Tweede Kamer ontstemd over Netelenbos

Een meerderheid in de Tweede Kamer is ontstemd dat minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) geen opdracht heeft gegeven aan de commissie-Berkhout voor nader onderzoek naar een netwerk van meetpunten die de geluidhinder van Schiphol moeten meten.

De Tweede Kamer had begin juli om zo'n onderzoek gevraagd. De commissie-Berkhout adviseerde eerder dit jaar de minister vanaf 2003, wanneer de vijfde baan van Schiphol in gebruik moet worden genomen, niet slechts 29 geluidmeetpunten te plaatsen in de omgeving van Schiphol, zoals de minister had voorgesteld. De commissie-Berkhout prefereert een groter aantal meetpunten in een wijdere omgeving. Dit om een beter overzicht te krijgen van de daadwerkelijke geluidhinder boven bewoonde gebieden.

Voorzitter Berkhout van de commissie noemt het ,,buitengewoon jammer'' dat hem geen verzoek heeft bereikt. Berkhout: ,,Ik ben daar erg droevig over. Als er vragen zijn over een nadere uitwerking van onze adviezen, hadden we die graag beantwoord. We kunnen in een maand een kaart met meetpunten leveren.''

Minister Netelenbos liet vanmorgen weten dat ze niet in zee gaat met de commissie-Berkhout, maar het aantal meetpunten zal baseren op berekeningen van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). ,,Berkhout is klaar. Wie er rekent doet er niet toe, als er maar wordt gerekend en dat doet het NLR voor mij'', aldus de minister. Netelenbos vindt dat het aantal meetpunten er niet toe doet. ,,Als de normen maar gelijkwaardig zijn aan de huidige.''

Een nieuwe geluidsnormering is nodig omdat vanaf 2003 de methode om hinder te berekenen naar het aantal vluchten en het geluid dat toestellen volgens opgaven van de fabrikant produceren, wordt vervangen door een methode om lawaai daadwerkelijk te meten. Eerder lieten Utrecht en Zuid-Holland weten ook maatregelen te eisen tegen de geluidhinder.

De Tweede Kamer verkeert ook in onzekerheid over de vraag of het ministerie bij het opstellen van de milieueffectrapportage (MER) voor het nieuwe Schiphol rekening houdt met kritiek van toezichthoudende commissie voor de MER op de uitgangspunten van deze MER. De commissie vindt dat over een langere periode de verschillen in geluidhinder moeten worden vergeleken bij de huidige berekeningen en de nieuwe metingen. Ook laakt de commissie het onbreken van onderzoek naar milieu-alternatieven, zoals een nulalternatief waarbij normen gehandhaafd blijven, en een zogenoemd meest milieuvriendelijk alternatief.