze fase van de opleiding. Het komt voor dat ze hun studie eigenlijk heel interessant vinden, maar er later toch niet hun beroep van willen maken.'' Ooms heeft met twijfelende cliënten een aantal gesprekken en geeft ze huiswerk mee, zoals het doen van een vacature-onderzoek.

,,Na bestudering van vacatures in de krant zien ze dat de huidige arbeidsmarkt over het algemeen niet meer vraagt om een gespecialiseerde opleiding, afgezien van sectoren als landbouw of chemie. Werkgevers vragen een bepaald opleidings- en denkniveau. Iemand die klinische psychologie heeft gestudeerd maar geen behandelend psycholoog wil worden, kan tegenwoordig ook het bedrijfsleven in, als consultant bijvoorbeeld. Het staat allemaal veel minder vast.''

Het levende voorbeeld daarvan is Sander Boerema (27), die een opleiding tot verkeersvlieger deed, maar projectleider bij een IT-bedrijf werd. Op zijn 21ste rondde hij zijn opleiding aan de internationale luchtvaartschool af en stond hij op een wachtlijst voor het maken van de benodigde ervaringsuren. Hij solliciteerde bij IT-bedrijven `om niet werkloos thuis te zitten'. ,,Ik merkte al snel dat ik dit veel interessanter vind dan de luchtvaart. In die sector kun je nauwelijks groeien. Dat je ooit captain wordt staat min of meer vast, als je maar aan een aantal voorwaarden voldoet, zoals voldoende vlieguren. In het bedrijfsleven tellen je prestaties en inzet mee. Je hebt je carrière in eigen hand.''

Toch baart zijn stap van de `avontuurlijke' luchtvaart naar de `saaie' IT-sector veel opzien. ,,Sommige mensen verklaren me voor gek. Die denken dat de luchtvaart glitter en glamour is. Maar in grote toestellen zet je vijf minuten na take-off de auto-pilot aan en daarna staar je acht uur lang alleen nog wat naar je metertjes.''

Net als medicijnenstudent Jojanneke bleek Sander de opleiding leuker te vinden dan de dagelijkse praktijk. Spijt heeft hij niet. ,,In de opleiding leer je meer dan vliegen: stressbestendigheid en omgaan met vaste patronen en daar als het nodig is juist van afwijken. Die zaken komen me nu goed van pas. Mensen in mijn directe omgeving hebben me altijd gesteund in deze keuze. Mijn moeder had ik niet gelukkiger kunnen maken. Die slaapt eindelijk rustig nu ze weet dat ik veilig aan de grond op een kantoor werk.''