Gewild bij vrouwen

Nederlandse werkgevers hebben zich de laatste zes jaar hard moeten inspannen om goed personeel binnen te halen. Werknemers zijn kieskeuriger geworden en zijn andere eisen gaan stellen. Een baan moet tegenwoordig meer bieden dan een goed salaris en voldoende carrièremogelijkheden. Werknemers willen ruimte voor hun persoonlijke leven; na de vrouwen ontdekken ook de mannelijke hogeropgeleiden de geneugten van de deeltijdbaan.

,,Vrouwelijke studenten vallen massaal voor de overheid'', zo meldde studentenorganisatie Aiesec begin juni naar aanleiding van hun jaarlijks terugkerend arbeidsmarktonderzoek. Uit de enquête (onder 1.100 aanstaande economen, juristen en bedrijfskundigen) komt naar voren dat bij vrouwen de topvijf van sollicatievoorkeuren op drie plaatsen wordt bezet door overheidsinstanties. Bij de mannelijke studenten ligt dat beeld anders: daar komt de eerste overheidsorganisatie pas op de zeventiende plaats. Ook vrouwen willen echter niet zomaar op een gemeentehuis of ministerie terechtkomen, zo blijkt uit de enquête: hun belangstelling gaat vooral uit naar internationaal georiënteerde overheidsinstanties, zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Europese Unie of de VN.

De Nederlandse overheid maakt zich zorgen over het gebrek aan animo onder hoogopgeleiden voor een baan in overheidsdienst. ,,En de overheid is nu juist sterk afhankelijk van het segment hoger opgeleiden. Meer dan 50 procent van het overheidspersoneel is hbo'er of academicus. Vooral in het onderwijs is het percentage hoger opgeleiden aanzienlijk'', zo valt te lezen in de Trendnota Arbeidszaken Overheid 2001.

Dat de overheid bij jonge mannen kampt met een weinig aantrekkelijk imago hangt samen met de beloning. Geen optieregeling en een auto van de zaak wordt maar sporadisch aangeboden. Daar staat tegenover dat de overheid veel mogelijkheden heeft op het gebied van kortere werkweken. De combinatie met het feit dat men `maatschappelijk relevant werk' kan doen, verklaart juist de aantrekkelijkheid voor vrouwen.