CDA graaft armoedeval

Gisteren stelde de PvdA haar premierbonus van mogelijk vijf tot tien kamerzetels in de waagschaal. Daarmee is de kans aanzienlijk toegenomen dat de VVD in mei volgend jaar als grootste partij uit de verkiezingen voor de Tweede Kamer komt. Een vooruitzicht dat de sociaal-democraten dwingt zich politiek scherper te profileren. Dit maakt voortzetting van de paarse combinatie minder vanzelfsprekend. Het CDA is de lachende derde. De christen-democraten kwijnen weg in de oppositie en staan te trappelen om te mogen meeregeren. Komt het inderdaad zo ver, dan kunnen op fiscaal terrein mogelijk rare dingen gebeuren.

Onlangs heeft het wetenschappelijk instituut van het CDA namelijk voorgesteld onze progressieve inkomstenbelasting te vervangen door een vlaktax met een uniform tarief van 35 procent. Die zou verschuldigd zijn over het bruto-inkomen, omdat nagenoeg alle bestaande aftrekposten en vrijstellingen komen te vervallen. Wel ontzien de opstellers van het rapport Evenredig en rechtvaardig de aftrek van hypotheekrente, zij het dat deze aftrekpost minder waard wordt voor huishoudens die de rente nu nog kunnen aftrekken tegen 42 procent of tegen het toptarief van 52 procent.

Het rapport van de denktank geeft nog een andere nieuwigheid in overweging. Geen enkel huishouden zou meer dan tien procent van zijn inkomen hoeven te betalen voor de gezondheidszorg. Zijn de zorguitgaven hoger, dan vergoedt de fiscus het meerdere. Op dezelfde manier zouden huishoudens nooit meer dan tien procent van hun inkomen kwijt zijn voor de opvoeding van de kinderen. Ligt de kale huur hoger dan vijftien procent van het inkomen dan komt de fiscus eveneens over de brug.

Het voorgestelde systeem van fiscale subsidies voor gezinnen met kinderen, hoge zorguitgaven en woonlasten is verwerpelijk, omdat het grote aantallen gezinnen met lage- en middeninkomens in de `armoedeval' stort. Bovendien doemt voor de schatkist een miljardentegenvaller op, omdat het systeem een vette premie zet op overconsumptie van zorgvoorzieningen en van duur huren.

Wie in de armoedeval zit, merkt dat hij er bij het aanvaarden van een baan of na een salarisverhoging netto teleurstellend weinig of zelfs helemaal niet op vooruit gaat. De brutostijging van het inkomen wordt allereerst afgeroomd door de fiscus, bij het CDA-plan met 35 procent vlaktax. Bovendien betekent een gulden extra inkomen dat de aanspraak op fiscale subsidies vermindert. Het gezin wordt immers geacht van die gulden een dubbeltje extra te kunnen besteden voor zorguitgaven, vijftien cent voor woonlasten en nog eens een dubbeltje voor het grootbrengen van de kinderen. De `impliciete belasting' in de vorm van subsidiekortingen bedraagt nog eens 35 procent. De totale belastingdruk op een extra gulden inkomen door vlaktax plus subsidiekortingen kan zo oplopen tot 70 procent. Zo'n hoog tarief is schadelijk voor de economie, omdat het een rem zet op het arbeidsaanbod. Wanneer mensen van extra verdiensten door overwerk of avondstudie netto niet meer dan 30 procent overhouden, zullen zij al licht van die activiteiten afzien.

Families met een goed inkomen groeien uit de fiscale subsidies voor zorguitgaven, woonlasten en studiekosten. Het CDA-rapport trakteert de middengroepen op een andere lastenverzwaring. Huishoudens met een inkomen tussen 65.000 en 115.000 gulden ervaren een extra belastingdruk van 6 procent, omdat in dit inkomensbereik elke gulden salarisverhoging wordt afgestraft met een vermindering van de arbeidskorting met zes cent. Die arbeidskorting is de belastingvermindering waarop momenteel iedere werkende belastingbetaler aanspraak heeft, ongeacht de hoogte van zijn inkomen. De gezinnen met een inkomen tussen 100.000 en 190.000 gulden ervaren daarenboven nog eens 5 procent drukstijging, omdat een gulden meer salaris in dit geval leidt tot een verlaging van de algemene heffingskorting met vijf cent. Op die heffingskorting, die in de plaats is gekomen van de vroegere belastingvrije som, heeft op dit moment iedereen recht.

Het CDA voert nieuwe inkomensafhankelijke regelingen in (subsidie voor zorguitgaven en kinderen, inkomensafhankelijke afbraak van arbeids- en heffingskorting) die grote groepen in de armoedeval storten. Daarnaast valt voor veel gezinnen elke financiële rem op het gebruik van zorgvoorzieningen weg. Zij hoeven voor zorg immers nooit meer dan tien procent van hun inkomen uit eigen zak te betalen, de rest past de overheid bij. Bij wonen en studiekosten is het van hetzelfde laken een pak.

Het rapport Evenredig en rechtvaardig presenteert ook inkomensplaatjes. Die rammelen aan alle kanten, omdat de opstellers geen gebruik hebben gemaakt van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de bestaande verdeling van de belastingdruk. De fiscale verkenning die staatssecretaris Bos deze week vrij gaf plaatst grote vraagtekens bij de inkomenseffecten van het CDA-plan. De operatie leidt tevens tot een ongedekte stijging van de overheidsuitgaven met enkele tientallen miljarden guldens. De budgettaire ruimte in de kabinetsperiode 2003-2006 is bescheiden, leert het elfde rapport van de Studiegroep begrotingsruimte. De fiscale hete-luchtballon van het CDA zal bij de komende kabinetsformatie daarom zonder omhaal van woorden worden lekgeprikt.