Groei is er weer uit

Nederlandse werkgevers hebben zich de laatste zes jaar hard moeten inspannen om goed personeel binnen te halen. Werknemers zijn kieskeuriger geworden en zijn andere eisen gaan stellen. Een baan moet tegenwoordig meer bieden dan een goed salaris en voldoende carrièremogelijkheden. Werknemers willen ruimte voor hun persoonlijke leven; na de vrouwen ontdekken ook de mannelijke hogeropgeleiden de geneugten van de deeltijdbaan.

Werken in de financiële sector levert vaak meer op dan een aardig salaris. Wie in dienst is bij een bank of verzekeraar betaalt meestal minder rente op zijn hypotheek en kan vaak goedkoper verzekeringen afsluiten – extraatjes die snel vergeten worden, totdat de werknemer overstapt naar een andere branche. Dat doen ze dan ook niet vaak. Hetzelfde geldt voor veel werknemers bij verzekeraars: zelfs bankverzekeraar ING slaagt er nog steeds nauwelijks in om personeel over te plaatsen tussen de bank- en de verzekeringspoot.

In de eerste helft van de jaren negentig was de arbeidsmarkt in de bankensector niet erg rooskleurig: om het banenverlies te stoppen, gingen de banken akkoord met de invoering van een 36-urige werkweek (vier dagen van negen uur) voor alle werknemers, met een uitzondering voor werknemers op `essentiële' posities. In de praktijk krijgen de jonge beginners toch snel te horen dat een vierdaagse werkweek daarvoor niet genoeg is. Daar staat tegenover dat het voor vrouwen die het werk willen combineren met kinderen, veel gemakkelijker is geworden om een volwaardige baan te houden.

Sinds begin dit jaar kondigen financiële conglomeraten als ABN Amro, ING en Fortis weer grote reorganisaties aan. Vooral in de kantoororganisaties zullen veel arbeidsplaatsen worden geschrapt, maar het ligt in de lijn der verwachting dat ook een deel van het prille talent gevraagd wordt elders te gaan solliciteren.